De nieuwe Synode
Het nieuwe jaar brengt een nieuwe Synode, die de voorbereiding voor een nieuwe kerkorde zal voortzetten. Nu een ontwerp is gereed gekomen, is die voorbereiding in een nieuw stadium gekomen. Zij zal met de kerk de eerste lezing hebben vast te stellen. En wij hebben slechts één wens, dat zij hierbij vooral niet overhaast te werk ga, omdat wij daarvan niets goeds verwachten. Integendeel. Indien de kerk wederom kerk zal worden, zoals men dat uitdrukt, zal zij terug geleid moeten worden tot haar belijdenis. Van bevoegde zijde werdl dit dan ook meer dan eens zo gezegd. Het is duidelijk, dat dit niet op korte termijn kan geschieden, doch tijd en beleid zal vergen.
Van grote betekenis zal het zijn, als de nieuwe Synode dat beleid zal vinden en geoefend zal worden om Synode te zijn en het gezag van de hoogste kerkvergadering te vestigen. Voor wie in deze woorden een critisch geluid ten aanzien van de vorige Synode menen te beluisteren, willen wij dat niet verbergen. Geenszins ontkennen wij, dat de arbeid van deze Synode in verschillend opzicht niet gemakkelijk is geweest. Zij was de eerste onder de werkorde. In Synode vergaderen was de kerk sedert lang niet meer gewoon. De kerk moet leren afstand te doen van de collegiale bestuursvorm. Zij moet leren als kerk te vergaderen, allereerst in haar grondvergaderingen. Bovendien is de reglementenkerk nog niet verdwenen. Dat kon nog niet. De kerk is in overgang. En dan de erfenis, welke de Synode meekreeg, niet alleen in de reglementenkerk, maar ook van uit de bezettingstijd. Wij denken aan al de studiecommissies, raden en hulporganen, die zich gevormd hadden. Heel wat krachten waren aan het werk getogen, waarbij zeker vele op hun terrein bekwame mannen. Wij zijn er echter niet van overtuigd, dat zij allen geoefend waren in kerkelijk denken. Gezwegen dan nog van al het werk naar binnen en naar buiten, dat reeds was aangepakt, omdat het geacht werd nodig te zijn en niet te mogen wachten. De tijdsomstandigheden hebben ook hun woord meegesproken in dit alles.
En dan nog — en dat was toch eigenlijk het voornaamste — de voorbereiding van een nieuwe kerkorde. Het is volstrekt onze bedoeling niet om personen te treffen, maar naar onze mening kan haar beleid in dit opzicht zeker niet gelukkig worden genoemd. Het ligt voor de hand, dat zij aan een Commissie opdroeg een ontwerp te maken, opdat zij in de toekomst een omlijnd plan zou kunnen aanbieden aan de kerk, die allereerst moet betrokken worden bij de arbeid om tot een nieuwe kerkorde te komen. Het is juist daarom, dat wij nooit hebben begrepen, dat van zekere zijde telkens weer drang werd uitgeoefend om toch iets naders van het werk der Commissie te vernemen, terwijl zij nog niet gereed was. Of vreesde men, dat de kerk er buiten zou worden gehouden ? Minder nog hebben wij de aandrang tot haast begrepen, die hier en daar vertolking vond, alsof een kerkorde zo maar van de situatie van het ogenblik afhangt. Psychologische momenten zijn dikwijls momenten van beslissingen, maar de belijdenis is het draagvlak van het, leven der kerk.
Een kerkorde moet afgestemd zijn op het leven en de roeping der kerk, zo niet, dan wordt zij een belemmering en een oorzaak van ontaarding van het kerkelijk leven. De ervaring heeft dat geleerd en is aanleiding geworden tot een schier algemeen besef, dat er een nieuwe kerkorde moest komen. Dat betekent óok weer niet, dat een goede kerkorde waarborg zou zijn tegen ontaarding. Ook dat heeft de geschiedenis getoond. Hoofdzaak is, dat er een levende kerk is, wijl deze zelfs in de verdrukking groeit. Ook dit kan niemand ontkennen. Ten slotte houden wij hardnekkig vol, dat de levende kerk de belijdenis der vaderen nimmer zal prijs geven, omdat zij daarin het geklank hoort van hetzelfde leven, dat in haar boezem werd gewekt. Haar gemeenschap met de belijdenis der vaderen is geloofsgemeenschap met de kerk der eeuwen.
Waartoe deze opmerkingen? Omdat wij van mening zijn, dat de taak der Synode om een nieuwe kerkorde voor te bereiden, verder strekt dan de benoeming van een Commissie, n.l. zó, dat alle arbeid op zulk een voorbereiding moet gericht zijn. En nu van tweeën één, óf de Synode heeft dit niet zo opgevat om zich verder slechts te bepalen bij het afdoen van voorkomende zaken, óf zij heeft haar taak wèl zo opgevat.
