Samuël een zoon der Wet
EEN VERHAAL UIT HET HEDENDAAGSE PALESTINA
92)
Dit geschenk maakte haar nu wel zó blij, dat zij ook niets meer zei over die eerste geldvermorserij. Als een Fellah-vrouw haar hele geldbezit, op haar hoofdsieraad te pronk droeg, dan kon zij tóch ook gerust haar bescheiden symbolen van hun boerenwerk eens laten kijken !
's Avonds naderde een kleine tentkar aan de kolonie, hield op gelijke afstand van Schaloom en Baitjisraël halt en richtte zich in voor de nacht. Het kon geen eigenlijk warentransport zijn, want zo een zou reeds vóór de nacht naar Haifa zijn doorgegaan. Een tent werd opgeslagen, en men zag, dat zij begonnen te koken. Een heer en een dame in Europese klederdracht werden zichtbaar. Het moesten vreemde bezoekers zijn van dit land, zoals men in het voorjaar op de brede Amerikaanse rijtuigen van de stalhouders uit Haifa, of ook te paard, er zo veel zag voorbijkomen.
Maar de volgende morgen zag men de tenten nog niet opbreken. De tent stond daar nog precies eender op het onbebouwde land.
Kinderen uit de beide Joodse dorpen en kleine Fellah-jongetjes kwamen in zwerven naderbij, en werden door de dame vriendelijk aangespoord om nóg wat dichterbij te komen. Het scheen, dat zij hun enige platen en bedrukte papieren wou geven.
Daar ging de koopman plotseling een licht op. „Dat zal een prijscourant zijn, zoals grote kooplieden door hun reizigers laten uitdelen, mijn jongen, " zei hij tot zijn jongste zoon. „We moeten in elk geval maar eens kijken, wat zij hebben aan te prijzen. Neen, blijf jij hier, laat Fanuël er eens heen gaan, en zich er een laten geven. Maar waar zit hij ? Hij keek eens naar degenen, die dichtbij stonden en naar zijn huisje.
„Fanuël is weer weg, " gaf de kleine naast hem met zijn piepstemmetje ten antwoord. „Hij is al heel vroeg weggegaan."
„Zo'n niksdoener ! Dat gaat maar weg zonder één woord te zeggen, en als mijnheer thuis komt, dan verwacht hij, dat het eten voor hem klaar staat! Maar heeft hij dan niet tegen je gezegd, wat hij nu weer wil beginnen ? "
"Neen, hij heeft niets gezegd. Hij had een erg boos gezicht, en al het water heeft hij gebruikt om zich 's nachts te wassen, toen hij thuis kwam. Hij bekommert zich er ook helemaal niet om, dat ik dat alles hierheen moet slepen. Het is een schande." „Nou, laat hem ook maar gaan, als hij dat verkiest. Hij komt op een of andere dag nog in de gevangenis." Daarmede was voor hem de oudste zoon voorlopig weer van de baan. Maar Chaim ging nog wat voort om zijn broer zwart te maken. „Hij heeft pas nog gezegd, dat hij zwijnenvlees uit Haifa wil meebrengen, en dat hij een Christen wil worden, als de gemeente hem tenminste geen geld geeft om daar een zaakje mee te beginnen."
"Dat moest er nog bij komen! Houd daar als je blieft je mond over, dat Tulpenbloesem het niet hoort. Die bemoeit zich toch overal mee. Ga jij nu en haal eens zo'n papiertje, als die mensen uitdelen."
„Maar ik ben bang."
„Denk je soms, dat zij je zullen opeten? Ik sta hier en kijk je al die tijd na, en ik bescherm je met mijn ogen."
Chaim nam toen werkelijk het besluit om op zijn magere spillebenen er heen te springen. „Het zullen zendelingen zijn !" riep in plotselinge helderziendheid de voormalige herbergier. „In Rusland en in Duitsland houden zij samenkomsten, en dan zeggen zij : „Geliefde broeders, geeft ons geld, om de Joden tot Christenen te maken." Wij willen eens kijken wat dat voor zaakje is. Wie gaat mee, om eens met ze te disputeren ? "
(Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 maart 1948
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 maart 1948
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's