Autoriteitsgeloof en losbandigheid
Tussen twee uitersten
De Roomse Kerk kent haar autoriteitsgeloof.
De Kerk gelooft, de leden beamen.
Nog beter gezegd : de geestelijkheid gelooft en de leken geloven, omdat de geestelijkheid het zus en zo gelooft.
Men gelooft dus op gezag van de hoge geestelijkheid.
,,Mijnheer Pastoor, de Paus zegt het, en daarom is het zo ! Uit!"
Gevolg is, dat de leken zich over het algemeen weinig rekenschap gaven van hun geloof, weinig het waarom en waartoe stellen.
Daarom moeten zij het meestal in een theologisch ,,leken"-gesprek afleggen tegenover protestantse gelovigen.
Louter en alleen als gevolg van het autoriteitsgeloof.
Voeg daarbij nog de verschillende heidensfilosofische inmengsels (Aristoteles, Plato) in de R.-Katholieke theologie (zie als bewijs Le Thomisme van E. Gilson) en we kunnen de gehele geloofsopenbaring in de Rooms Katholieke Kerk wel bestempelen als heterenomie (= lett. overheersing door anderen).
De Reformatie maakte hieraan een eind. Bracht het individu tot zichzelf terug.
,,Hoe zijt gij rechtvaardig voor God ? "
Deed de gelovige zelf tot een beslissing komen, liet hem zelf de problemen doordenken en luisterde naar de persoonlijke oproep van de Heiland ,,Strijd gij om in te gaan !
Eigen beslissing, eigen inzicht, eigen verantwoordelijkheid, zo meg wil : autonomie, maar dan tegelijk een autonomie (= zelf regering), die staat onder de theonomie (= Godsregering) : de persoonlijke mens onder de autoriteit van Gods Woord.
,,Er staat geschreven !"
De Reformatie zou ik dus willen zien als een door de theonomie bepaalde autonomie.
Voor het gezag van Gods Woord wilden de Hervormers zich buigen, en zo is dan ook hun belijden, de belijdenis onzer Kerk, een blinkend getuigenis van deze door de theonomie bepaalde autonomie, van dit als persoon buigen voor het Getuigenis Gods.
„Das Wort sollen Sie stehen lassen !", sprak Luther eenmaal en onze Gereformeerde vaderen spraken hem dat na.
Die belijdenis is geworden de kerkleer onzer kerk.
Echter zo is het niet gebleven.
Na de Reformatie heeft men de theonomie uitgeschakeld en heeft men de autonomie tot opperheerschappij gebracht.
Het „ik" op de troon.
Het subjectivisme zonder objectieve normen ontstond. Ik denk enerzijds aan de wederdopers, de mensen van het inwendig licht, waarbij het licht van Gods Woord werd uitgeblust, de donkere schaduw van de Reformatie".
Anderzijds denk ik aan de filosofie, die met Cartesius intrede deed in ons land en in onze Kerk en ,,het denkende ik" op de troon zette. Langs verschillende stadia werd het toppunt bereikt door de filosopbie van Hegel, vertolkt o.a. ten onzent door Willem Kloos : „Ik ben een god in het diepst van mijn gedachten". Hier de absolute autonomie van de mens.
Nu onze Kerk.
Deze vertoont de neerslag van de geschiedenis der voorbijgegane eeuwen.
De prediking is beïnvloed geworden door de filosofie van buiten af (Kant, Hegel, etc.) en door de buitenlandse theologische stromingen (Schleiermacher, Ritschl, Barth, etc.), die opkwamen als-lichtende sterren, maar wederom ondergingen of nog zullen ondergaan.
Zo is men in onze Kerk van haar kerkleer afgevallen en gekomen tot een „Elck wat wils", tot een losbandige autonomie.
,,Ieder doet, denkt, leert, wat goed is in zijn eigen autonome ogen".
Het subjectivisme viert zo in onze Kerk hoogtij.
Er is niet meer de door de theonomie bepaalde autonomie der Reformatie.