In het eerste geval zou dit grond geven voor het verwijt van schromelijke kortzichtigheid. In het tweede geval echter mogen wij haar doen en laten zien in het licht van die taak en daaruit onderstellingen maken of conclusies trekken aangaande de leidende gedachten, die haar daarbij voor ogen hebben gezweefd.
Moeten wij dit laatste geval aannemen, dan moeten wij eerlijk bekennen, dat het gevolgde beleid van een kerkbegrip getuigt hetwelk niet alleen bij de confessionele groepen, maar ook bij velen, die als ethischen werden gedoodverfd, terecht critiek heeft uitgelokt en als onjuist zal blijven gelden. De gereformeerde belijdenis wortelt dieper in ons volk dan aan de oppervlakte wel eens het geval schijnt te zijn. Velen gevoelen aard en wezen der kerk nog bewust of onbewust meer aan, dan men op grond van uiterlijke onderscheidingen zou denken. Ten slotte is het deze allen te doen om de kerk en niet om een religieuse werkgemeenschap.
Misschien ook hebben wij de gevallen te scherp gesteld en loopt het dooreen. Bij ons weten althans — en zover wij ons herinneren kunnen —, maakten taak en te volgen beleid nimmer een onderwerp van uitvoerige bespreking in de Synode uit, waaraan zij eens éen zitting of meer heeft gegeven. Daarvoor was toch wel aanleiding. Immers de werkorde bepaalt, dat zij haar arbeid zou doen in gehoorzaamheid aan de Heilige Schrift en op de bodem der belijdenisgeschriften. Wel werd aan de Synode gevraagd door de classis Heusden, hoe zij die formule verstond. Het antwoord is bekend: wachten op de nieuwe kerkorde. Dat kon natuurlijk niet betekenen: wachten op het concept der Commissie, maar zou alleen verwijzing kunnen zijn naar een beroep op een Synode onder de nieuwe kerkorde. Dit zou alzo inhouden een getuigenis van incompetentie der interim-Synode om uitspraken te doen aangaande de leer. In casu : wat verstaat men onder de Heilige Schrift en hoe verstaat men de uitdrukking: op de bodem der belijdenisgeschriften.
Wij aanvaarden een getuigenis van incompetentie in zoverre, dat de Synode geen beslissing kan nemen tot wijziging van de belijdenisgeschrifiten. Daarom kon zij ook geen antwoord aan de classis Heusden geven, hetwelk een opvatting zou huldigen, die de facto op een wijziging zou neerkomen.
Maar zij had zich wèl kunnen houden aan de leer, welke met name op het stuk der Heilige Schrift niet onduidelijk is, en daarmede had zij tevens een duidelijk antwoord gegeven op het tweede punt. Waarom deed zij dat niet?
Een ander punt : de kerkorde zou volgens de werkorde presbyteriaal zijn. Wat dat betekent, mag als bekend worden ondersteld. Voorbereiding van een nieuwe kerkorde zou ook reeds een en ander kunnen overwegen en doen om b.v. de grondvergaderingen gelegenheid te geven en deze zo nodig te stimuleren tot kerkelijke arbeid, die aan raden en commissies werd toebetrouwd. Wij denken aan Gemeenteopbouw, aan het jeugdwerk, aan de catechese e.d.g. De zaken liggen nu eenmaal in iedere classis niet gelijk. En één van de eerste belangen in een presbyteriale kerkorde is toch zeker, dat de grondvergaderingen wederom aan hun recht komen. In plaats van een voorbereiding tot meerdere benadering van het presbyteriaal karakter, ware het — gelet op de reglementen — op officieuse wijze, nam verder het werk van raden en commissies een goote plaats in. Nog altijd zijn wij aan de voorbereiding van een nieuwe kerkorde en de nieuwe Synode kan nog veel doen om dit werk in banen te leiden, die bevorderlijk kunnen zijn aan de sanering van het kerkelijk leven op een principiële grondslag en overeenkomstig de eis van een presbyteriale kerkorde. Indien men deze hoofdzaken in het oog houdt, kan er mogelijk veel worden voorkomen, dat anders onherstelbare schade aan het kerkelijk leven zal berokkenen.
Wij spreken de wens uit, dat de nieuwe Synode haar aandacht aan deze dingen zal geven en een klaar geluid zal doen horen. God geve haar wijsheid en kracht om haar taak te vervullen tot herstel van een gereformeerd kerkelijk leven en tot samenwerking en hereniging van wat gescheurd ligt, opdat ook ons volksleven daarvan de weldaden moge ondervinden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 januari 1948
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 januari 1948
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's