De Catechismus op de catechisatie
De Catechismus verouderd, zo zegt men. In stijl en woordkeus 16de eeuws. Wie zal het ontkennen ? Vergeefs echter zoekt men de kracht om dezelfde dingen nieuw te zeggen. Daarom zit de catecheet er mede, want hij kan toch eigenlijk niet buiten de Catechismus. Er zit iets in die Catechismus dat niet veroudert. Die Catechismus is zo echt Bijbels van karakter. Hij draagt alle kenmerken van het echt reformatorische leven naar zijn verscheiden rijkdom. Bovendien is het volkomen juist, wat dr. Wielenga opmerkt in zijn onlangs verschenen werk over de Heidelberger (blz. 17 : „Reeds de invoering door Petrus Datheen, de vertrouwensman van de „kleine luyden'', was een aanbeveling. Maar wat vooral tot de popularisering hier heeft geleid is de evenredige wisselwerking tussen de aard van het boekje en de Nederlandse volksaard". Opmerkelijk is ook de volgende mededeling : „Bij het optreden van het ministerie-Kuyper gaf de liberale woordvoerder prof. Van der Vlugt in de Tweede Kamer dit merkwaardig/getuigenis : Dat er hier een Christelijk ministerie zit, hebben de rechtse partijen aan de Heidelberger. Catechismus te danken".(blz 18)
De veroudering van stijl en woordkeus is werkelijk niet zo verontrustend, immers desondanks vindt de Catechismus nog weerklank. „De rechte catecheet ziet er geen eerbiedwaardig document in. Hij heeft het universele er in bespeurd, de klank der eeuwigheid, het grote thema verstaan, hij heeft deze „meesterlijke" vertolking van de bijbel ontdekt, hij heeft gezien, behoort althans gezien te hebben, welk een leiding djp Catechismus geeft om de hoofdwegen van het geweldige bijbellandschap te vinden"-. (R. C. G. Troelstra in Weekblad der Ned. Herv. Kerk, 17 Jan. '48).
Dat is een gelukkig verschijnsel; Immers wie dat gevoelt, kan de Catechismus onderwijzen en de stof uitkiezen in verband met de leeftijd der leerlingen.
Een bezwaar is zeker, dat vele gezinnen van de Catechismus vervreemd zijn, maar dat behoeft op zichzelf; nog geen reden te zijn om hen niet met de Catechismus in aanraking te brengen. In de kringen, die gewoon zijn de Catechismus te horen preken, is dat niet het geval.
Hetgeen echter veel meer verontrusten moet, is het feit, dat zovelen in onze dagen zover verwijderd zijn van het geestelijk klimaat van de Catechismus, ondanks de ontstellende toestand, waarin wij ons bevinden. Te midden van de ontzettende dreigingen, welke ons aangrijnzen als wij zien op de kerkelijke en politieke situatie van onze tijd!
In de dagen van de reformatie ging het de mensen om de zekerheid des geloofs. Dat was de worsteling van Luther. Dat was de hartnerf van Calvijn's Schriftgeloof, de zekerheid, dat God zelf in Zijn Woord spreekt. Calvijn werd niet moede op die zekerheid te wijzen. Zekerheid des geloofs was zekerheid van de zaligheid in Christus, temidden van alle wisselvalligheid en de ellende der wereld. Het Evangelie was troost, ziedaar wat men tegenwoordig noemt het aspect. En welk een aanleiding is er in onze dagen om die troost te zoeken, die zekerheid des geloofs te vinden. God op Zijn Woord te geloven. Welk een onzekerheid! Vrezen sommigen niet, dat het einde, de grote wereldcrisis voor de deur staat ? Zijn er niet, die beducht zijn, dat zij nauwelijks de tijd zullen vinden om nog iets nieuws te beginnen, b.v. een nieuwe kerkorde ?
En toch, hoe weinig is de behoefte aan troost, de enige troost in leven en sterven ook maar enigermate algemeen in de kerk, hoe weinig de roep om zekerheid!
Men maakt het nog veeleer onzeker door de vaste grond des Woords te ondermijnen en twijfel te zaaien, tengevolge van
allerlei nieuwighecJen, 'die op menselijke overleggingen berusten.
Er is reden om te vrezen, dat men zich onttrekken wil aan de ernst, waartoe de crisis vermaant, door zich over te geveo aan de bedwelming van wereldse genoe- 'gens, die in djg overheersing van wanklank en onsmakelijkheid de klaarste demonstratie van ontaarding vertonen en met schaamte moesten gemeden worden.
De veroudering van fetijl en woordkeus zal geen hinderpaal zijn voor een geslacht, dat de geestelijke schat van het oude leerboek leert waarderen en daarom moet de catecheet daarvoor niet al te zeer terugschrikken). Vooral het argument woordkeus mag tot voorzichtigheid manen. Een reeks woorden laten zich niet vertolken zonder ook de inhoud'aan te tasten. Men Koeke ze liever getrouw aan de hemelse leer te verklaren. De Heihge Schrift toch laat over ons leven een geheel eige» licht gaan en daarom heeft het geloof ook zijn eigen taal.
Het zal blijken een grote kracht te zijn in ons kerkelijk leven en in ons volksleven, als onze dominé's er in mochten slagen de kennis van de Catechisinus- weer te doen herleven. De jonge kinderen, die geoefend worden in de Bijbelse geschiedenis, kunnen reeds de Twaalf artikelen, de Tien geboden en het „Onze Vader" leren. De ouderen kunnen aan de hand van het „Kort Begrip" onderwezen worden en daarna aan de Catechismus gewend wórden.
Wie het Voorrecht heeft gehad dit reformatorische leeriboek in zijn jeugd geleerd te hebben, kan weten van hoe grote nuttigheid het hem is geworden tot de kennis van de zekerheid des'geloofsen tot vast
heid in de leer.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 februari 1948
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 februari 1948
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's