De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Samuël, een zoon der Wet

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Samuël, een zoon der Wet

FEUILLETON

4 minuten leestijd

EEN VERHAAL UIT HET HEDENDAAGSE PALESTINA

84)

In het eind van Februari kregen de bomen al weer knoppen. Het land begon zich weer te bekleden met een groen en heel bloemenrijk tapijt, waarin vooral het rood zo vrolijk stond. De bosbessen stonden reeds in volle bloei. In de tuinen van Baitjisrael, waar de jonge stammetjes al waren opgegroeid tot bomen, die wat opleverden, waren de citroen- en sinaasappelenbomen met een overdadige pracht van bloesems overladen en zij zonden met de Westenwind een bedwelmende geur tot bij Schaloom. En tegelijk wachtten de geelkleurige vruchten aan diezelfde bomen reeds op rijpworden.

Daarna kwamen in het begin van April de dagen, als de hemel zo'n eigenaardige gele kleur aannam en de zon slechts een flauw schijnsel gaf. Maar dan begon tegelijkertijd een gloeiend hete luchtstroom uit liet Oosten over het land te strijken, wel slechts een dag of drie, maar toch verdorden daardoor alle tere gewassen. De sappen van de overblijvende planten trokken zich terug in de knollen of wortels, en de hele oppervlakte van de bodem werd tot stof. Een regendag verkwikte de noodlijdende overschotjes — en weer woei dan de hete Oostenwind, en droogde het voedergras zó grondig, dat het alleen nog maar behoefde te worden ingezameld. Zo wisselde nog enige keren de gloeiend-hete adem der Arabische woestijn af met enkele regenbuien, 't Gewas groeide niet meer op, het begon al te verkleuren en midden April sneden de mensen in Schaloom - al hun gerst. Twee weken later haalde Mandel ook zijn stukje tarwe binnen.

De mensen van Baitjisrael vertelden hun echter, dat zij alle reden hadden om tevreden te zijn over de opbrengst. Vooral de stukken land van Mandel en Sinaï hadden een opbrengst in overeenstemming met de werkzaamheid, die daaraan besteed was.

Een plek, waar aan de helling van de berg slechts een dunne laag grond over de stenen lag, had Mandel in navolging van de Fellahs toch ook maar bezaaid. Maar hier waren de goed opgegroeide planten haast verdroogd en brachten ze helemaal niets op, — een goede les voor een volgende keer. Tijdens de spaden regen plantte hij vijgen, en wijnstokken, die hun wortels in de diepte van de kloven zonden, waar zij toch de nodige vochtigheid en wat vruchtbaarheid in de gemengde bodem nog vonden.

Alle bezitters van zulke grond en vooral van zulke hellingen, volgden zijn voorbeeld, en op die wijze ontstond nu een mooi boom- en wijnbergland. Zelfs Said Abbud moest toegeven, dat de „nieuwen" 't er kranig af brachten. Dat hele stukken van hem zo sterk waren begroeid met zee-uien, alsof ze daar met opzet waren verbouwd, nam hij daarentegen als een onvermijdelijke bestiering van Allah op, — ook, dat mosterdzaad en hondsdraf daar tussenin zich onbehoorlijk op de voorgrond drongen. Mandel had zijn akker van al dat onkruid haast geheel gezuiverd. Slechts de kleine wilde erwten met hun roodbruine bloesems en de blauwe lupinen, die tussen de gerst en het koren waren opgeschoten, bedekten na zijn oogst het veld, maar niet tot zijn schade, want die voerden de bodem weer voedsel uit de lucht toe.

Mandel en Rea leerden van de Arabische buren en van Jossele, hoe men sla, asperges, jonge artisjokken en andere gewassen, die hier alle in het wild groeiden, als voedsel kon gebruiken. Ook leerden zij van hen, om de weinige neerslag van de spade regen nog voor het veld dienstbaar te maken, terwijl zij na iedere wat al te sterke regenval de bodemoppervlakte wat losser maakten. Op die manier drong het volgende regenwater diep naar binnen, inplaats van weg te vloeien, en tegelijk verhinderde de lossere oppervlakte ook weer, dat alles uitdroogde. Het veld regende in de zomer niet plat. Weer anderen genoten onderwijs van de schoenmaker ; en deze mensen, die vroeger- handwerkslieden, herbergiers, sjouwerlieden en kooplui waren geweest, kwamen een goed stuk vooruit bij het verkrijgen van al die inzichten en bekwaamheden, die hun tot nu toe vreemd waren geweest. Mandel zag kans om reeds enige eucalyptus-boompjes te plaatsen op de moerassige plaats, die bij het erf van zijn vader behoorde. Hij begon nu de noordelijke grens van zijn veld te beplanten met een hek jonge vijgencactus, en het „Sabbatsbos" groeide ook flink. Niemand was in staat zóveel werk te leveren als hij.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 januari 1948

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's

Samuël, een zoon der Wet

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 januari 1948

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's