Wil de Kerk thans Kerk zijn, dan zal ze moeten terugkeren naar haar eigen kerkleer, die omschreven is in de drie formulieren van enigheid.
Dit geldt niet alleen voor de Kerk in het algemeen, maar ook voor onze Gereformeerde gemeenten, die aan de belijdenis willen vasthouden.
Ook ten onzent is men tot eigen particulier oordeel geneigd, gebonden aan eigen gevoel en inzicht, los van alle objectieve normen.
Dit is begrijpelijk.
Door de wir-war van theologische stromingen is men in een wantrouwen geraakt en werd men genoopt tot eigen oordeel over de prediking.
Het vertrouwen is daardoor zoek geraakt. Alles zeer begrijpelijk, echter alles niet goed te keuren. Immers thans wordt elke predikant, ook al behoort hij tot de Gereformeerde richting, beoordeeld naar eigen subjectieve maatstaven.
Autonomie in het klein.
Gevolg is, dat het aantal getrouwe leraars in den lande bij sommigen zeer gering is.
Dit alles is fout.
Niet fout, dat men oordeelt, dat recht behoudt iedere toehoorder, maar dat men oordeelt naar verkeerde maatstaven.
De maatstaven, die worden aangelegd, zijn veelal: eigen geestelijk leven, eigen inzicht, eigen gevoel, eigen . . . .. eigen . . . . . . etc. Daardoor is ons Gereformeerde volk in zekere zin een conglomeraat van individualistische meninkjes geworden.
Gevolg ?
De steeds voortwoekerende splijtzwam.
Dit is niet de weg van de sanering der Kerk.
Een andere weg moeten we inslaan.
De weg van het reformatorisch belijden.
De prediking dient niet getoetst te worden naar eigen hart, maar geformeerd naar de leer der Kerk, n.l. Schrift en Belijdenis.
Dit geldt voor onze Kerk, dit geldt vooral voor onze Gereformeerde gemeenten, wil men tenminste niet alleen Gereformeerd heten, doch het ook zijn.
Dat betekent, dat ons Gereformeerde volk zijn eigen Gereformeerde Belijdenis maar eens gaat onderzoeken.
Vooral de taak voor de verenigingen, ook in 't bijzonder voor de ouderlingen der gemeente, zij hebben toe te zien óp de leer, die verkondigd wordt en hebben die niet naar hun eigen gevoel, maar naar de belijdenis der Kerk te toetsen. (Zie Titus I).
Daarbij blijft persoonlijke smaak en inzicht, dat is geen bezwaar, dit persoonlijke moge blijven binnen de ruimte van het objectief gegevene in onze Belijdenis.
Als zo ons Gereformeerde volk door het onderzoek der bronnen der Gereformeerde vaderen weer Gereformeerd wordt, dan geloof ik, dat de beoordeling der Gereformeerde predikanten minder zal zijn, dat de eenheid aller Gereformeerden nieer gezocht en ook gevonden zal worden, dat de invloed op onze Kerk, om haar terug te roepen vanuit al haar subjectivistische meningen naar haar eigen Kerkleer zal toenemen.
Zo moeten wij als Gereformeerde mannen werken.
Het autoriteitsgeloof van Rome verwerpen wij.
Het andere uiterste : losbandige autonomie, evenzo.
Of die autonomie nu ligt in de door de filosofie beïnvloede theologische stromingen, of particuliere inzichten, of eigen gevoelsleven, dat is alles om het even.
Tussen de beide uitersten blijven we staan.
Wij roepen onze Kerk, ook onze eigen Gemeenten, terug naar het objectief gegevene in de Belijdenis der Kerk.
Omdat wij geloven, dat de Belijdenis de taal van Gods Woord vertolkt. Tenzij het tegendeel is aangetoond.
P. S. Voor het beter verstaan enkele verklaringen :
autonomie : autos = zelf nomos = wet: zelf regering. theonomie: thcos = God, heteronomie : heteros = de ander.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 februari 1948
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 februari 1948
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's