De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Godsregering en praedestinatie

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Godsregering en praedestinatie

8 minuten leestijd

Praedestinatie. De mensen willen er niet van weten en velen hebben een afkeer van het Calvinisme, ook al zijn ze met de leer van Calvijn niet zo bijster op de hoogte, en toch is de erkenning der praedestinatie veel meer algemeen dan men zou denken. Ook en vooral in de theologie. Iedereen heeft er een zeker gevoel van, dat er geen toeval kan zijn, als God de Schepper en Onderhouder der wereld is en deze ook regeert. En ook het gevoelen, dat God regeert is onuitroeibaar. Zelfs het heidendom heeft daarvan enig besef, zij het ook, dat zij een ganse drom van afgoden vereren, aan wie zij een bepaald gebied toeschrijven, waarin deze heerschappij hebben. Het heidendom, dat allengs zo menselijk denkt over de afgoden, dat het gaat twijfelen aan hun bestaan en weigert ze langer te vereren, tracht denkend een boven de aarde verheven godheid te grijpen, en worstelt met het probleem der Godsregering. De wijsgeer gelooft niet aan toevalligheden, maar richt zich op de vastheid en orde der dingen. Waar het licht der openbaring doordrong en het geloof in de God der Schriften post vatte, wordt God, de Heere, als de Schepper van hemel en aarde beleden, in Wiens hand alle dingen zijn en die alle dingen stiert naar de Raad van Zijn wil.

Sedert de strijd tussen Augustinus en Pelagius is de praedestinatieleer een punt van voortdurende wrijving, conflict en roering gebleven. Nu eens bedekt en ondergronds, dan weer openlijk en de golven van het kerkelijk en zelfs nationale leven hoog opstuwend. Men denke aan de twisten tijdens het twaalfjarig bestand tussen Remonstranten en Contra-remonstranten. Maar ook in onze tijd neemt de leer der praedestinatie een plaats in de kerkelijke en theologische discussie in.

Doch welke tegenstellingen in die strijd ook naar voren mogen komen, het blijkt telkens weer, dat niet zozeer een loochening dan wel verschillende opvattingen en verklaringen te berde komen. Op kerkelijk terrein is niet anders te wachten, omdat de belijdenis van God de Schepper althans gemeenschappelijk mag heten, en deze belijdenis moeilijk kan uitsluiten, dat alle schepsel van Hem afhankelijk is, zodat het tegen Zijn wil noch roeren of bewegen kan. Ons ganse leven is trouwens op de vastheid en orde der dingen ingesteld en ook onze wetenschap, gaat daarvan uit.

Nu is het honderdmaal gemakkelijker de vastheid en orde aan te nemen in de z.g. natuur dan in het mensenleven. Wij vinden voor het gehele jaar op- en ondergang van zon en maan tot op de minuut af in de kalender aangegeven. Wij maken onze plannen, tekenen de data van conferenties en vergaderingen aan en rekenen dikwijls al te zeker, dat het alles zo geschieden zal. Niet zonder oorzaak wijst Jacobus dan ook op de broosheid van ons leven en Gods beschikking. Zo God wil en wij leven.

Praedestinatie is nog wat anders dan een idee van een natuurlijke orde en vastheid. De leer der praedestinatie ziet op de allesbeschikkende en bestierende wil Gods. Niet een stom determinisme, een overigens ook onverklaarbaar machinaal beloop der dingen, maar de wil van de levende God oorzaak van alle dingen.

In de mensenwereld wordt dat wat bezwaarlijker. Een mens toch heeft het gevoel van vrijheid. Zelfs, als hij onder de drang der verleiding in zonde valt, heeft hij nog het gevoel, dat hij het kwaad, waarin hij gevallen is, had kunnen nalaten. Hij heeft vrijwillig en moedwillig gezondigd

Dat juist is zijn schuld en bewijst zijn verantwoordelijkheid.

Edoch, men vraagt zijn personeel onder de rubriek advertenties „van goede getuigen voorzien", en vertrouwt, als iemand in de dienst bij anderen zich goed gedragen heeft, dat hij daarin zal volharden in zijn nieuwe betrekking. Wanneer de ervaring teleurstellend uitloopt, is men eerder geneigd aan te nemen, dat de „getuigen" een valse voorstelling hebben gegeven, dan dat de persoon in kwestie zich anders is gaan gedragen.

Ook daaruit blijkt, dat men in het algemeen geneigd is aan een vastgestelde orde zelfs bij de menselijke gedragingen vast te houden.

Het is dan ook niet zo moeilijk om zelfs de wilsbeslissingen naar een logische bepaaldheid uit te leggen. Men kan ieder besluit analyseren en de verschillende factoren, die daarbij in aanmerking kunnen worden gebracht, meten en wegen, om tenslotte te concluderen, dat zulk een besluit niet anders had kunnen uitvallen dan het uitgevallen is.

