De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De nieuwe Kerkorde

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De nieuwe Kerkorde

8 minuten leestijd

De eerste stap

Wij zijn op weg naar een nieuwe kerkorde. Is dat misschien wat gewaagd optimistisch ? Zijn wij op weg ? Of moet wellicht de eerste stap nog gezet? Wij hebben toch de werkorde, die ons een Synode ad interim bracht. Er is een ontwerp, zelfs in de kerk gebracht. Dat. alles wijst wel op het streven om tot een nieuwe kerkorde te komen, maar geeft nog volstrekt geen waarborg, dat het gebeuren zal. De kerk immers zal er niet maar in gekend worden, maar zal mede discussiëren, considereren en al doende doordrongen worden van de ernst der zaak.

De kerk moet weer kerk worden. Men hoopt althans, die het wèl menen en verstaan, hopen, dat de kerk in deze weg van gemeenschappelijk streven weer kerk zal worden. Eigenlijk een heel vreemde spreekwijze : de kerk moet weer kerk worden. De kerk is dus niet, wat zij behoort te zijn. Zij beantwoordt niet aan haar aard en wezen. En men wil, dat zij dat wèl zal doen.

Hoe dat dan zal zijn?

Dat is het nu juist. Hoe zal dat zijn? Het besef is, dank zij de ervaring der laatste jaren, schier algemeen geworden, dat het anders moet worden. Dat betekent echter nog niet, dat men het ook eens is over de vraag, wat met de aard en het wezen der kerk overeenkomt, en over de weg, die tot zulk een sanering van het kerkelijk leven kan leiden, zodat zij met recht op de waardigheid en het aanzien van de kerk van Christus aanspraak mag maken.

Als er overeenstemming in die twee punten mag worden bereikt, kan er uitzicht op wezen, dat de kerk binnen één á twee generaties een gereformeerd karakter vertoont.

Wie zich rekenschap geeft van de werkelijkheid en zich niet laat meevoeren door vals idealisme ofi door een onchristelijk rigorisme wordt bewogen, zal dat met ons eens zijn. Wij kunnen wel alles aangrijpen als in een koortsachtige ijver om, indien het mogelijk ware, alle onbetaalde rekeningen der kerk tegelijk te kwijten, maar vóór alles zal de kerk tot zich zelf moeten komen en zich op haar wezen bezinnen. Er is iets goeds in, dat wij ons de schuld van het voorgeslacht aantrekken. Het is Bijbels en, daarom nodig. Maar wij zijn niet bij machte die schuld af te doen en het verlorene terug te brengen. Wat wij nodig hebben, is een nieuw begin, een hernieuwd kerkelijk leven in gehoorzaamheid aan Gods Woord en gebod.

De schuld op ons nemen betekent ook een open oog hebben voor de werkelijkheid, een klaar beeld vormen van de situatie, waarin de kerk verkeert en die situatie aanvaarden, zoals die is in de erkenning, dat die door onze ontrouw, schuld en nalatigheid zo geworden is.

Klaarheid zal echter dan alleen bij ons zijn, - indien wij die toestand zien in het  licht van de eis des Heeren aan Zijn kerk. Eerst als wij een helder beeld hebben van de openbaring der kerk, gelijk die kan beantwoorden aan haar eigen aarden wezen, eerst dan kunnen wij een klare voorstelling hebben van haar wangestalte en de weg harer sanering.

Als wij waarlijk onder de indruk komen van de schuld van ons en onze vaderen, mogen wij hopen op de hemelse barmhartigheid, en dan kan het niet anders, of alle rigorisme zal wijken. Wij zullen mede dragen aan de zonde der kerk en wijsheid zoeken, opdat de breuk niet erger worde en het ganse gebouw ineenstort. Want ook dit gevaar dreigt, dat in stede van restauratie en hereniging, de laatste krachten worden verteerd door de ziekte van een heilloos sectarisme.

Geen overspannen idealisme en geen ijver zonder verstand. In zulk een weg is geen heil te wachten.

Allen zullen eensgezind moeten zijn in de erkenning, dat de kerk krachtens haar aard confessioneel is bepaald, dat zij een confessie heeft en dat deze confessie vanzelfsprekend nog van kracht is.

Het eerste en tweede punt kan moeilijk worden ontkend, aangezien men dan in strijd zou zijn met de feiten. Wie het derde punt zou willen ontkennen, zou zichzelf onttrekken aan dis gemeenschap met de kerk der reformatie. Hij censureert zich zelf. Zulk een ontkenning toch grijpt veel, dieper in, dan men mogelijk oppervlakkig zou menen. Het gaat immers om de kerk, om het besef van haar aard en wezen. In dé confessie heeft de kerk der reformatie in een periode harer geschiedenis, die onbetwistbaar zeker van buitengewone kracht en zekerheid des geloofs getuigt, ook van haar aard en wezen een klaar getuigenis gegeven. Wie dat zou negeren, zou zich er aan schuldlig maken, het werk van de Heilige Geest gering te achten, die de kerk der vaderen heeft geleid. En hoe zou iemand zekerheid kunnen koesteren diezelfde Geest, dat is de Geest van Christus, tot een Leermeester te hebben en in hetzelfde geloof te leven, indien hij de belijdenis der vaderen voor krachteloos hield. De kerk is maar niet een ding, over hetwelk men kan oordelen naar eigen willekeur, en dat nu blijkt, uit de belijdenis der vaderen zo duidelijk. Wie dan ook het Schriftgeloof der reformatoren deelachtig is, zal niet lichtvaardig over de confessie heenstappen. Velen zijn echter vervreemd, niet alleen van dat geloof, maar ook van de kennis der Schrift.

