De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DIACONALIA

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DIACONALIA

6 minuten leestijd

In een vorig artikel hebben wij er op gewezen, dat in sommige kringen de opvatting wordt gehuldigd, dat de diaconale armenzorg tegenover die der burgerlijke overheid zodanig inbetekenis is afgenomen, dat het practisch geen zin meer zou hebben met het werk der diaconie op dé oude voet voort te gaan en daarom gevoeglijk overgegaan zou kunnen worden de regelmatige, periodiek terugkerende, financiële uitkeringen der diaconie te staken en de betrokkenen zo nodig te verwijzen naar het Burgerlijk Armbestuur. Wij gaven reeds als onze mening te kennen, dat zulks principieel moet worden verworpen omdat daardoor de betekenis van de diaconie naar uitwijzen van het Woord op onaanvaardbare wijze zou worden aangerand. Wij kunnen niet toegeven dat het eeuwenoude diaconale werk van gezinshulp en gezinsondersteuning voor het tegenwoordige geen zin meer zou hebben. Ook niet indien men daarvoor aanvoert de geweldige bedragen welke de Burgelrijke Overheid aan armenzorg uitgeeft tegenover de povere cijfers van de diaconie. Het is ons niet bekend waaraan het cijfer van ƒ 15.— per hoofd der bevolking dat door de Burgerlijke Overheid in 1940 aan armenzorg zou zijn besteed is ontleend en kunnen dus niet beoordelen hoe dit cijfer is samengesteld. Het is b.v. niet onmogelijk, dat daarin ook verwerkt zijn andere kosten welke niet specifiek armenzorg betreffen in de gewone zin van het woord als subsidies aan werklozenkassen, kosten van verpleging van armlastige krankzinnigen enz. De door de Overheid daarvoor aangewende kosten liggen evenwel op een geheel ander vlak en moeten voor een juiste vergelijking tegenover de diaconale uitgaven stellig buiten beschouwing blijven. De Overheid treedt hier op als uitvoerster van wettelijke voorschriften welke voor elke staatsburger die in de daar bedoelde omstandigheden komt te verkeren gelden en daarbij — in tegenstelling met de ondersteuning krachtens de Armenwet — rechten kan doen gelden. Nu kan men zich op het standpunt stellen dat het ondersteunen van werklozen en het verplegen van krankzinnigen tot de taak van de diaconie behoort en nu die taak door de Overheid is overgenomen er toch geen bezwaar tegen kan zijn dat hetgeen de Diaconie thans nog verricht d.i. dus de gewone ondersteuning evenzeer aan de Overheid zou worden overgedragen. Wij kunnen dit standpunt zoals reeds vroeger werd opgemerkt niet onderschrijven. De Kerk, incasu de diaconie, heeft een eigen afgebakende taak zoals de Overheid de hare heeft. Men doet goed vooral in deze tijd deze twee goed te onderscheiden en niet te vermengen. Het gevaar is anders groot, dat men tot aanvechtbare handelingen komt.

Zo trok onze aandacht een artikel in een kerkbode in een van onze grote steden over Woningnood en Diaconie dat aan een diaconaal brein is ontsproten. Het artikel wijst de leden der gemeente op de ontstellende woningnood in die gemeente en op de grote moeilijkheden waarvoor de gemeentelijke overheid in dit opzicht is geplaatst. Het wekt daarom de gemeente op het gemeentebestuur in het algemeen belang te helpen door het vrijwillig afstaan van enige ruimte in hun woningen voor hen die daaraan zo dringend behoefte hebben. Tot zover is het geschrevene prijzenswaardig, in zover het de Christelijke gemeente wijst op haar plicht tegenover de naaste, doch met hetgeen volgt komt men op een terrein dat niet dat der diaconie is. Onder de opmerking dat diaconie dienen is en de Diaconie dus ook hierin de gemeente wil dienen, wordt medegedeeld, dat men heeft opgericht een woningnoodbureau, waar men ruimte welke men in zijn woning wil afstaan kan aanmelden en woonruimte zoekenden zich kunnen opgeven ! Waar gaan wij nu toch heen ? Hier geldt stellig het aloude spreekwoord : „schoenmaker houdt je bij je leest". Het is wonderlijk, hier wenst men de eigenlijke diaconale taak over te dragen aan de Overheid, daar wil men een stukje bij uitstek Overheidswerk door de diaconie doen overnemen ! Dat acht men dan zeker verhevener dan die simpele bedeling !

Er kan daarom naar het ons voorkomt niet genoeg op worden aangedrongen, dat de diaconiën zich niet van haar stuk laten brengen om af te wijken van de oude beproefde paden welke zijn naar den Woorde Gods. Laten wij het niet beter willen weten dan de Heere zelf.

De gedachte wordt langzamerhand algemeen onder de kerkelijke gemeente dat de diaconale taak weldra door de nooduitkering ouden van dagen vrijwel overbodig zal worden. Niets is echter minder waar dan dat; men overschat de wezenlijke betekenis van de bedoelde uitkering. Men is algemeen van gevoelen, dat door deze uitkering hulp van de diaconie achterwege zal kunnen blijven. Dit zal in verschillende gevallen inderdaad wel zo kunnen zijn, maar in een groter aantal gevallen zal sulppletie noodzakelijk blijven. Om een voorbeeld te noemen, wijzen wij er op, dat een echtpaar in een eerste klas gemeente van 65 jaar of ouder, tot dusver een ondersteuning genoot van ƒ 24.— per week, terwijl de nooduitkering ouden van dagen per 1 October j.l. is bepaald op ƒ 18.— per week. Zonder hulp van de diaconie of andere instelling, zouden deze ouden van dagen in hun positie achteruitgaan, hetgeen uiteraard, gegeven de moeilijke omstandigheden, niet aanvaardbaar is. Slechts in die gevallen, dat de genoemde ƒ 24.— tot dusver geheel door de diaconie werd betaald, ontstaat een voordeel voor haar in de vorm van een mindere uitkering. Wij nemen aan, dat er weinig diaconiën zullen zijn, welke zulke belangrijke bedragen geheel voor haar rekening zullen hebben kunnen nemen. In de meeste gevallen zal daarin of door samenwerking met het Burgerlijk Armbestuur of met anderen, wel zijn voorzien. Daarom zijn wij er zeker van dat de uit deze noodregeling beschikbaar komende gelden voor de diaconiën in het algemeen niet van zo grote betekenis zijn, althans belangrijk minder zullen zijn dan men daarvan wellicht had verwacht. Van het uitbreiden van de kring tot hen, wier lot de diaconie zich tot dusver om financiële redenen niet kon aantrekken, zal voorshands nog wel niet veel kunnen komen, laat staan, dat gelden beschikbaar zouden komen voor allerlei z.g.n. nieuw werk, dat men acht te behoren in de eerste plaats tot de taak der diacnoie. De financiële positie van de meeste diaconiën zal door een en ander niet noemenswaard verbeteren, althans niet in deze zin, dat daarvan voor de herkerstening van ons volk veel te wachten zou zijn. Van deze dingen zal

men de gemeente moeten doordringen, omdat anders het gevaar groot is dat het peil van de voor het werk zo nodige collecten zal gaan dalen. Voor de voortzetting van het gewone, eenvoudige, maar toch van zoveel betekenis zijnde diaconale werk, is het medeleven van de gemeente onontbeerlijk.

Aan de diakenen de taak, dit medeleven zó krachtig mogelijk te stimuleren !

(Rotterdam-Delfshaven)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 januari 1948

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's

DIACONALIA

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 januari 1948

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's