De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Epifaniën

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Epifaniën

9 minuten leestijd

Kerstfeest is een betrekkelijk jong feest. Het is niet door de Christelijke Kerk van de aanvang af gevierd. Het schijnt eerst sedert de vierde eeuw in het Westen (Rome) ontstaan te zijn. De juiste datum waarop de Heiland geboren is staat dan ook niet vast. Wel kunnen we bij heel oude schrijvers (3e eeuw) al beschouwingen aantreffen die er op wijzen dat volgens hen Christus inderdaad op de 25ste December zal geboren zijn, maar deze beschouwingen zijn zo speculatief dat ze ons erg onwaarschijnlijk voorkomen. We zullen er in moeten berusten dat we de juiste datum niet meer weten. En dat is ook niet erg, want ware dit nodig geweest, dan zou de H. Schrift deze ongetwijfeld hebben medegedeeld. Hoogstwaarschijnlijk heeft men in de 4de eeuw de datum al niet meer geweten en het feest ingesteld op de datum waarop de Romeinen de dies invicti solis vierden, de dag van de onoverwinnelijke zon. De duisternis moest wijken voor het overwinnende licht. En te midden van een cultuur die eeuwenlang met zulke gedachten was doordrongen was het ook inderdaad een treffende symboliek. Christus, het Licht der wereld, overwint de duisternis der zonde.
Ouder echter dan het Kerstfeest was het Epifaniënfeest. Dit woord is afgeleid van het Griekse woord epifaneia, d.w.z. verschoning. Als religieuze terminus technicus duidt het de verschijning van een Godheid aan. Wanneer dan ook de Diodochen-koning Antiochus, epifanes wordt genoemd, schuilt daar de gedachte achter dat hij een goddelijke openbaring was. Dit woord epifaneia wordt in de H. Schrift nu ook op Christus toegepast. Inzonderheid gebeurt dit van Zijn wederkomst ten oordeel, b.v. 1 Tim. 6 : 14 „dat gij zijn gebod onbevlekt en onberispelijk bewaart tot de epifanie van Jezus Christus, onzen Heere". De goddelijke heerlijkheid van Christus zal bij de wederkomst luisterrijk uitstralen. Het zal een ware epifaneia zijn. Maar een enkele maal wordt het werkwoord van epifaneia afgeleid ook gebruikt om de geboorte van Christus aan te duiden, b.v. Titus 2 : 11 „want de genade van onze God is reddend verschenen voor alle mensen. Bij deze laatste betekenis nu hebben we ons aan te sluiten, wanneer wij het woord willen verstaan als epifaniën-feest. Het is een oud feest, ontstaan in het Oosten. Blijkbaar het eerst in gnostische kringen, maar al heel spoedig door de katholieke Kerk overgenomen. Wat was de inhoud van dit epifaniën-feest ? Meerdere zaken werden er herdacht : Jezus' geboorte, de komst der wijzen, Jezus' doop, Jezus' eerste wonder te Kana in Galilea. Ge denkt, als ge dit zo leest, dat is nogal wat. Men heeft blijkbaar zo hier en daar maar enkele feiten zonder innerlijk verband op één dag bijeengebracht. Maar dat is niet zo. Al deze feiten werden beheerst door de éne epifaneia-gedachte, de voorstelling van „verschijning". De geboorte van de Heiland was zijn verschijning op aarde, de komst der wijzen was Jezus' verschijning aan de heidenen, de doop door Johannes was Jezus' verschijning in het openbaar als het Lam Gods, dat de zonde der wereld wegnam, het eerste wonder in Kana was zijn verschijning als wonder-doener, de onthulling van zijn Naam : wonderlijk. In alle vier ligt dus de éne gedachte : onthulling van Jezus' goddelijke persoonlijkheid, verschijning, epifaneia.
