BRIEF aan de Bondsvrienden in Indië
De Bilt, 5 Januari 1948.
Beste Vrienden,
Gaarne wil ik de Bondsvrienden, met hun kameraden, een welgemeende groet brengen bij de aanvang van het nieuwe jaar. Want wanneer je deze brief van het Bondsbestuur moogt ontvangen, dan is het jaar 1948 reeds aangevangen. Dan heeft uw Bondsbestuur naast uw dierbaren tot God gebeden om Zijn bewarende hand over u en Zijn genaderijke leiding met u. Ook ik, zo ik leven rnag, heb dit dan gedaan, gelijk we het immers met allen geregeld doen. Het begin van een nieuwe tijdkring stelt immer voor vele vragen. Zo is het zeker bijzonder in deze donkere tijden van verdwazing en verval. En voor jullie zal dit wel heel bijzonder spreken. Ja, wat zal het nieuwe jaar voor jullie brengen ? Hoe zal het jullie gaan ? Wat zullen jullie meemaken ? De vragen vermenigvuldigen zich. Ik wil er verder niet op ingaan. Ik wil je liever mede namens het Bondsbestuur van harte toebidden, dat voor je leven mag, dat God regeert en Zijn Woord is : „Mijn Raad zal bestaan. Ik zal al Mijn Welbehagen doen".
Wanneer daar iets van leeft, dan houden onze vragen op, dan leren we Gode zwijgen, ja, dan komen we op de knieën. Daar moet het heen met jullie en met ons allen.
Gelukkig als het zo mag wezen, want dan zal ondervonden worden, dat God een Toevlucht is ten alle tijde. Aan onze kant is het dan niet zo gemakkelijk. Als we naar Boven zien, gaat iets leven van Gods heiligheid en gerechtigheid. Wie zijn, wij dan voor Hem ?
Met gedachten, woorden en werken inimers overtreders van Zijn wet. Daar wordt het moeilijk. Hoe kunnen wij dan hopen ? Maar zien we dan weer naar Boven en gaat voor ons spreken, wat het pas gevierde Kerstfeest ons weer zo sterk heeft toegeroepen, dat God alzo lief de wereld heeft gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven, opdat een iegelijk, die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe ; dan kunnen we bidden :
Help ons, barmhartig Heer, Uw grote Naam ter eer. Uw trouw, koom' ons te stade. Verzoen de zware schuld, Die ons met schrik vervult. Bewijs ons efens genade.
Zo krijgen we oog voor al de goedheid Gods, ons bewezen. We zeggen met Jeremia: „Het zijn de goedertierenheden des Heeren, dat we niet vernield zijn". Daar kunnen we temeer bidden en ook danken. Dat wordt biddend danken en dankend bidden. Dit wens ik jullie van ganser harte toe, het Bondsbestuur met mij. Het is de veilige weg. Wat gevaren ons dan bedreigen, wat teleurstellingen we dan mogen hebben, wat nood komt, wat dood dan zelfs dreigt, de Heere zal Zich een toevlucht tonen, de Christus van Bethlehem zal in waarheid gekend zijn als een verberging tegen de wind, als 'n schuilplaats tegen de vloed. De onrust van al de waaroms, welke bij ons komen opklimmen, zal dan plaats maken voor rust. Er gaat iets leven van :
Doch gij, mijn ziel, het ga zo 't wil. Stel u gerust, zwijg Gode stil. Ik wacht , op Hem ; Zijn hulp zal blijken.
Ik denk aan het woord van de Apostel : „Zijt in geen ding bezorgd, maar laat al uw begeerten onder bidden en dankzegging bekend worden bij God".
Geve de Heere in Zijn genade, dat ge daar moogt leven. Hij zij uw Bewaarder en uw Heiland. De Geest der genade en der gebeden wone zo rijkelijk in u tot blijde troost en vrede.
Met Bondsgroeten, jullie aller heilwensende,
Ds. H. A. de Geus
Onderstaand artikeltje lazen we in het dagblad „Trouw" van Woensdag 3 December 1947, waaruit jullie kunt bemerken, hoe wij hier in Holland worden ingelicht over jullie taak in Indië. We hopen, indien mogelijk, meerdere keren dergelijke artikeltjes, in onze brieven op te nemen.
HET WONDERLIJKE LEGER.
(Van onze Indische correspondent).
Een Amerikaan, die kort geleden in Indië was en die na de politionele actie een bezoek bracht aan enkele bevrijde gebieden, zei ongeveer 't volgende. Ik heb heel wat legers in actie gezien. Ik heb de actie op Cicilië meegemaakt en in Italië. Ik ben in Frankrijk geweest na de landingen en heb het een en ander gezien van de strijd in de Pacific. Nu heb ik deze Nederlandse jongens gezien tijdens en na de politionele actie, en dan moet ik zeggen, dal dit het meest wonderlijke leger is, dat er op dit ondermaanse bestaat, of misschien is het beter helemaal niet van een leger te spreken.
De argumenten, die hij aanvoerde voor deze bewering, waren de volgende : „Nooit heb ik zoveel soldaten bezig gezien met het helpen van verwaarloosde mensen. Deze Hollandse jongens, verbinden mensen, ze delen medicijnen uit, ze helpen de bevolking. Er, dat zijn geen soldaten van het Rode Kruis, het zijn doodgewone mannen van een of andere gevechtseenheid. Ze verzamelen geen souvenirs, ze vallen geen vrouwen lastig, ze zijn gemoedelijk, ze betalen alles wat ze kopen. Een wonderlijk leger, inderdaad . . . . .
„Trouwens" — zei de Amerikaan — „ook deze bevolking is wonderlijk. Ik merk niets van een strijd voor de vrijheid. Ik merk niet aan de bevolking, dat ze teleurgesteld zou zijn onder de verdrijving van de republiek. De bevolking schijnt inderdaad opgelucht, dat de „eigen" troepen zijn verdreven. Ze zijn niet bang voor de Nederlandse soldaten; integendeel, ze gaan er vriendelijk en glimlachend mee om".
Deze buitenlander, die hier kwam met republikeinse sympathieën, was lichtelijk verblijsterd. Hij begreep weinig of niets van de werkelijke verhoudingen in dit land. Hij had gedacht, een bevolking te vinden, die stond aan de zijde van het „eigen" leger. Hij vond een bevolking, die de komst der Nederlandse troepen beschouwde als een bevrijding. Hij had gedacht, min of meer rauwe vechtsoldaten aan te treffen, die „er op los sloegen". Hij vond troepen, wier eerste zorg was, de verwaarloosde bevolking. En hij begreep het niet meer. Hij heeft ook in die geest aan zijn blad geschreven.
We weten niet, of het zijn verhaal heeft opgenomen. Maar het was de beste lof, die onze troepen konden krijgen. En een verdiende lof. Trouwens, vrijwel alle correspondenten, die hier zijn — en daar zijn er onder, die fel anti-Nederlands zijn — hebben het optreden van onze soldaten geprezen. De consulaire commissie wees eveneens op de goede discipline.
Daarover is inderdaad maar één roep.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 januari 1948
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 januari 1948
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's