Samuël, een zoon der Wet
FEUILLETON
EEN VERHAAL UIT HET HEDENDAAGSE PALESTINA
83)
Maar Lemberger volgde al heel spoedig de raad van de vertoornde Sinaï, die hij aan zijn verbod had toegevoegd op, en hij trok nu alle weken een keer zelf met zijn zwaar beladen kast naar alle oorden in heel de buurt, waar zich mensen bevonden. Slechts het huis van zijn gemeentehoofd en van zijn zoon Mandel sloeg hij over. En bij zich thuis liet hij zich ook van zijn opvoedingsplan niet afbrengen. De kleine handel in hun woning breidde zich langzaam maar bestendig uit; heel wat mensen waren blij, dat zij daar de gewoonste dingen, die men iedere dag nodig had, krijgen kon, en Chaim werd dus helemaal in het bedrijf opgenomen. Hij mocht de uit Haïfa betrokken waren natellen, meten, wegen, en al spoedig de jongere klanten ook zelf bedienen. Zijn vader gaf hem restantjes, die wat bedorven waren, of waar wat aan mankeerde, liet hem die betalen en liet het dan aan hem over, die voor eigen rekening zo duur mogelijk weer van de hand te doen. Chaim leerde, om tijd en gelegenheid te beluisteren, kinderlijke onwetendheid aan de buitenkant te vertonen en tegelijk zijn zaken op gelukkige wijze te behartigen. Maar ook groeide er in het hart van de koopman steeds meer wrok tegen Sinaï Tulpenbloesem. Hij voelde, dat die oude man hem bij de bereiking van zijn natuurlijk levensdoel steeds in de weg zou staan. Hij begon hem nu te houden voor iemand, die in het geheim rijk was, en die als Thoraschrijver en als bestuurder van de plaats en die streek, tegelijk waarschtjnlijk in stilte veel geld kreeg van een of andere Rothschild of Montefiore, of van het Comité voor Immigratie, en die daarom slechts in schijn het voorschot, dat hem indertijd was aangeboden, had versmaad, — want wezenlijke grootmoedigheid kon hij zich van niemand voorstellen. Deze mening kweekte hij tegen beter weten bij zichzelf aan, en de zaden strooide hij bjj gelegenheid op zijn marskramerstochten, waarbij hij soms een heel eind van huis kwam, uit. Want zelfs in Haïfa, als hij daar was om inkopen te doen, liep hij verder nog een hele dag van huis tot huis, om zijn waren aan de man te brengen. Zo maakte hij dan Sinaï zwart, zonder eigenlijk iets beledigends of lelijks over hem te vertellen. De gedachten, die een belediging of afkeuring Inhielden, wekte hij alleen bij anderen. Dan was de Thoraschrijver werkelijk heel rijk, — zo maakte de een daarvan ; en dan begon men al jaloers op hem te worden. Dan werd aan een volgend adres zijn bescheiden levenswijze tot een lelijke gierigheid, werden zijn vermaningen om zich in te tomen, tot huichelarij, dan werd zijn arbeidzaamheid hebzucht, en zijn onomkoopbare wijze leiding geven aan de zaken van het dorp tot een erg onbroederlijke hardheid, en zijn slechts matig belasting-betalen tot bedriegelijke oplichterij. Zo verscheen Sinaï in een verkeerd daglicht aan ieder, die hem voor rijk versleet en dan zijn positie bekeek ; maar is het dan wel laster te noemen, als men van iemand zegt, dat hij rijk is ? Naar Lembergers mening kon alleen iemand, die in het geheim rijk was, zo hoogmoedig oordelen over een klein handelszaakje, en zo zonder enig aanzien des persoons dat verbieden.
(Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 januari 1948
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 januari 1948
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's