Dit epifaniën-feest werd op 6 Januari in het Oosten gevierd. Kerstfeest kende men toen nog niet. Het Kerstfeest werd dus toen gevierd op 6 Januari, Later heeft het Oosten het Kerstfeest van het Westen overgenomen en het Westen het Oosterse Epifaniën-feest, maar dan alléén als het feest der Oosterse magiërs, de z.g.n. drie koningen. Overigens een onbijbelse voorstelling. Zo kennen we het nu nog als een Rooms feest. Maar oorspronkelijk was dat dus niet het geval. Althans niet alleen. Het schijnt dat toen de nadruk viel op epifaniën-feest als de gedenkdag van Christus' doop. Het ligt dus wel het meest in de lijn der oude Kerk, wanneer wij op 6 Januari gedenken de Heilige Doop van de Heere Christus. Het was het grote voorrecht van Johannes de Doper, dat hij de Heiland dopen mocht. Hjj voelde het ook zo. Hij begreep, dat hij eigenlijk door Jezus gedoopt moest worden. De doop van Johannes was immers een doop der bekering (eigenlijk zins-verandering) en vergeving der zonden. Die doop had Johannes nodig, Jezus niet. Maar Christus getuigt, dat alzo alle gerechtigheid vervuld moet worden. Johannes zag Jezus nog teveel als staande op zichzelf, te weinig als de Borg voor zijn volk, zoals hij het zelf zo schoon had gezegd, als het Lam Gods, dat de zonde der wereld wegdroeg. Door deze doop wordt Jezus als Middelaar één met zijn volk. Hij daalt in in  hunne zonde (Vgl. 2 Kor. 5 vers 21). En als het feit van de doop heeft plaats gevonden, daalt de Heilige Geest als een duif op Hem neder. Ook dit wijst er op, dat Christus hier staat en handelt als Middelaar. Hij, die krachtens zijn goddelijke Persoon op onnaspeurlijke wijze één is met de Heilige Geest en zo de gave des Heiligen Geestes niet behoeft, ontvangt hier „ambtelijk" de Geest als Middelaar, opdat Hij door de Vader zou worden ondersteund in zijn Middelaarswerk. (Joh. 3 vers 34). Maar ook moeten wij de gave des Geestes bij de doop zien als de goedkeuring des Vaders op de wijze, zoals Christus zijn taak als Middelaar ziet. Juist nu, nu Christus op het punt staat om zijn messiaanse taak te aanvaarden, geeft de Vader het zegel van de Geest over de wijze, waarop Hij zijn verlossend werk wil volbrengen. Hoe wil Christus dat volbrengen ? We hebben dat enerzijds reeds gezien uit het feit, dat Hij zich dopen liet met de doop der zins-verandering en der vergeving van zonden. Hij stelt zich onder de wet. Hij wordt tot zonde gemaakt, Hij daalt in in de zonde van zijn volk. Maar dat Christus zo zijn ambt aanvat, lezen we ook in de woorden, die God de Vader bij de doop van zijn Zoon spreekt: „Deze is mijn Zoon, mijn geliefde, in dewelke Ik mijn welbehagen heb". Deze zin bestaat uit twee woorden uit het Oude Testament, die in hun verbinding ons de samenvatting geven van heel Jezus' verlossingswerk. Het eerste deel „Deze is mijn Zoon", leest ge in Psalm 2 : 7. Psalm 2 in de koningspsalm. Het lied der troonsbestijging. Reeds in de psalmen van Salomo (1ste eeuw voor Chr.) wordt deze psalm messiaans geïnterpreteerd, n.l. in de bekende 17de psalm. Hier wordt dus de messias aangeduid als de Koning. God de Vader proclameert over het Hoofd van de Middelaar bij zijn doop :
'k Zal Hem ook stellen tot een eerstgeboren zoon, door al zijn broeders te eren ; Als Koning zal Hij zelf de koningen regeeren. (Psalm 89 vers 12, berijmd).
Daarin konden de Joden zich best vinden, hun Messias zou een koning zijn. Natuurlijk, wat zou hij anders wezen ! Maar nu komt het bijzondere, wat de Joden niet verwachten en wat ze ook niet wilden : Deze van God gegeven Messias zou zijn koningschap over zijn volk verkrijgen langs een weg van lijden. Want het tweede deel van het Godswoord „Mijn Geliefde, in welken Ik mijn welbehagen heb'", is ontleend aan Jesaja 42 vers 1, wat we in deze Griekse vorm zo geciteerd vinden in Mattheüs 12 vers 18. In Jesaja 42 spreekt ons van de lijdende Knecht des Heeren, wiens lijden en plaatsvervangend Middelaarswerk wij classiek-schoon uitgedrukt vinden in Jesaja 53.

