De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Over de Kerkorde

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Over de Kerkorde

7 minuten leestijd

Deze week vond een conferentie plaats van de Commissie Kerkorde met een dertigtal genodigden uit de kerk om te spreken over het ontwerp. Deze conferentie bij te wonen was reeds van belang, omdat zij een weerspiegeling geeft van de kerk en daarmede van de schier onoverkomelijke moeilijkheden. Wij zouden wensen, dat alle dominé's, ja, alle kerkeraadsleden, in de gelegenheid waren om de kerk eens zo te zien. Dat zou aan twee zijden een vrucht kunnen afwerpen. 1e. zouden zij de moeilijkheden, waarin wij kerkelijk zitten, beter verstaan, maar in de 2e plaats zouden zij onder de indruk komen van het feit, dat zowel mannen van links tot rechts in mening en opvatting uiteenlopende met elkander kunnen spreken, zodat ieder zich uitspreken kan en de aandacht der anderen heeft, omdat men elkander wil begrijpen. Daarin is toch iets weldadigs. Merkwaardig is ook, dat men schier over de gehele linie gaat inzien en toestemmen, dat de kerk confessioneel bepaald is, nog altijd een confessie heeft, en dat deze nog, altijd van kracht is.

Wij zeggen niet, dat daarmede de kerk reeds in haar geheel tot haar belijdenis is teruggekeerd, of ook maar, dat inzien en toestemmen, dat het zo is, zou gelijk staan met geloven en aanvaarden. Indien men echter begint met te erkennen, dat dit zo is en als een vanzelfsprekend feit wordt aanvaard, zal men de eerste stap gezet hebben op de weg naar de sanering van het kerkelijk leven. Nog eens wij beweren niet, dat erkennen en aanvaarden van dit feit, ook betekent, dat de kerk daarmede op eenmaal een gereformeerde kerk is geworden.

Maar wie is zo onnozel om dat te verwachten? Mogelijk zijn er hier of daar, wier blik niet verder reikt dan hun eigen orthodoxe volkskerk en haar even rustig orthodoxe naburige kerken. Wie echter gezicht heeft op de kerk als geheel, zal begrijpen, dat er jaren over heen zullen gaan, voordat de kerk in het algemeen tot haar confessie zal zijn wedergekeerd. Die eer ste stap echter is van grote betekenis : erkennen, dat de belijdenis nog'altijd de belijdenis is en vanzelfsprekend van kracht is.

Wie de kerk ziet, en zijn medeverantwoordelijkheid en schuld gevoelt, wordt wel bedachtzaam gemaakt en leert wel inzien, dat alle rigorisme hier moet uitgesloten zijn.

De discussie over hetOntwerp-Kerkorde concentreert zich om drie punten : 1e. Art. 10 over de belijdenis en de ordinantie over het opzicht, met name de leertucht; ten 2e. de raden en commissies; ten 3e. de financiële ordinantie, bestuur en beheer.

Ook overigens kunnen er vragen zijn en die waren ter conferentie zeer zeker. Het ligt ook voor de hand, dat men een werk als dit moet leren verstaan in zijn achtergrond, saamhang en strekking, maar de drie genoemde grote stukken treffen om zo te zeggen een ieder, van welke kant hij ook komt.

Art. 10. Wij komen op dit artikel nog afzonderlijk terug en hebben daaromtrent nog wel een en ander op te merken, doch willen in dit verband slechts memoreren, dat de beoordeling van dit artikel voor velen onmiddellijk samenhangt met die van de leertucht. Die twee hangen dan ook samen. Leertucht immers is ook een functie der belijdenis. Allerlei spoken komen bij de mensen op, als zij aan deze dingen denken. En al die spoken zweven om twee vaste punten heen : enerzijds het gevoelen, dat de confessie niet op zij kan worden gezet, integendeel, en anderzijdis, dat de waardering der kerk van haar eigen confessie en haar verantwoordelijkheid leertucht gebieden. Deze twee dingen ziet iedereen wel in, die nog enig begrip of gevoel van, wat een kerk is, heeft. En niemand is van mening, dat de paragraaf over de belijdenis en over de leertucht alleen pro forma een plaats in de kerkorde innemen. Daarover lopen dus de verschillen niet. Zij kunnen ook over de inhoud der belijdenis in het generaal niet gaan, daar geen mens, die nog enig besef heeft van de kerk, er over denkt om de ganse inhoud der belijdenis dubitatief te stellen. Dat besef brengt toch mede, dat men er ook iets van proeft, dat het geloof der kerk een objectieve werkelijkheid is, welke zich in de confessie aandient.

