De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

MEDITATIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

MEDITATIE

PASEN

11 minuten leestijd

1 Kor. 15: 55-57. Dood, waar is uw prikkel? Hel, waar is uw overwinning ? De prikkel nu des doods is de zonde; en de kracht der zonde is de wet. Maar Gode zij dank. Die ons de overwinning geeft door onze Heere Jezus Christus.

Men spreekt in onze dagen gaarne over de paradox. Welnu, er is wel geen groter paradox denkbaar als de Paasjubel van deze tekst en de dagelijkse werkelijkheid rondom ons. Wij leven te midden van een wereld van graven en begravenen. Gans de aarde is een groot kerkhof. In het stof der aarde, waarop wij onze voeten zetten, ligt het weggestorven voorgeslacht. „Voorgeslachten kwijnen henen en wij bloeien op hun graf, ras zal 't nakroost ons bewenen ; 't mensdom valt als blad'ren af".

Reeds het jonge kind in de wieg, blozend beeld van sprankelend leven, draagt de kiem des doods in zich. Elke wieg voorspelt een baar, elke geboorte een stervensuur. De Schrift predikt hen ons in grimmige nuchterheid : 70 jaren of zo wij zeer sterk zijn 80 jaren en het uitnemendste is moeite en verdriet.

En dat geldt niet alleen van deze of gene mens, die op een onheilzaam ogenblik het leven moet verlaten, neen, dat geldt van alles, wat adem heeft.

Deze waarheid kunnen we niet alleen lezen in de Schrift. We kunnen haar vinden in de rouwadvertenties van onze dagbladen, wij kunnen haar constateren rondom ons.

En toch — wondere dwaasheid van een zichzelf misleidend sterveling — en toch zijn er velen die doen, alsof zij nimmer sterven zullen.

Er woont een kennelijke vrees in hun hart om de dood in het aangezicht te zien. Ze bannen de gedachte aan het laatste levensuur stelselmatig uit hun gedachten ; ze dompelen zich onder in de stroom van het leven : eten, drinken, vrolijk zijn.

Het is toch veel prettiger, te denken aan het lachende leven, als aan de bleke man met zijn scherpe zeis.

Bovendien, wat zou het leven angstig en de dagelijkse arbeidsvreugde getemperd worden, als men altijd rondliep met de gedachte aan de sombere dood !

Nu is dit laatste waar. Wanneer het juist zou zijn, dat de H. Schrift ons op zou roepen om voortdurend vervuld te zijn met gedachten over de dood, dan zou inderdaad ons leven heel somber worden.

Want zelfs de apostel Paulus noemt de dood nog een vijand, Sterven is losscheuren van dierbare banden, banden, bestemd om eeuwig te blijven. De dood maakt diepe schrijnende wonden. De apostel kleurt de harde dood niet in een romantisch licht, hij spreekt niet van het , lieve dood-zijn". Neen, hij neemt de dood zoals hij is : een vijand. En in de Hebreënbrief wordt de dood toegeschreven aan de duivel.

De dood is een satansmacht, die inwerkt tegen de Levensvorst. Wanneer het dus waar zou zijn dat de Christen altijd met doodsgedachten vervuld moest wezen, dan zouden allen gelijk hebben die volhouden dat een Gode gevallig leven een somber leven is.

Maar dat staat dan ook nergens in Gods Woord. Daar kunnen we lezen, dat een mens aan de dood kan denken, zonder te beven van angst. Daar kunnen we lezen, dat de dood voor sommige mensen slechts een donkere tunnel is. Een tunnel, waar de duisternis een ogenblik benauwt, maar 't licht ginds eeuwig gloren zal.

Neen, men behoeft geen struisvogelpolitiek te voeren. Er is een betere weg. Een weg, waarop men de geweldige tegenstander recht in het moordlustige gezicht kan zien.

Er is een goddelijke mogelijkheid om straks, lezer, wanneer ge op uw stervenssponde neerligt, niet inéén te krimpen van felle angst. Ook niet dat ge u krampachtig vastklemt aan het leven, dat als water door uw vingers vloeit. Neen, het is Gode zij dank mogelijk de grimmige dood met een rustig hart te zien naderen, ja, hem te begroeten met het triumfwoord: Dood, waar is uw overwinning ? Dood, waar is uw prikkel? (Zo staat het er letterlijk).

De apostel spreekt van de prikkel van de dood. Waarschijnlijk heeft hij hier gedacht aan een ossendrijver, die in het Oosten met scherpgepunte stok zijn beesten voortdrijft. Zo immers is de dood een harde meester, die zijn slachtoffers medogenloos opjaagt naar het geopende graf, dat nimmer verzadigd is.

Maar het is ook mogehjk, dat met dit woord „prikkel" aangeduid wordt de angel van een monster, b.v. van een schorpioen, ons bekend uit het laatste bijbelboek, die zijn giftige angel in het vlees drijft. Dan wordt de dood hier voorgesteld als een giftig monster, die iedere dag weer nieuwe slachtoffers de doodsteek toebrengt.

