De nieuwe Kerkorde
Eerst de kerk
Wij wezen reeds op het apostolaat — naar aanleiding van art. 8 van het ontwerp Kerkorde. Veel liever zagen wij dat deze titel eenvoudiger werd gesteld : b.v. van de zendingsroeping der kerk. Het woord apostolaat blijve liever behouden tot aanduiding van het apostelschap der Twaalven. Dit zouden wij temeer toejuichen, omdat het apostolaat in die zin een geheel enige betekenis heeft en nog altijd behoudt voor de kerk. In geen geval mag de kerk op één lijn met het apostolaat worden gesteld, omdat God haar onder de leiding daarvan heeft gezet.
Naar onze overtuiging kan de kerk zich nooit aan die leiding onttrekken. Integendeel, als Christus gebiedt, lerende hen onderhouden al wat Ik u geboden heb, dan is ons dat alles overgedragen door de apostelen, die het van Hem hebben ontvangen.
De apostelen hebben de oudste kerk geleid in de kennis der verborgenheid van Christus en het Koninkrijk der hemelen. Zij hebben hun woord en getuigenis nagelaten aan de kerk, die het om Christus' wil heeft te bewaren en in ere te houden. In die weg wil Christus gediend zijn in de toevergadering Zijner gemeente.
Hoeveel zorg hebben de apostelen getoond voor de jonge gemeenten, die in de oude wereld waren ontstaan. Hun brieven getuigen er van, hoezeer het welzijn en de orde der gemeenten hun ter harte ging. En als wij nu waarlijk apostolisch willen zijn, zullen wij die zorg voor de gemeenten niet mogen verachten of nalaten.
Wij willen de zendingsroeping der kerk niet achterstellen, maar allereerst op het leven der gemeenten zelf gericht zien. Aan de drievoudige taak der zending, waarvan art. 6 spreekt; — a. de zending onder Israal, : b. de uitwendige zending, c. de herkerstening, — willen wij niet tornen. Die taak ligt er en moet worden ter hand genomen. Vergeten wij echter niet, dat de onder c. genoemde taak, allereerst een aanklacht tegen de kerk inhoudt, n.l. dat zij in gebreke is gebleven het gemeenteleven te verzorgen naar het voorbeeld der apostelen.
Het verdient alleszins aanbeveling de arbeid der herkerstening ter hand te nemen en mensen, die daarvoor gaven hebben, uit te zenden, allerlei sociaal werk te verrichten en volk en overheid terug te roepen tot de Wet en de getuigenis. Daartegen kan niemand zich verzetten, maar ieder Christen is geroepen daaraan mede te helpen.
Indien wij er ons echter rekenschap van geven, dat de ontstellende ontkerstening van ons volksleven de kerk aanklaagt, omdat zij niet gewaakt heeft over haar eigen huishouding, zullen wij toch moeten inzien, dat de allereerste zorg der herkerstening het welwezen der gemeenten zelf betreffen moet.
Vrij mag men de zendingsroeping primair stellen, maar men vergete dan niet, dat die roeping begint bij de zorg voor het leven der gemeente, de gewone herderlijke zorg, de catechisatie, de huiselijke godsdienstoefening, de strijd tegen wereldgelijkvormigheid.
Van meet af hebben wij gevreesd, dat deze eerste zorgen niet tot haar recht zouden komen, omdat men al te zeer gericht was op het apparaat voor allerlei werk naar buiten. Uit dien hoofde pleiten wij voor afschaffing en inkrimping van raden en commissies, die op allerlei wijze dreigen tekort te doen aan de eerste zorg, het werk van de herder en leraar bemoeilijken, afbreuk doen aan de vrijheid en zelfstandigheid van de plaatselijke gemeente en van de rechten van de herder en leraar.
Wat dit laatste betreft is men bevreesd voor dominocratie en bedacht op de belangstelling en werkzaamheid van de gemeenteleden, — op zich zelf ook al weer goed — maar wij strijden gaarne voor de eervolle plaats, welke de apostelen toekennen aan de ouderling, die in het Woord arbeidt, en die ook door Christus met de eretitel: engel der gemeente, wordt versierd.
Veel meer schade dan zelfs van een z.g. dominocratie vrezen wij van een overwoekering van niet-theologische deskundigheid op allerlei gebied, welke gemakkelijk kan ontstaan in een situatie, welke van een gezond kerkelijk leven nog verre verwijderd is.
Als wij ons onder het apostolaat der Twaalven voegen en in deze gehoorzaamheid brengen aan de Heere der kerk, zullen wij onze zendingsroeping allereerst in Jeruzalem zelf vinden.
Bewaren en herstellen van de door God geboden levensorde, zo wil art. 8 als het spreekt van de herkerstening. Er is inderdaad in iedere - gemeente aanleiding genoeg om daarmede eens te beginnen, zelfs bij dat gedeelte, wat nog de gemeente mag worden genoemd. Juist daar vindt men nog steun in de kern van het gemeentelijk leven. Daar kan met recht sprake zijn van bewaren en herstellen, want in menig opzicht gaat de eerbied voor de door God geboden levensorde verloren en wint de wereldgelijkvormigheid veld.
Wat bedoelt men met de door God geboden levensorde, zo vraagt iemand, 't Is waar heel erg duidelijk is deze uitdrukking niet. Het is echter wel duidelijk, hoe de Schriftgelovige dit verstaat. Onze levenswet toch is ons geopenbaard in de Wet Gods. In die Wet wordt ons de norm voorgesteld, waaraan wij zijn gehouden, waaraan alle mensen zijn gehouden, omdat het onze levenswet is.
Laat men beginnen met de jeugd te onderwijzen in de catechismus. Laat men haar gewennen zich naar die leer te gedragen, in handel en wandel. Leer de jeugd de eerbied voor Gods Woord te bewaren en de gemeente haar belijdenis te verstaan en er uit te leven.
Wanneer wij dit gewone werk ernstig aangrijpen wordt een krachtige voedingsbodem bereid voor al het werk naar buiten. Zonder het draagvlak des geloofs, zonder die geestelijke werkelijkheid der kerk, kan al het werk naar buiten geen vrucht verwachten. Dit geldt in hoge mate voor de arbeid der herkerstening van ons volksleven.
Deze toch heeft vóór alles nodig dat de kerk zich zelf openbare door een krachtig en wereldoverwinnend geloof. Daarom allereerst de zorg voor de kerk. Dat is de eerste zendingstaak.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 maart 1948
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 maart 1948
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's