De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Samuël, een zoon der Wet

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Samuël, een zoon der Wet

FEUILLETON

4 minuten leestijd

EEN VERHAAL UIT HET HEDENDAAGSE PALESTINA

85)

Alleen Jossele, de „man van de kruik", deed daarbij niet voor hem onder. Maar die had dan vaak bovendien nog allerlei werkjes te verrichten, die in andere huishoudens aan de vrouw of moeder ten deel vallen.

Intussen kwamen de mensen in Baitjisrael ook een heel eind vooruit. De meesten daar konden reeds in dit jaar een begin maken met de toebereidselen voor de bouw van stenen woonhuizen, en na het einde van de oogst begon daar het ijverigste gemetsel en getimmer, dat meh zich maar denken kan. Zo nam dan het reeds van het begin af vastgestelde plan van bebouwing nu vaste vormen aan. Het ene vriendelijke huisje na het andere verrees, werd bedekt met een kap van rode tegels en versierd met een voortuintje. De dorpsstraat werd afgezet met jonge bomen. De BaitjIsraëlieten waren mensen geworden, die met hun woorden wat zuinig werden en die taai waren en arbeidzaam, — van die rustige, zekere mensen, wie ieder verlangen om boven anderen uit te steken of langs sluipwegen winst te maken, vreemd is, — echte en oprechte Joden dus !

Maar toch was het de meest welkorne vooruitgang van deze zomer, dat nu de Synagoge kon worden gebouwd. Heel Schaloom leverde daartoe naar de mate van hun tijd en krachten medewerking. Zij waren nog niet bij machte om met geld te helpen. Dat konden trouwens de rnensen van Baitjisrael ook nog niet. Zij hadden de bouwsom als fonds van een rijke geloofsgenoot uit Europa aanvaard en brachten nu zelf als vrijwillig offer alleen hun werkkracht in. De heilige gereedschappen werden in de pas opgerichte school voor kunstnijverheid te Jeruzalem vervaardigd. De ambtsgewaden en het voorhangsel voor de heilige ark stikten de vrouwen van de beide dorpen. Sinaï Tulpenbloesem was juist op tijd gereed gekomen met zijn Thora-afschrift en het bescheiden gebouw werd in de herfst ingewijd. Diezelfde dag werd Sinaï in het ambt van plaatsvervangend Rabbijn geïnstalleerd.

De blinde Suze hoorde vanaf de vrouwenplaats wenend naar zijn stem. De mooie baritonstem van de kleermakerspatroon Zalig, klink duidelijk door het recitatief van de mannelijke gemeente, en het stemmetje van zijn dochtertje zweefde als een duif uit boven het zingen van de kinderen, die bij wijze van uitzondering die dag niet alleen toegang hadden gekregen, maar ook samen en alleen een Psalm mochten zingen. Samuel stond daar beneden, en hij keek zijn ogen uit aan het rijke fries met het schild van David, de stenen tafelen en de grote kandelaar met de zeven armen. Hij zag ook naar boven naar de kleine Mannia, en droomde van een tempel te Zion, waar zij eens met sterke koren van maagden het lied zou moeten ten gehore brengen als lang geleden Mirjam deed met de maagden van Israël. Want ook Mannia zou moeten behoren tot diegenen, die naar het wondere koningsgebed „in het huis des Heeren ; blijven een lengte van dagen".

Hemzelf bracht deze dag ook reeds een betrekking In dit huis, wel een heel bescheiden werk, maar dat hem toch tot hoogste eer verstrekte. Hij werd Synagogedienaar, en dat hield in, dat hij voortaan iedere Sabbat in de vroegte met de houten hamer de kolonie zou moeten doorgaan, en door drie slagen op iedere huisdeur de nog slaapdronken gemeente tot het morgengebed zou moeten wekken. De volgende dag reinigde en poetste hij het Godshuis met al de gereedschappen en versieringen, die behoorden te glimmen. Het moest een jongen zijn, op wie niets viel te zeggen en die tevens vroom was, wie dit werk kon worden toevertrouwd.

Buitendien leefde hij voor zijn kleine leer-school, waar ook grotere kinderen deel aan namen. Maar hij wou een beter leermeester zijn dan de jongeman, die in Rusland hem en de andere knapen al heel vroeg uit hun huizen had gehaald en die hen dan 's avonds weer thuis had gebracht, die hen sloeg en hun boterhammen hun afnam en ze vóór hun ogen dan opat; die altijd hebzuchtige en hongerige jongeman !

(Wordt vervolgd.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 januari 1948

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's

Samuël, een zoon der Wet

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 januari 1948

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's