De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DE DUIVEL

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE DUIVEL

5 minuten leestijd

De duivel heeft de belangstelling. Men vreest, dat de duivels zullen losbreken in de kerk. Ook dr. Emmen spreekt er over in zijn Nieuwjaarsrede 1948 in Weekblad voor de Hervormde Kerk( no. 1) en wijst op het reeds bekend geworden boek van C. S. Lewis, Brieven uit de hel en D. de Rougemont: Het aandeel van de duivel.,

Vrees voor de duivel en de ingebeelde of niet ingebeelde boze machten is symptoom van ontkerstening en daarom symptoom van onze tijd. Het heidendom zucht onder de angst en onzekerheid. Onzekerheid en angst zijn ook de kenmerken van het moderne heidendom. Wij willen daarmede niet beweren, dat de duivel slechts inbeelding van het heidendom zou zijn. Integendeel, hij gaat om als een briesende leeuw, zoekende, wie hij verslinde. Hij is er en hij is een boze listeling, die zich zelfs als een engel des lichts voordoet bij degenen, die hem in zijn ware gestalte kennen, opdat hij hen verleiden zou en aftrekken van het geloof. Als engel des lichts is hij gevaarlijker dan als draak en vooral voor de kerk, omdat Gods kerk hem in zijn drakengestalte niet vreest, althans niet behoeft te vrezen.

Als engel des lichts doet de duivel zich gewoonlijk vroom voor. Hij komt met Gods Woord en treedt onze persoonlijke wensen tegemoet. Dat is zeer verleidelijk, want er is slechts één middel om hem te weren en op de vlucht te jagen, n.l. Gods Woord. Wij hebben daarvan een sprekend voorbeeld in de Heilige Schrift, waar deze ons de verzoeking van de Heere Jezus in de woestijn beschrijft. De mens zal bij brood alleen niet leven, maar bij alle woord, dat door de mond Gods uitgaat. „Er is geschreven", dat is het beroep in de strijd tegen de duivel. 

Wij achten de vrees gewettigd, dat er duivels loskomen zullen, naarmate men met te meer ernst de sanering van het kerkelijk leven zal ter hand nemen. Er is waarheid in de spreekwijze; waar Christus een kerk opricht, tracht de satan een synagoge te stichten. Zo mogelijk, zou hij de kerk in zulk een synagoge veranderen. Nu is 't echter niet het ergste, als de duivel zich roeren gaat, maar wat wel erg is, dat het enige wapen tegen de duivel dreigt te worden, afgestompt. Hoevelen zijn er die het: „Er staat geschreven" niet meer ernstig nemen. Hebben wij niet geprotesteerd, toen iemand in het officieel orgaan der Hervormde Kerk schreef, dat geen protestant de Heilige Schrift, zoals die daar ligt, voor Gods Woord meer houdt, én dat ook zonder geknoei niet kan volhouden. Het moge niet woordelijk zo gezegd zijn, daarop kwam het toch neer.

Het feit blijft echter staan, dat het geloof de Heilige Schrift als Gods Woord ontvangt en krachtens het getuigenis van de Heilige Geest voor zodanig houdt. Hoe zou de Heilige Geest anders getuigen, daar Hij toch de Geest van Christus is, en Christus zelf, wij wezen er op, spreekt van het Woord, dat uit de mond Gods uitgaat en als het ware in één adem : „Er staat geschreven''.

Dr. Emmen doet een beroep op het geloof, dat door de Heilige Geest is, die ons het Woord toeeigent (Joh. 16 : 14), opdat de critiek onder de tucht des Geestes moge staan en de kerk diene. De woorden, waarop hij het oog heeft, zijn wel een heel klaar bewijs, dat de Heilige Geest de Geest van Christus is. Welke menselijke wijsheid kan zich dan tegenover die Christus rechtvaardigen door te weigeren in dit stuk zijn discipel te zijn en het: „er is geschreven" van zijn kracht te beroven?

Wat kracht blijft er over, als wij het geschreven Woord niet meer als Gods Woord tegen de duivel en zijn trawanten zouden kunnen hanteren ? Maar wie het als een zwaard Gods hanteert, doet dat in het geloof en zal zijn kracht ervaren. Het is eigenlijk een hachelijke zaak, dat in de kerk het, goddelijk gezag der Heilige Schrift in het geding is. Daarmede hangt ook een zekere huivering samen om voor de confessie op te komen, ofschoon dit het eerste en voornaamste moest zijn voor allen, daar zij het draagvlak van het kerkelijk leven is. Die confessie immers spreekt heel duidelijk over het Schriftgeloof. En toch geeft men soms de indruk, dat men de confessie eigenlijk in het midden wil laten zo min of meer pro fornia, zoiets als nu ja, die confessie is er en zij heeft haar historische betekenis, doch het is nu een andere dag. Intussen zal men, eenmaal hun Schriftgeloof delende, nog moeten aantonen, dat, de vaderen in hun belijdenis gefaald hebben en waarin zij gefaald hebben.

Een hachelijke zaak, dat het Schriftgezag in de kerk in het geding is. ? Het is echter niet alleen hachelijk. Het Schriftgezag kan immers alleen in de kerk in het geding zijn. Het kan alleen bestreden worden, omdat, het beleden werd en nog altijd beleden wordt. De strijd is er, omdat de kerk er nog is en de belijdenis aangaande de Heilige Schrift nog leeft.

Zolang de strijd nog voortgaat, is die strijd als zodanig nog een bewijs, dat de belijdenis der vaderen nog leeft en dat de kerk der vaderen, de vaderlandse kerk, nog leeft. Hachelijk zou het zijn, althans voor de Ned. Hervormde Kerk, als zij die belijdenis losliet terwille van de bestrijders van het Schriftgeloof, dat daaraan ten grondslag ligt. Zij zou daarmede het beroep op het Woord hebben prijs gegeven en, hoe zou zij dan de duivelen weerstaan ?

Men wil van geen partijen weten, doch men wachte zich er voor ook in dit opzicht wijzer te willen zijn boven hetgeen ons door Christus zelf geleerd wordt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 januari 1948

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's

DE DUIVEL

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 januari 1948

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's