De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Predikantenvergadering

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Predikantenvergadering

en nog wat

6 minuten leestijd

Er worden veel vergaderingen gehouden in ons goede vaderland. Allerwege komt men bijeen om deze of gene belangen te bespreken, om besluiten en beslissingen te nemen. Nuttige bijeenkomsten, ook wel samenkomsten, welke van weinig betekenis zijn. Ook predikanten vergaderen veel. Vooral de laatste jaren. Belangrijke zaken zijn aan de orde. Er moet gesproken worden; er moet worden gediscussieerd. Immers het gaat hierbij tenslotte in de nood van deze tijd om de hoogste goederen voor geheel ons volk. Alleen in Jezus Christus is er heil. Zijn Evangelie moet doorgegeven worden, opdat men het hore. Daartoe is het nodig, dat de kerk zich werkelijk opbenbare als kerk. Zonder samen te bidden en samen te spreken, buigend voor het Woord, gaat dit niet.

Enige tijd geleden was er een predikantenvergadering in Palembang. Het was geen grote bijeenkomst. Allen, die een uitnodiging hadden ontvangen, waren present. Maar het waren er slechts vier: vier legerpredikanten, twee Hervormden en twee Gereformeerden, spraken tezamen over de geestelijke verzorging der militairen, die gelegerd zijn in een gebied, zo groot als Nederland. Ja, dan kan men passen en meten. Dan kan men zeggen : als het gebied iets kleiner was en als er eens een paar mannen bij kwamen". . . . . .  Maar daarmee is de zaak niet opgelost. Het gebied wordt niet kleiner en vier wordt geen acht, doch blijft vier. Onder zulke omstandigheden is het mogelijk, dat er bitterheid opkomt, dat men geneigd is, verwijten te maken. Waarom moeten slechts enkelen werken op zo'n groot terrein en onder zoveel mannen en daarbij in dit klimaat het lichaam aftobben? Gelukkig is die gedachte er maar heel even. Paulus had een veel groter terrein van actie en hij had goede moed, terwijl voor hem de omstandigheden duizendmaal zwaarder waren.

Waarom zouden wij dan niet welgemoed verder gaan ?

Toen ik de volgende dag terugkeerde, had ik volop tijd om over deze dingen na te denken. Immers ik moest 12 uren lang in de trein zitten, om „m'n woning" weer te bereiken. De vraag was : „Kan hier nu niets aan gedaan worden? " Al vele malen is er een beroep gedaan op Herv. predikanten, om zich gedurende twee jaar beschikbaar te stellen als legerpredikant. Mijn gedachten gingen nu speciaal uit naar de predikanten, die gerekend worden te behoren tot de Gereformeerde Bondsrichting. Ik meen, dat zeer weinigen van hen zich bevinden in Indonesië. Komt tot hen niet de roeping, om dit werk te verrichten in de dienst des Heeren ?

Hier bevinden zich mannen en jongens uit alle delen van Nederland, behorend tot verschillende kerken. Velen van hen zijn dienstplichtigen, anderen gingen als oorlogsvrijwilligers. Deze laatsten zijn hier al enkele jaren. Gemakkelijk hebben zij het niet. Er zijn allerlei gevaren, ook op geestelijk en zedelijk terrein. De dienst is zwaar. Vaak zit men op zeer eenzame posten. Ontspanning is er weinig. Er zijn veel zieken, ook gewonden. Telkens sneuvelen er militairen. Er zijn er verschillende bij, die een gezin hebben in Nederland.

Mogen wij, als predikanten, hen alleen laten ? Hier zijn ook mannen van de Veluwe en van de Zuid-Hollandse eilanden, uit de classis Bommel en uit de classis Heusden. Toen zij nog in Nederland waren, zat een groot aantal van hen geregeld des Zondags in de kerk, ook in de „Bondsgemeenten". Zij hebben toen gehoord, dat een mens zich moet verlochenen, „dat eens mens eerst de geestelijke dingen moet zoeken ; dat een mens de roeping Gods moet volgen, ook, als het tegen vlees en bloed ingaat", enz.

Nu gaan zij daar over nadenken. Was dit ernst ? Waren dit niet alleen maar dierbare termen ? Gold dit alléén voor de gemeenteleden, of óók voor de dominees ? Waar blijven zij dan nu ? Laten ze ons nu, in de nood, in de steek?

