De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Samuël, een zoon der Wet.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Samuël, een zoon der Wet.

FEUILLETON

4 minuten leestijd

EEN VERHAAL UIT HET HEDENDAAGSE PALESTINA

81)

Israël had het in de vreemde verleerd om op onschuldige wijze het goede des levens te genieten, — de jeugd der Jodenkinderen kende niet dat haast luchthartige, maar ook niet dat mooie verrukt-zijn van de ongekunstelde jeugd. En zou nu hier, in dit land, dat alles weer gaan ontwaken ? Vrolijk liep zij naast hem te babbelen en haar stemmetje klonk hem weldadig in de oren. Dat was zo vol en welluidend, alsof zij de hele tijd zong, en het was ook merkwaardig diep van geluid voor zo'n jong meisje. Door een merkwaardige gedachten-associatie toverde zij hem weer dat Tempeliershuisje met die vrolijke pas-getrouwde luidjes voor ogen. Dat was het enige vredeen vreugderijke rustpunt geweest tussen al de opwindende gebeurtenissen der laatste dagen. Een poos verkeerde hij als in een droom en lette hij slechts op de klank en niet op de inhoud van Manriia's woorden. Eerst toen zij zonder omwegen vroeg : „Heb je ook nog die mensen gezien, die over Jeschua zongen bij het begin van de Sabbat ?"toen was hij er ineens bij, en kwam hij los:

„Weet je dan niet, dat je die naam niet moogt uitspreken, Mannie ? Of als het bij vergissing toch gebeurd is, dat je dan dadelijk op de grond moet spuwen ? "

De kleine schrok en haalde met een tekenend gebaar haar schade nog in. Hij keek haar streng aan en dacht aan die woorden, die hij gelezen had boven dat kapelletje. En op ruwe en koude toon vertelde hij haar uit die preek over „die man", die een wijs en zachtgeaard leraar en bijna als God zelf geweest moest zijn, en hoe de Joden hem aan het kruis hadden geslagen.

Mannia was er ontzet van. Haar gezichtje vertrok zich tot iets als medelijden, en zij vroeg heel angstig, of men wel wist, wie dat gedaan had en of de politie dat wel had opgespoord. Zij hield vol : haar vader kon daar onmogelijk bij zijn geweest, — neen, dat kon nooit ! Zij hield veel te veel van haar vader en van zijn mooie zingen, om te kunnen geloven, dat hij tot zo iets in staat zou zijn geweest. Zij geloofde ook niet, dat iemand anders uit de kolonie daaraan meegedaan had, dan misschien alleen Fanuël Lemberger! Maar wellicht waren dat Joden geweest uit Baitjisrael, misschien die donkere Moechtar Reb Nathans met zijn grote, lange baard. In ieder geval was het schrikkelijk en treurig, en haar ogen vulden zich met tranen.

Samuel was daar verrast door. Hoe kwam dit kind toch aan zo'n antipathie tegen Fanuël ? Hij vertelde haar, dat het al lang geleden was gebeurd, maar dat, de Heere der heirscharen er nog altijd boos over was.

 „Zo'n huichelaar !" riep Fanuël, toen hij bij het doel van hun tocht gekomen, het tweetal weer inhaalde. „Een mooie Rabbijn is me dat, die verliefd is ! En ik wil geen Rabbijn worden, en — ben niet eens verliefd !"

VI. MANDEL's JALOERSHEID.

Het werd verbazend koel. Stormen uit het Zuid-westen bruisten over het land, en regenbuien als wolkbreuken stroomden neder, gepaard met wind, en dus neerkletterend. Ieder beekje werd tot een wild kokende stroom, en ieder zijriviertje van de Kison rolde met donkere golven aan. December ging voorbij en de bomen wierpen hun bladeren af. 't Groeien van het gras hield nu geheel op. Alleen hier en daar onder de bescherming van een boom of een struik bloeide nog een armelijk plantje. Het winterzaad op de akkers der „nieuwen" groende reeds. Maar voor hun vee was het een karige tijd ; de dieren moesten geheel gevoederd worden uit de voorraden, die nog voorhanden waren.

Sinaï Tulpenbloesem leefde helemaal in zijn schrijfwerk, het onderwijs in het Hebreeuws en het niet zware werk van dorps-moechtar, welke betrekking hem reeds met Nieuwjaar plechtig was opgedragen met alle volmachten,  verantwoordelijkheid en titels.

(Wordt vervolgd.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 december 1947

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's

Samuël, een zoon der Wet.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 december 1947

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's