De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Samuël, een zoon der Wet

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Samuël, een zoon der Wet

4 minuten leestijd

EEN VERHAAL UIT HET HEDENDAAGSE PALESTINA

86)

Ook reeds volwassen jongelui verdrongen elkaar bij deze prettige en nuttige lessen. Daaronder was ook Jossele, „de man met de kruik", die nooit sterk in kennis was geweest, en die dus een beetje herhalingsonderwijs best kon gebruiken. En wat hij nog beter gebruiken kon, waren mensen, die met hem mee leefden en streefden. Juist daarom schaamde hij zich niet om zijn sterke ledematen tussen de kleine kinderen neer te buigen en met hen samen griffel en lei te hanteren. Tegenover Samuël deed hij zijn hart open en hem gaf hij zijn vriendschap ; van hem nam ook zijn verduisterd innerlijk menige zonnestraal op.

Jossele had evenals al de andere mensen van Samuel bijzondere verwachtingen, ook al kon hij niet precies aangeven, wat dat zou zijn. In ieder geval moest het iets hoogs zijn, en als het misschien voor Jossele ook te hoog was, om goed door hem te worden verstaan, zo was hij toch bereid hem daarbij onder alle omstandigheden terzijde te staan.

En het was wel heel zeker, dat al de jongelui uit Baitjisraël die zo nu en dan op de vrije avonden bij  de veertienjarige knaap kwamen, om zich door hem te laten onderwijzen, hem ook later zouden aanhangen ! Ja, er waren zelfs twee Arabieren uit de dorpsruïne gekomen, om mee te doen aan het rekenen met tafels van vermenigvuldiging, en die ook wel hun jongens wilden sturen ; en die zelf met Samuel praatten als met een grote mijnheer !

Het enige, waarmede Jossele vooralsnog betaalde, was, dat hij hem wees, hoe het zeven van het koren moest gebeuren in de wind, en hoe durra moest worden gezaaid met een trechter, en hoe de twee lammeren, die Sinaï tot mestschapen wilde opfokken, moesten worden gevoederd. Maar later zou er ongetwijfeld iets groters gebeuren, dat door Samuel dan op touw zou worden gezet en dat door hem, de vluchteling en door alle rechtschapen mensen zou worden gesteund en bevorderd. Deze bepaalde verwachting koesterde Jossele ten aanzien van zijn jonge vriend Samuel.

Voor Jossele was niet de komst der kolonie een heel nieuw leven aangebroken. De afstomping, waaraan hij langzamerhand dreigde ten prooi te worden, was allengs geweken. Nu kon hij raad geven, helpen, beschermen ook, en werd hij gezien en werd hem advies gevraagd. Dat hij, met zijn vier jaar langere ervaring, de vrienden vooruit was, wekte juist ook zijn zelfgevoel, dat wat was ingeslapen. En ook zijn klein bedrijf, waaruit hij tot nu toe niet meer dan het allernodigste levensonderhoud had willen winnen, nam nu een hogere vlucht.

En dan zag hjj thans een vrouw in zijn vriendelijke omgeving!

En om harentwille voelde hij zich aan Mandel tot elke mogelijke vriendschapsdienst verplicht.

Maar deze verwonderde zich erg over zijn hulpvaardigheid en begreep niet, dat dit alleen zou kunnen zijn om een vrouw, die in weken en maanden nauwelijks een woord met hem wisselde.

Eens op een dag gebeurde het, dat Mandel haar wéér met zijn buurman in gesprek vond. Zij verbond met een stuk linnen een grote wond, die Jossele zich zelf met een bijl in zijn hand had toegebracht. En weer kwam er zoiets als een zonsverduistering over de ogen van Mandel. Weer voelde hij zich plotseling van de hoogte van zijn geluk naar beneden geslingerd, in een afgrond van vertwijfeling en woede. Hij was een geslagen, man !

Rea merkte wel zijn gevoel, maar zij kon het gesprek toch niet ineens afbreken, Jossele daarmee een belediging aandoen en zelf daar gaan staan als een schuldige ! Zij maakte rustig af, wat zij te doen had, en ging toen met Mandel hun huis binnen. Ook hier rechtvaardigde zij zich niet, maar bewaarde een ontstemd zwijgen.

„Zeg mij alleen maar dit éne", zei hij boos, terwijl hij met moeite zichzelf meester bleef; „sprak hij een ongeoorloofd woord tegen je ? "

Zij keek hem bestraffend aan, als een moeder haar ondeugende jongen doet. „Denk Jij nu heus, dat ik een verkeerd woord zou willen aanhoren ? "

(Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 januari 1948

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's

Samuël, een zoon der Wet

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 januari 1948

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's