De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Wij ontvingen een brief

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Wij ontvingen een brief

6 minuten leestijd

Naar aanleiding van ons artikel „Bij een inauguratie over de afscheiding, enige weken terug, ontvingen wij een, brief van een schrijfster uit Zeeland, Het zal niet onze gewoonte zijn op alle brieven en reflecties in dit blad in te gaan. Meestal worden dan de hoofdlijnen uit het oog verloren en komen wij terecht op zijpaden.

Ditmaal maken wij een uitzondering, omdat de geest, waarin deze brief ademt, een goede is en mogelijkheden biedt tot wederzijds begrip. We nemen er een gedeelte uit over :

Ik kan best begrijpen, dat Herv. predikanten, ouderlingen en gewone leden zeggen en schrijven : gij hadt niet uit de Hervormde Kerk moeten gaan en haar schuld (wat zeer weinigen beamen, maar hetwelk toch waar is) is ook uw schuld, wat ik volkomen overneem ; maar toch is het de schuld van de Hervormde Kerk, dat die afscheiding, gekomen is, gelijk het ook de schuid der kerkelijke overheid is in N. Holland, dat de Kerk aldaar verwoest wordt. En als Gods getrouwe knechten in de Hervormde Kerk behandeld werden, zoals weleer de eerste afgescheiden predikanten, zou menig Hervormd predikant zich nu ook niet afscheiden van de Hervormde Kerk ? Want als ik die behandeling lees, die de kerkbesturen en vele Hervormde predikanten toen ds. De. Cock en Van Velsen en Gezelle Meerburg én anderen aandeden, dan zou ik instemmen met degenen, die zich afscheidden, en dat velen toen hen volgden, was veelal omdat ze niet wilden blijven in een Kerk, die Gods getrouwe dienstknechten en volk zo schandalig en goddeloos vervolgde. Mannen als Groen van Prinsterer, Da Costa, Van Hall, Elout van Soeterwoude, namen het op voor de uitgetredenen, alhoewel alleen de laatste zich bij hen voegde. Met ontzetting lees en herlees ik die geschiedenis, die zwarte bladzijden in onze kerkelijke en Vaderlandse historie , en ik vraag me af : lezen en herlezen óok Observator en anderen die zwarte bladzijden ?

En nu heb ik altijd een afkeer gehad van het hooghartig veroordelen der Hervormde Kerk en ik gruw van het verachten van Hervormden en ik steun met alle macht het werk van de Gereformeerde Zendingsbond en de Inwendige Zending van de Hervormde Kerk, alhoewel ik lid der Gereformeerde Gemeente ben, en ik stem volkomen in met de leer van vele Gereformeerde Bondspredikanten, en het zou mij tot grote blijdschap zijn als het getal getrouwe Hervormde predikanten gestaag toenam. En als ik woonde in een omgeving, waar ik altijd goede Hervormde  predikanten kon horen, nu dan denk ik, dat ik nog terugkeerde tot de Hervormde Kerk.

Al die tegenwoordige afscheidingen, ach, dat is voor 99% hoogmoed en heerszucht enz.

Erg jammer is het, dat wel 90% van de uitgetredenen zich niet waardig gedragen en verbitterd blijven op de Hervormde Kerk, die toch de moederkerk is en blijft. Het was om de zonde van Salomo, dat tien stammen van het Koninkrijk werden afgescheurd en gegeven aan Jerobeam; dat was Gods werk en toch: Waar kwamen die terecht ?

We zijn dankbaar voor deze sympathieke stem uit een der gescheiden Kerken.

De geachte schrijfster aan de Zeeuwse stromen wijst ons op de zwarte bladzijde van de geschiedenis onzer Kerk ten tijde der afscheiding. Wij willen die geschiedenis allerminst wegdoezelen en zijn met even veel ergernis en verontwaardiging vervuld over de handelwijzen der toenmalige liberale heren tegenover de afgescheiden broeders als de briefschrijfster. Wij veroordelen deze handelwijzen met evenveel klem als de gescheidenen zelve.