Ik weet, dat er in Nederland een predikantentekort is en dat de moeilijkheden niet gering zijn. Maar kan er niet wat meer gecombineerd worden ? Hoe gering lijken mij de moeilijkheden in Nederland in vergelijking met hier. Hier zijn de jonge leden der kerk, ook uit uw gemeente. Niet slechts een luttel getal, maar een menigte.

Hoe dikwijls komt het nog voor, dat krachten worden verteerd in onheilig bestrijden van hen, die dicht bij ons staan ? Hoe vaak gebruikt men uren en dagen, om te reizen en in de week een preek van de vorige Zondag te houden in de gemeente van een ander predikant, voor een groepje mensen. Hier is een grote schare ! Hier is de jeugd !

Wij willen de belijdenis, de oude belijdenis handhaven. Maar dat bereikt men niet door er als het ware bovenop te gaan zitten, als een schildwacht ! Dit is de oude Gereformeerde belijdenis, dat men gaat en staat midden in de strijd op de belangrijkste posten, soms vallend, maar men wordt weer opgericht. „Ons staat de Sterke Held terzij. Die God ons heeft verkoren".

Ik ken jonge „Bondspredikanten", kerels als bomen, gezond en sterk ! Sommigen zijn getrouwd, anderen ongehuwd. Nu kan er gezegd worden : „Er zijn zoveel bezwaren, m'n gemeente, m'n studie, m'n gezin". Ja, dat is allemaal moeilijk. Maar tenslotte : ook dit moet wijken. De grote Herder roept: „Zorgt voor Mijn kudde !"

Indien het zo is, dat de jongeren niet kunnen of willen gaan, dan hoop ik, dat er enkele ouderen zijn, die zeggen : „Dan zullen wij het doen" b.v. als hospitaalpredikant, opdat jongere veldpredikers van dit werk kunnen worden ontheven en de rimboe ingaan naar de eenzame, posten.

Ook hoop ik, dat er ouderlingen zullen zijn, die zich bewust zijn van de grote verantwoordelijkheid, welke het ambt hun oplegt, ouderlingen, die weten, dat hun ambt is, opzicht te hebben over de gemeente, die hun bevolen is. Misschien is er dan wel hier of daar een ouderling, die met de jonge predikant van zijn gemeente onder vier ogen spreekt en hem vraagt : „Is het niet uw roeping, daarginds heen te gaan, waar de jeugd geestelijke leiding nodig heeft ? " „Maak u niet ongerust, wij, ouderlingen, zullen in Gods kracht trachten tijdens uw afwezigheid, de kudde die ons is toevertrouwd, te weiden".

Wat zullen de terugkerenden straks zeggen, als zij hier alleen gelaten zijn ? Zal het niet luiden : „Wij waren in gevaar, en gij waart niet bij ons ; wij hadden het moeilijk, en gij waart ons niet tot steun ; wij wilden Gods Woord horen, maar Zondag op Zondag was het weer hetzelfde refrein : ,,Geen verkondiger van het Evangelie !" „En nu zijn wij het kerkgaan verleerd !"

Laten straks de klachten niet komen : „Wat is de jeugd toch verdorven ! Ach, ach, wat een afval!" Immers dan komt tegelijk de schuldvraag : „Waar waart gij, toen de gelegenheid er was ? "

Doch dat is nog niet het ergste. Wat zegt Christus, het Hoofd der gemeente, tot ons allen, ook tot de Bondspredikanten ? Wij zijn toch Zijn dienaren. Hij heeft toch de leiding ? Is de nood ons niet opgelegd ?

Over deze dingen heb ik gedacht, toen ik reisde in de trein van Palembang naar mijn standplaats, en ik denk er nóg vaak aan, evenals andere legerpredikanten. Iets daarvan heb ik getracht aan u door te geven. God roept Zijn dienaren, óók de Bondspredikanten.

God roept ons, broeders, tot de daad. Zijn werk wacht, treedt dan aan!!

Kpt. ds. W. van Griethuysen, Staf 8 — R. S.

Veldpostkantoor : Palembang. Sumatra, te Velde, 9 December 1947.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 december 1947

De Waarheidsvriend | 1 Pagina's

Predikantenvergadering

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 december 1947

De Waarheidsvriend | 1 Pagina's