Financiën
Postgiro 138421
't Is bij het klimmen onzer jaren zo gelegen, dat het ons moeite kost om de tel onzer dagen niet kwijt raken. Toen wij nog jong waren, schenen deze veel langer, 't Staat me nog levendig bij, dat ik toen vaak dacht, wat duurt zo'n jaar toch lang ; 12 maanden moesten worden volgemaakt voor ik weer jarig mocht zijn. Dit is nu heel anders. Ge kunt 't haast niet bijhouden. Hoe dit komt, is gemakkelijk weer te geven. Iemand, die staat midden in het leven, heeft zo'n massa dingen te verwerken, die hem helemaal in beslag nemen, dat hij in die korte tijd niet klaar komt. Het vliegt over hem heen. Hij zou het zó willen, dat hij een ogenblik kon uitrusten. Wanneer hij dit deed, zou hij onder zijn werk straks gebogen zijn. Hij wordt voortgestuwd, opgejaagd. Vandaar dat hij, zal hij de moed niet verliezen, zich heeft aan te passen aan het jachtende leven zelf.
In de korte tijd, welke hem door de Allerhoogste, de genadevolle Heere des hemels geschonken wordt, moet hij de dingen zien, als behorende tot zijn levenstaak. En dan vaak, in grotere greep. Is het u nooit opgevallen, dat dit een verschijnsel is, onze tijd geheel eigen ?
Laat uw oog maar eens gaan over wat zich voordoet bij de wereldgang onzer dagen. Men telt niet meer met jaren, thans wordt over hele jarenreeksen beschikt. Een jaar telt nauwelijks mee. Thans worden deze ingedeeld als een onderdeeltje van een groep. Staat het niet in grote letters geschreven : 't Was in de jaren 1940—1945. Vijf jaren tegelijk. De greep was voorlopig vastgelegd en toch bleek deze nog te eng. Ge zegt het mij na : 7 jaar zou de werkelijkheid , nog veel meer benaderen. Met andere woorden : een jaar van 365 dagen telt ternauwernood mee.
Zo is de werkelijkheid ; de regeringen van de grote natiën spraken, voordat de wereldoorlog begon, al lang van tevoren van een vijf-jarenplan. Eén telt niet meer mee.
Is het nu wel zo wonderlijk, dat wij door de verschijnselen in het groot worden meegetrokken, meegezogen door de gebeurtenissen zelve ? Of ge wilt of niet, hetzij ge de rug er naar keert, of dat ge over dit alles heen uw oog vestigt op wat de Heere ons met dit alles voorhoudt, n.l. alles wat ge ziet is tijdelijk : Ik, de Heere, blijf Dezelfde. Mijn plan — zo spreekt de Allerhoogste — is een eeuwigheidsplan. Het mag u niet verontrusten, al wat ge ziet staat u beschreven op het heilig Blad. Weest niet verschrikt: Ik blijf Dezelfde. Niets kan Mijn hoog bevel ooit keren : 't Blijft van geslachte tot geslacht. Zo is de werkelijkheid.
Met dit als inleidende gedachte kom ik in dit pas begonnen jaar tot u. De eerste, posten zijn nog behorende tot 1947. Daar staat voor u een heel rijtje nog te wachten :
1. Vanuit Leerdam kwam van de heer J. v. B. zijn contributie als lid van de Bond, zijnde ƒ 1.50
2. Onmiddellijk gevolgd door een gift van de heer H. J. v. M. te Utrecht, zijnde ƒ 5.— Tezaam verbonden met zijn contributie voor het nieuwe jaar, zijnde ƒ 1.—
3. Hierop volgde een collecte voor het Studiefonds van onze Bond, welke de penningmeester van deze Bond uitstekend goed paste. Deze bedroeg niet minder dan ƒ234.53
Hierop had ik niet durven te rekenen. Dit is de eerste keer, dat me zulks overkomt. 'k Ben er erg door getroffen. De zegen des Allerhoogsten ruste op gevers en voor wie het bestemd is, beide.
4. Mej. B. te Ermelo zond me een Kerstgave van ƒ 2.50 Hartelijk dank !
5. Te Brandwijk, vanwaar ik vaker een collecte mocht ontvangen, zond me de kerkeraad ditmaal een bijdrage, waarop ik niet had gerekend, 'k Betuig mijn erkentelijkheid in deze. Deze bedroeg ƒ 40.—
6. Het spreekt vanzelf, dat lang niet in alle gemeenten op een en dezelfde wijze met ons en onze fondsen wordt gerekend. Daar zijn er intussen, waar men, wetende hoe men staat tegenover de prediking van onze Bond, daarvan wel enige verwachting mocht koesteren. Wanneer dit uitblijft, wordt dit als iets pijnlijks aangevoeld.
Zo kwam uit Renkum een bijdrage, welke was tezaamgebraeht door leden van onze Bond, bedragende niet minder dan 50 gid. aan contributie.
Onze erkentelijkheid mag ik zeker betuigen.
7. Te Jutphaas werd een rijksdaalder in de collecte gevonden voor onze fondsen. De diaken aldaar zond mij deze.' 'k Verblijd me ook in deze gift en zeg de diaken vriendelijk dank.
8. De heksluiter voor 1947 had nog een verrassing mij toegedacht. Een onzer oud-alumni zond mij als dankoffer en tevens als aflossing voor wat hij in de jaren, welke achter ons liggen, had genoten, ƒ100.—
Het zou mij tot blijdschap stemmen, als dit voorbeeld door meerderen werd gevolgd.
Hiermede zijn de verschillende bijdragen in 1947 alle op papier uitgestald, zodat het nieuwe jaar naar voren treedt.