Ook is het begrijpelijk dat men zich onttrok ; toch moet echter de vraag gesteld worden : is het goed geweest ?

Niet de Kerk deed hen dit aan, maar de bestuursorganisatie. De ware Kerke Gods in de Hervormde Kerk heeft zich met afschuw afgewend en heeft de gescheidenen zelfs verdedigd. (Groen v. Prinsterer).

Had dan de Kerk helemaal geen schuld ? Moet alle schuld op de bestuursorganisatie worden geschoven ?

Neen, de schuld der Kerk lag in het feit, dat zij door haar afval  van de ware Gereformeerde leer de toenmalige liberale, onschriftuurlijke bestuurs organisatie accepteerde. Daar ligt haar schuld.

Zij had toen, helaas, niet de geestelijke kracht zich van die zondige organisatie te ontdoen.

Dus, de schuld der Kerk zien we liever als een geestelijke schuld — verlating van Gods Waarheid — en de handelwijzen tegenover de afgescheidenen zien we als een uitvloeisel van die geestelijke afval.

En nu is die geestelijke schuld, n.l. de ongehoorzaamheid aan Gods stern, niet de schuld van de toenmalige Hervormd kerkelijke heren alleen, maar van ons allen, van afgescheidenen en Hervormden, van ons en onze vaderen.

Jeremia roept het uit : „Wij zijn de stem des Heeren onzer Gods niet gehoorzaam geweest". (Jeremia 3 vers 25).

De onchristelijke handelwijzen der kerkelijke heren tegenover de gescheiden broederen — hoe smartelijk ook voor hen — zie men als gevolg van de geestelijke afval.

Begrijpelijk, hoewel niet goed te keuren, is het breken van De Cock met onze Kerk.

Onbegrijpelijk is het meegaan met hem van hen in den lande, die geen moeilijkheden hadden. Zij zagen meer op het persoonlijke leed, dan op de geestelijke achtergrond, meer op het uitvloeisel dan op de oorzaak.

De afscheiding had beter locaal gehouden kunnen worden, dan ware wederkeer later gemakkelijker geweest.

Groen van Prinsterer, hoewel de zaak der afgescheidenen bepleitende, onttrok zich ook niet aan de gemeenschap der Kerk, maar zag in de Hervormde Kerk , met het overgebleven Gereformeerde volk nog een belangrijke taak en roeping.

Wij zijn dankbaar voor deze meelevende stem uit de Gereformeerde Gemeente. In deze sfeer van medeleven is er een mogelijkheid tot wederzijds begrip en samenspreking en — God geve het — tot wederkeer. Wij blijven geloven, dat God nog een weg ten goede heeft voor onze Kerk. Het ontwerp van de nieuwe Kerkorde geeft gunstige perspectieven, al zullen er reserves blijven. Maar wij willen niet in dit artikel op de bespreking van de Kerkorde vooruitlopen, alleen willen wij wel opmerken, dat het ontwerp in een gans andere geest ademt dan de oude reglementenbundel. die meer aan een wetboek van de rechtbank doet denken. Het zou interessant zijn het belijden der Kerk naar de oude reglementenbundel eens te leggen naast die van het nieuwe ontwerp. Bij alle eventuele reserves moeten wij toch erkennen het feit, dat onze Kerk — Gode zij dank — langzaam weer tastende zoekt naar het belijden der Gereformeerde vaderen. Ook in deze belangrijke maanden, die voor ons liggen en die beslissend kunnen zijn voor ons en ons nageslacht, hopen wij ook op meelevende belangstelling, maar bovenal op het gebed der Gereformeerde broeders en zusters in de gescheiden Kerken. Want — en nu eindig ik met de laatste zin van de brief van de Zeeuwse schrijfster — „er is maar één Kerk en al de ware leden zijn één in hun Hoofd, Jezus Christus".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 januari 1948

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's

Wij ontvingen een brief

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 januari 1948

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's