De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Om de Christus der Schriften

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Om de Christus der Schriften

4 minuten leestijd

Het kernpunt, waarom 't gaat: De Christus, De kerk moet weer kerk worden. Dat is, de kerk moet weer de Christus belijden. Men zegt bij voorkeur : Christus belijdende volkskerk worden. Dergelijke uitdrukkingen zijn zo veelzinnig, omdat zij zo verschillende achtergrond kunnen hebben.

Volkskerk, b.v. wat verstaat men onder volkskerk ? Dat is lang niet hetzelfde. Een kerk, die het ganse volk omvat ? Een kerk, die krachtens haar geschiedenis zekere rechten vindiceert ? Een heersende kerk ? Ziet men daarbij op het verbond, op Gods trouw, in tegenstelling met onze ontrouw ?
Alle vragen, die opkomen, als men verschillende mensen over de volkskerk hoort, terwijl toch de enige reële betekenis van een volkskerk daarin is gelegen, dat het geloof overeenkomstig de belijdenis der kerk zulk een plaats in het volksleven verovert, dat schier het ganse volk zich onder haar vleugelen voegt en het volksleven de stempel der Christelijke confessie draagt.
Ook het „Christus belijdende", bij het woord kerk gevoegd, maakt een zonderlinge indruk. Wat kan een kerk anders dan de Christus belijden, zal zij met recht kerk zijn. Christus belijdende is een zo vanzelfsprekende zaak, dat de enige zin, welke zulk een toevoeging kan rechtvaardigen, moet schuilen in de stelling, dat de kerk, die kerk moet worden, aan die allereerste voorwaarde, de Christus te belijden, niet voldoet. Dat is dus het allerergste wat men van een kerk kan zeggen, omdat zij daarmede het aanzien en de waardigheid ener kerk ten enenmale mist. Dat zit eigenlijk ook reeds in de gewoon geworden spreekwijze : de kerk moet weer kerk worden.
De genootschapsidee heeft zo lang overheerst, dat het voor sommigen een soort ontdekking schijnt te zijn, wat eigenlijk de kerk is. Want zo heeft het alleen zin, als men bedoelt : het genootschap moet weer kerk worden. De vrees is echter niet geheel ongegrond, dat men met de uitdrukking Christusbelijdende volkskerk nog zo iets als Christusbelijdend genootschap op het oog heeft.
Dan echter is men aan de kerk nog niet toe. En wat bedoelt men met dat Christusbelijdende ? Er is in de afgelopen jaren gesproken en geschreven over maximale en minimale belijdenis, in verband met de uitdrukking : „Christus de Heer". Het is ook gebleken, dat de ineenstorting van de verwachtingen van het humanisme een verschuiving naar rechts heeft gebracht. Doch het is ook gebleken, dat de Christologie van velen nog ver verwijderd is van het beeld van de Middelaar Gods en der mensen, dat ons door de Heilige Schrift wordt voorgesteld.
Als de afwijkende meningen en de vrije opvattingen aangaande de heilsfeiten onder dat „Christusbelijdende" mede begrepen worden, heeft men van de aard en het wezen der kerk nog geen recht begrip en de houding jegens de orthodoxie kan die indruk slechts versterken.
Met een verwijt van confessionalisme en piëtisme kan men zich van de orthodoxie niet afmaken. Zelfs al zou dit verwijt gerechtvaardigd zijn, ook dan nog heeft de belijdenis recht op meerdere waardering en vooral op meerder onderzoek. Indien men de confessie houdt voor een geloofsgetuigenis van de kerk van Christus, zou het van ernstige reformatorische zin getuigen, als men bestudeerde, wat de kerk daarin omtrent haar eigen wezen en openbaring, over haar kenmerken en regering getuigt. Wanneer men het over Ohristus belijden heeft, zou het van een zuiver gevoelen blijk geven, als men eens onderzocht, hoe de reformatoren Christus hebben beleden.
Zij kunnen het mis gezien hebben, maar dan moet men dat aantonen en de kwestie stellen. En zo niet, dan zou het blijken, dat er ook onder de Synodale Organisatie nog een kerk is bewaard gebleven. Onomwonden gezegd, schuilt die nog altoos in het genootschap.
Wij willen gans niet beweren, dat zulk een ernst niet gevonden zou worden, maar de ervaring leert, dat er zijn, die de trom roeren en leiding menen te moeten geven, hoewel zij de indruk maken, dat zij de belijdenisgeschriften nauwelijks kennen en, wat nog erger is, die niet de minste behoefte tonen om zich daarvan rekenschap te geven. Ze zijn immers mensen van de „nieuwe koers". Dergelijke mensen kunnen slechts schade doen aan het streven om het kerkelijk leven te saneren, omdat zij degenen, die onderwezen willen worden, ook nog in verwarring brengen.
Wanneer wij de kerk zoeken, zal het ons in de allereerste plaats om de Christus der kerk te doen zijn. En wanneer wij die Christus zoeken, zullen wij geleid willen worden door de belijdenis der kerk en ontdekken, dat deze nog leeft in de harten van velen, omdat zij daarin hetzelfde leven vinden, dat zij door de werking van Woord en Geest deelachtig zijn.
Deze kerk, die helaas jammerlijk verscheurd en verdeeld is, is de ware volkskerk, d.w.z. de kerk, welke God in ons volk heeft geplant. En deze te vergaderen ware het begin van een sanering, die heel ons volksbestaan ten goede zou komen en met nieuwe kracht bezielen. 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 januari 1948

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's

Om de Christus der Schriften

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 januari 1948

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's