Zulk een logische redenering schijnt dan wel te sluiten, maar het merkwaardige is, dat het moment der vrijheid, het besef der vrijheid, waarover zo straks werd gesproken, geheel en al buiten beschouwing blijft. En om dat moment gaat het nu juist. De structuur van de logische bepaaldheid gaat buiten het zedelijk oordeel der vrijheid en buiten de zedelijke vrijheid zelf om. En uit het besef van die zedelijke vrijheid komt de weerstand op tegen een alles bepalende orde der dingen. En zelfs niet alleen uit het zedelijk besef, want wij hebben ook het besef, dat wij b.v. een arm kunnen opheffen, als wij willen, maar, dat wij dat evenwel kunnen nalaten, als wij niet willen.

Het gaat dus niet alleen om de zedelijke vrijheid. Uit het gevoelen der vrijheid komt het verzet op tegen de idee van een machinale wereldorde, en ook tegen de leer der praedestinatie.

Op verschillende wijze tracht men aan de consequenties, die men zich denkt, te ontkomen en wil men een gebied van menselijke vrijheid daaraan onttrekken. Daarbij wordt men verstrikt in de moeilijkheden, die men zelf stelt. Als God alles bepaalt en alles doet, hoe kan er dan nog ruimte overblijven voor de menselijke vrijheid en hoe rechtvaardigt men de schuld en de verantwoordelijkheid van de mens ? Men acht, dat het een het ander uitsluit, en dat God dan ook de Auteur der zonde zou zijn. Aan de andere kant, indien men de mens vrijheid toeschrijft van willen en handelen, heeft men dan Gods almacht niet beknot? Kan God dan nog God zijn? Intussen blijft het Godsbesef de volle souvereiniteit voor God opeisen, terwijl het gevoel van schuld en verantwoordelijkheid des mensen zich niet laat wegredeneren.

De leer der praedestinatie nu heeft inzonderheid betrekking op het besluit Gods tot de zaligheid, hoewel die zich veel verder uitstrekt. Zoals reeds gezegd, is het geloof in de goddelijke voorbeschikking ter zaligheid vrijwel algemeen onder de Christenen. Minder algemeen en telkens weer bestreden is de leer, die met de eerste saamhangt, n.l. de reprobatie of verwerping. Indien toch de zaligheid van de verkiezende daad Gods afhankelijk is, kan niemand de zaligheid beërven, die niet is verkoren.

Van ouds reeds rees er verzet tegen de leer der verwerping. Origenes wilde daarvan niet weten. En toen Augustinus zowel de verkiezing ter zaligheid als de verwerping tot verdoemenis leerde, ondervond deze leer grote tegenstand, met name onder de monniken. De heersende kerkleer zocht een bemiddelend standpunt tussen Augustinus en Pelagius, het semi-pelagianisme. In Frankrijk stak in de middeleeuwen opnieuw de storm op, toen Gottschalk de leer van Augustinus scherp verdedigde, hetgeen hem het leven heeft gekost.

De reformatoren Calvijn en ook Luther volgden Augustinus, doch de Pelagiaanse geest kwam krachtig naar voren in de kringen der Remonstranten, welke strijd op de Dordtse Synode werd beslist. Ook de Remonstranten geloofden wel aan een praedestinatie, naar luid van hun eerste artikel, maar verbonden die met een leer van algemene verzoening. De genade is niet onwederstandelijk en kan worden verwaarloosd. (Afval der heiligen). Men zou dus verkoren kunnen zijn en toch verloren gaan. De Libertijnen, aan hen verwant, leerden, dat God zich wel bemoeit met de geestelijke dingen, maar dat Hij de aardse dingen aan de mens overlaat. Op die wijze werd een terrein voor de menselijke vrijheid afgebakend, maar zoals uit de Remonstrantse leer blijkt, strekt die vrijheid zich zelfs ten aanzien van de goddelijke dingen uit.

De aanhangers der nieuwe theologie in onze dagen trachten nog langs een andere weg aan de strengen van de leer der praedestinatie te ontkomen. Zij willen van geen verwerping weten in die zin, dat God sommigen verkiest en anderen verwerpt. Neen, allen zijn verworpen, zoals zij hier in het ondermaanse bestaan, maar zij zijn ook allen verkoren in Christus.

Ook kan men de opvatting tegenkomen, die zich weinig inlaat met een persoonlijke verkiezing of verwerping, maar welke zich bezighoudt met de historische roeping der volkeren, die al of niet tot het Christendom zijn verkoren.

Men ziet dus, dat de strijd om de praedestinatie zich steeds blijft bewegen om de twee genoemde punten, de Godsregering en de vrijheid van de mens. In die strijd mengen zich dan ook zedelijke gevoelens. Men wil God niet de verwerping toeschrijven, maar dan doet men ook het besluit der verkiezing te niet. Immers verkiezing is krachteloos, indien de verkoren mens de verkiezende genade kan weer­ staan en verloren gaan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 december 1947

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's

Godsregering en praedestinatie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 december 1947

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's