9. Een paar penningmeesters van onderscheidene afdelingen kwamen zich rnelden, n.l. in Gouda zijn de contributies ingezameld.
Deze bedroegen de som van ƒ 43.50
Die van Haarlem trad nu in het gelid. Het verslag was mij niet helemaal duidelijk. Ik meen daaruit te merken, dat hier nu niet bepaald alles op 'n lichtende toekomst wees. 'k Hoop, dat ik hierin me vergis. De penningen, welke afgedragen werden, kwamen zulks nog niet ontzenuwen, 'k Hoor wellicht nog wel iets naders.
De afgedragen gelden bedroegen ƒ 18.—
10. St. Annaland heeft de kerkeraad, die zich het offer moest getroosten voor de arbeid in het Verre oosten hun predikant een tijd lang te moeten afstaan. Voor een tijd lang — zeiden wij — verder durven wij met ons zeggen niet te gaan. Wij spreken de hoop uit, dat de Heere hem weer behouden terug doet keren. Toch kunnen wij het verstaan, dat èn de kerkeraad zich geplaatst ziet voor vele moeilijkheden èn zijn eigen huisgezin niet minder. Het valt me op, dat de kerkeraad toch niet achterbleef, doch voor-het Studiefonds 4 briefjes van 10 gld. opzond. Gods zegen ruste op alles.
11. Voor het Studiefonds heeft de kerkeraad van Bruchem en Kerkwijk evenzoo een flinke bijdrage ons toegezonden. Deze zond voor onze fondsen de som van ƒ 50.— Wij danken daarvoor.
12. Door ds. Timmer kreeg ik, zoals meermalen plaats heeft, enkele giften. Vanuit Yerseke van v. K. 5 gld., en van de heer v. d. , M. 1-gld. Tezamen alzo ƒ 6.—
13. Door collega v. d. D. te Monnikendam werd oudergewoonte f 1.50 aan contributie opgezonden.
14. Onze vriend Van der Roest te Kampen zit, als 't maar enigszins mogelijk is, op de uitkijk of hij niets kan kwijt raken aan de penningmeester in de Frans Halsstraat 18, Utrecht. Nu, dit gelukt hem in de regel nog al. Zo zond hij aan contributiegelden mij dezer dagen . ƒ 28.— Wij danken hem en onze Kampense vrienden voor hun trouwe hulp.
15. Uit het Noorden wordt ons zo van tijd tot tijd ook weer iets in de hand gestopt. Zo gedacht hij ook thans ons weer met een bijdrage voor onze fondsen van ƒ 2.50 Wij vinden dit heerlijk.
16. Uit D. zond ons een vriend, wiens naam ik niet mag noemen, zijn contributie van 1 gld., vermeerderd met ƒ 1.50 als gift voor onze Bond. Wij danken u voor beide giften.
17. Thans komen twee tegelijk, n.l. H. B. en M. S. uit Nederhorst den Berg. Beide gevers ieder 1 gld. als contributie en 1 gld. tezamen als gift. Alzo ƒ 3.— Met veel dank.
18. Uit Alblasserdam kreeg ik van A. v. V. 5 gld. als contributie en 5 gld. voor het Studiefonds. Alzo ƒ 10.— Prachtig, hoor !
19. Thans komen nog meerdere contributieposten zich melden, n.l. van de heer V. te Nieuwersluis 1 gld. contributie, plus ƒ 1.50 voor het Studiefonds. Tezamen ƒ 2.00
20. Van de heer v. P. te Ooltgensplaat kreeg ik ƒ 1.— als contributie.
21. Van de heer v. K. te Blauwkapel kreeg 'k aan contributiegelden van de laatste jaren, n.l. van de laatste vijf jaren ieder 1 gld. Dit vinden wij heel goed. Zo boekten wij voldaan met 5 gld.
22. Collega Pott te Kralingen kreeg voor onze fondsen van S. 5 gld.
23. Van de Administratie van De Waarheidsvriend kreeg ik voor het Studiefonds van Zuster W. v. d. Torre te Ermelo ƒ 6.—
24. Eveneens door de Adm. van De Waarheidsvriend kregen wij van A. P. Korevaar te Bodegraven 1 gld. en van P. te Groenekan ook 1 gld. voor het Studiefonds. Samen ƒ 2.—
25. Door ds. Korevaar te Gouda van een jarige twee gld. 50 cent Voor zulk een verjaringsgift zijn wij veel dank verschuldigd. Hij wil onze dank ook wel doorgeven ?
26. Ds. Postma te Den Bommel zorgt voor geregeld steun. Hij is met zijn contributie als lid geen moment te laat. Wij boeken deze met dank: ƒ 1.—
27. De heer A. Vis te Alphen a.d. Rijn deed op dezelfde wijs. Hij zond ons zijn contributie, namelijk ƒ 2.50
28. Collega Van der Zee te Ridderkerk zond mij zijn contributie eveneens ƒ 2.—
29. Door ds. Timmer te Harderwijk kreeg ik van N.N. voor het Studiefonds ƒ 10.—
30. Gift van de heer F. J. v. S. te Zetten voor het Studiefonds ƒ 10.—
Hiermede zullen wij thans volstaan. De verschillende posten hebben deze keer niet die hoogte bereikt, welke ik verwacht had. De laatste keren, dat ik een punt zette, klom nog altijd boven de duizend gulden ; ditmaal kon ik de zevenhonderd nog niet grijpen. Opgeteld is het thans
f 691.53
Wij zeggen allen, die hieraan meegewerkt hebben, hartelijk dank en blijven onze zaak aanbevelen, het aan de Heere overgevende, opdat Hij het al mag bekronen met Zijn zegen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 januari 1948
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 januari 1948
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's