In deze Middelaar, die door lijden en sterven heen, zijn koninklijke heerlijkheid verwerven zal, heeft de Vader een welbehagen. Daarom geeft Hij Hem ook de Heilige Geest, zoals Jesaja reeds in hoofdstuk 42 vers 2b had uitgesproken. Het is een weg door lijden en dood tot heerlijkheid. Dat heeft de Heiland beluisterd in de stem uit de hemel en het heeft hem gesterkt om de smarteweg te vervolgen.

Wij lezen in dit woord uit de hemel twee dingen, die voor de geestelijke situatie in onze dagen van belang zijn :

In de eerste plaats, dat Jezus de geliefde Zoon is. Hij staat in geheel enige verhouding tot de Vader. Het woord „geliefd" heeft de bijklank „enig". Het is de vertaling van het Hebreeuwse woord jachied in de geschiedenis van Abraham en Izaak op de Moria, welk woord „enig" betekent. De geliefde Zoon is de enige Zoon, God uit God en Licht uit Licht. Het is dezelfde gedachte, die Jezus uitspreekt in Matth. 11 vers 27. Hier is sprake van de wezenseenheid van de Zoon met de Vader.

In de tweede plaats, Jezus is de Middelaar van zijn volk, door in hun plaats te lijden en te sterven. Hij wordt hun Koning door het kruis te dragen en het lijden van Jesaja 53 te realiseren.

Dat Jezus in zijn doop een symbool gezien heeft van zijn dood blijkt ook uit zijn vraag aan de zonen van Zebedeüs : „kunt gij gedoopt worden met de doop, waarmede Ik gedoopt wordt ? " Hij doelt met deze doop op zijn sterven, een bewijs, hoezeer Christus in zijn doop het beeld gezien heeft van de dood. En deze dood ondergaat Hij niet als een martelaar, maar opdat Hij de straf zou dragen, die ons de vrede aanbrengt. (Jesaja 53 vers 5). Zo is het goddelijk woord bij de Heilige Doop de summiere samenvatting van heel Christus' middelaarswerk.

En als dan straks het beslissend ogenblik, gekomen is om deze middelaars-opdracht in volle, diepe zin te realiseren, dan spreekt de Vader op de berg der verheerlijking nogmaals deze woorden (Matth. 17 vers 5). Wederom spreekt Hij, vlak voordat de lijdensweg in engere zin aanbreekt, zijn goddelijk welbehagen uit over het verlossingswerk van zijn Zoon. En de opstanding is het goddelijk Amen over het aldus volbrachte raadsbesluit Gods. Dan klinkt op de morgen der verrijzenis het loflied uit de tweede Psalm : „Gij zijt mijn geliefde Zoon, heden heb Ik u gegenereerd !" (Hand. 13 vers 33). Het tweede deel van de doopstem wordt niet meer vernomen, het lijden is volbracht. Nu begint sedert Pasen en Hemelvaart de heerlijke vervulling van Psalm 2 : Welzalig zij, die Sions Vorst erkennen als hun Heer ;

Welzalig zij, die vast op Hem betrouwen !

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 januari 1948

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's

Epifaniën

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 januari 1948

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's