Men vergete echter niet, dat de latente kracht der belijdenis in ons kerkevolk in veel breder kring nog werkzaam is dan sommigen ondfersteilen. Het confessioneel besef reikt veel verder dan tot degenen, die als confessionalisten worden gedoodverfd.

De belijdenis is nog altijd het draagvlak van het kerkelijk leven. Zij geeft uitdrukking aan het geloof aIs objectieve werkelijkheid: het geloof der kerk. Krachtens dat geloof vervult de kerk de ambten, onderhoudt zij de Dienst des Woords, bedient zij die sacramenten, drijft zij Zending. En zo niet, dan bouwt zij in de lucht.

Daarom is er maar één weg, en de eerste stap op de weg naar een gezond kerkelijk leven is de algemene erkenning van het feit, dat de belijdenis van kracht is, en dat zij derhalve moet functioneren. Indien men van dit standpunt niet uitgaat, als vanzelfsprekend en geboden, kan men de leuze: „de kerk moet weer kerk worden", wel laten varen.

Functioneren! Dat is het tweede punt. Hoe zal de confessie functioneren ?

Niemand zal zo dwaas zijn te menen, dat de belijdenis alleen als een traditionele versiering in de kerkorde voorkomt, als zou dit louter pro forma zijn. Een dergelijke dode functie ware misleidend en erger.

Zo waarlijk de belijdenis het draagvlak van het kerkelijk leven is en moet zijn, functioneert zij in alle dienst en arbeid der kerk. Dat behoort althans zo te zijn. Men praat wel eens over gravamina, maar het behoeft geen betoog, dat men moeilijk van gravamina kan spreken, als de belijdenis niet functioneert. Dan ook kan men over gravamina niet kerkelijk handelen.

De functie begint dus bij de erkenning, dat zij van kracht is, de eerste stap, en dan komt de leertucht in het gezichtsveld. Een moeilijk stuk. Enerzijds vurig begeerd, anderzijds ongewenst, en zelfs gevreesd, door allen gevoeld als onvermijdelijk en noodzakelijk. Kerkelijke leertucht is trouwens voortreffelijker dan de vrije leertucht, welke vrij spel heeft als de kerkelijke in gebreke blijft. De kerkgangers oefenen op hun wijze tucht. Iemand schreef laatst wel, dat volle kerken nog geen bewijs van leven zijn, maar ledige kerken kunnen toch bezwaarlijk als zodanig worden aangehaald. Het is waar, dat zij ook niet het tegendeel bewijzen, n.l. dat de gemeente dood is. Maar het volk wordt verstrooid, als er geen profetie is.

De ledige kerk wijst op een veroordeelde prediking en stelt de prediker de facto buiten dienst, maar deze blijft de kansel innemen, terwijl de gemeente vervreemdt van de kerk of als schapen zonder herder ronddoolt. Op die wijze heeft in verschillende streken het kerkelijk leven grote schade geleden. De gemeente heeft immers recht op een prediking naar de confessie en de man, die een andere prediking brengen wil, heeft geen recht op de gemeente. Zo staan de zaken kerkelijk gedacht, en daarom is, de kerk verantwoordelijk voor de prediking. Er zal wel altoos verschil in smaak blijven en ook de gaven zijn verscheiden, maar bij een gezond kerkelijk leven moet men vertrouwen kunnen hebben in de bediening van het Woord. Daarom moet de kerk toezien op de leer. Nalatigheid betekent ontkerstening en verstrooïng.

De voortgeschreden ontkerstening wijst op een onbetaalde rekening. Deze kan echter door al de arbeid tot herkerstening aangegrepen, evenmin op korte termijn worden afgedaan als door een rigoristische leertucht. Want de herkerstenhig kan alleen vrucht opleveren, als er een gezond kerkelijk leven achter staat en een leertucht; welke in de huidige omstandigheden allereerst een sanerende strekking moet hebben, vraagt wijsheid en barmhartigheid

Wijsheid van allen, maar vooral ook van degenen, die zich bewust zijn op gespannen voet te staan met de confessie. Zij moeten willen begrijpen, dat de kerk niet anders kan en mag, als zij getrouw wil zijn aan de Christus der Schriften en aanspraak wil maken op de waardigheid van Zijn kerk.

Wijsheid en barmhartigheid van allen, die uit het geloof in die Christus leven, omdat zij verstaan, dat de kerk, die gedurende vele generaties een ongebonden vrijheid in de leer heeft toegelaten, niet plotseling de lijn zo strak kan aantrekken. Indien men eensgezind de eerste stap doet, erkent, dat de belijdenis der kerk van kracht is, en derhalve moet functioneren, kan er uitzicht zijn, dat een nieuwe toekomst over ons kerkelijk leven opgaat.

Geve God, dat het zo zijn mag.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 januari 1948

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's

De nieuwe Kerkorde

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 januari 1948

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's