De moeilijkheden kopien dan ook op in het gebied van de subjectieve instelling tot die objectieve realiteit. Dat is heus geen aangelegenheid, welke in onze kerkelijke verwarring alleen wordt aangetroffen. De zaak is echter wèl zo, dat de huidige toestand door heel sterke verschillen spreekt, doch ook in een normaal gereformeerd kerkelijk leven zal er altoos een, zij het ook, graduele distantie zijn tussen het subjectief en objectief geloof. Die distantie kan zich binnen het terrein van het waarachtig geloof houden, zich langs de periferie bewegen, maar ook tot daarbuiten reiken.

Wij zeggen echter volstrekt niet, dat wij de grens tussen geloof en vals geloof of ongeloof als hartekenners zouden kunnen onderscheiden. Dat wordt echter van ons niet gevraagd en het oordeel is ons niet gegeven. Het gaat echter over het geloof dter kerk, waaraan zij uitdrukking geeft in haar confessie. Voor zover, wij dat geloof persoonlijk deelaphtig zijn, verstaan wij ook zijn objectief karakter en het beroep op de Heilige Schrift, zijnde de regel des geloofs.

Maar als wij vreemd aan of vervreemd van dat geloof zijn, verder verwijderd, of dichter bij, kunnen wij dan vergen, dat de kerk haar geloof laat varen en haar belijdenis prijs geeft terwille van ons, of zullen wij dat geloof zoeken en gemeenschappelijk de strijd der kerk in onze tijd voeren ?

Wij spraken van spoken rondom de twee brandpunten belijdenis en leertucht. Zij komen op uit het gevoel van eigen distantie, en kunnen ook een gevolg zijn van vooroordeel en vrees voor wat doet denken aan rigorisme en inquisitie. Tot op zekere hoogte kan dit ook grond vinden in een suggestie, welke zweemt naar zelfveroordeling. Anderzijds mag niet worden ontkend, dat de orthodoxie — welke zo lang in een hoekje van de kerk een geïsoleerd leven heeft geleid, vrijwel uitgesloten van de regering der kerk en dientengevolge niet geoefend in het besef van verantwoordelijkheid ten aanzien van de kerkelijke toestand, waarin wij verkeren, wel eens te ge­makkelijk oordeelt over anderen en te weinig op de kerk in haar geheel is ingesteld. Reeds uit dien hoofde zal het goed zijn, als onze mannen meer aandacht geven aan het geheel, waartoe de bespreking van het ontwerp kerkorde een goede aanleiding zal zijn. Overigens zijn de gereformeerde dominé's verstandig genoeg Om in te zien, dat de kerk niet in één dag tot een gereformeerd kerkelijk Teven kan komen en dat zulks eerst geleidelijk aan zal geschieden en wellicht jaren zal vragen.

De financiële ordinantie vraagt ook nog nadere behandeling. Opmerkelijk was, hoe van verschillende zijden geattendeerd werd op behoud van de zelfstandigheid der plaatselijke gemeente. Men gevoelde blijkbaar, dat deze wordt bedreigd door de betreffende ordinantie. Ofschoon het tegendeel ook werd beweerd, zijn wij nog niet overtuigd Integendeel, wij achten de centralisatie niet zonder gevaar. Het bezwaar, dat wij steeds tegen de raden en commissiën hebben geopperd, kan juist in verband met het financieel beleid wel eenshoogst actueel worden.

Over de figuur ouderling-kerkvoogd viel nog al het een en ander op te merken. Gelijk wij hadden verwacht en ook zelf voorstonden, gevoelden sommigen meer voor de, diaken-kerkvoogd. In het algemeen stond men welwillend tegenover deze ordinantie. Dat is trouwens begrijpelijk, want het zwaartepunt ligt op het principiële. Hoe zal dit ontwerp, gehanteerd worden ? Dat is eigenlijk beslissend. Door wie, zal het worden gehanteerd ? Of zullen wij het samen doen door ons gemeenschappelijk op echt kerkelijk standtpunt te stellen en de eerste stap te doen, die leiden kan tot sanering van ons kerkelijk leven ?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 januari 1948

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's

Over de Kerkorde

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 januari 1948

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's