We zien dus duidelijk hoe de apostel de harde werkelijkheid van de dood niet verbloemt. Hij gelijkt niet op de wereldling, die zijn doden bedelft onder een schat van bloemen, dan lijkt het niet zo erg. Dat is natuurlijk ook maar weer zelfbedrog. De oude Romeinen zeiden 't reeds: de wereld wil bedrogen zijn. Want een met koper beslagen kist, opgebaard onder de duurste kransen van de kostbaarste lelies, blijft een doodkist met een zeer lugubere inhoud!

De apostel daarentegen spreekt het scherp uit: de dood  is een prikkel, die scherp is, waartegen geen jeugd, geen rijkdom, geen macht of kracht ter wereld bestand is. De dood is een giftige prikkel, die geen halt houdt voor drieste bedreigingen of roerende smeekbeden.

Toch zou de apostel nog aan de oppervlakte blijven, wanneer hij bij dit alles bleef staan. We zouden hem een nuchter, waarheid- en werkelijkheidlievend mens kunnen noemen, maar we zouden er toch niet veel verder mee gekomen zijn. Wat zou u zeggen van een dokter, die heel nauwkeurig zijn diagnose, zijn vaststellen van het ziektebeeld zou behartigen, maar aan geen therapie, geen genezing zou denken ? Dan zou al zijn arbeid vruchteloos zijn.

Neen, de apostel daalt dieper af en vraagt naar de oorzaak van de dood en naar de reden van de triomftocht, die de dood door deze wereld houdt. En dan peilt hij de diepte van onze nood als hij neerschrijft : de prikkel nu des doods is de zonde. De apostel wil zeggen, de dood ontleent zijn kracht aan de zondemacht, die in de wereld heerst. Reeds in het paradijs werd een oorzakelijk verband gelegd tussen zonde en dood. Dat de dood zijn giftige angel kan steken in ons vlees, is te danken aan de zonde. In de paradijshof stond de boom des levens, die zijn vruchten aanbood aan een zondeloos mens, maar buiten het paradijs sluipt het monster van de dood, dat zijn angels drijft in een wegstervende mensheid. De bittere soldij op de zondedienst is de dood. Ieder huis, waar we de luiken gesloten zien, iedere lijkstatie die ons huis passeert, roept ons toe : de prikkel des doods is de zonde !

Maar — vraagt ge — waaraan ontleent die zonde dan toch haar karakter en macht ? Wat maakt het wezen uit van de zonde ? Ook daarop geeft de apostel een antwoord : de kracht der zonde is de wet. Rebellie tegen God, ongehoorzaamheid aan Gods geboden, maakt het wezen der zonde uit. Omdat wij eenmaal in Adam Gods wet overtreden hebben en nu dagelijks de heilige wet Gods met voeten treden, daarom rust Gods vloek en daarmede de dood op ons.

De heilige wet des Heeren eist en dreigt, wij overtreden en daarom zijn we in de macht van zonde en dood. Dat is de sombere samenhang wet—zonde—dood. Neen, het sterven is geen biologisch proces, geen gewoon natuurverschijnsel, zoals zovelen in onze dagen Ieren. Sterven is iets geheel abnormaals, zoals ook de moeder van de dood : de zonde, iets geheel abnormaals is. Waar de zonde ons brengt, toont ons Golgotha en het graf in Jozefs hof. Boven Calvariën en het nieuwe graf in Arimathéa's hof horen we het oordeel Gods : de zonde baart de dood. Het zijn de zonden der mensen, die de Zoon des mensen aan het kruis hebben gebracht. Nergens zien we de gevolgen der zonde duidelijker en ontzettender als op de goede Vrijdag.

Gelukkig de mens, die met de blik op het kruis belijdt: „Ik deed door mijne zonden Hem al die smarten aan".

Gelukkig de mens, die één wordt met Christus' dood om der wille van zijn zonden, voor hem of haar gaat de smart van Vrijdag over in de Paasjubel van Zondag, de morgen der verrijzenis : maar Gode zij dank. die ons de overwinning geeft door onze Heere Jezus Christus! In dat woordje „maar" ligt in één woord samengevat de volle rijkdom van het Paasevangelie. Het is de goddelijke paradox, waarover wij bij de aanvang schreven. De wereld rondom ons en de wereld binnen in ons, ligt geketend, ligt geboeid in de schrikkelijke trias wet—zonde—dood. Het einde van de wereld en het einde van de van God losgeslagen mens is Golgotha en het graf, de boze Vrijdag en de Zaterdag, die de triomf predikt van het kerkhof. Dat is het laatste woord van u en mij. Deze doodslijn kunnen wij van onze kant nooit te boven komen.

Maar dit is Gode zij dank niet het laatste woord. Het graf is geopend en Christus is verrezen ! God zelfs heeft de strijd aangebonden tegen de doodsmachten, die ons gevangen hielden. Over de duisternis van Golgotha en het graf van Jozefs hof gaat het licht op van de Paasmorgen ! De Drieënige God roept tegen de dodengang van deze aarde Zijn goddelijk  "maar !" De scherpe giftige angel van de dood heeft Christus in Zijn lichaam opgevangen en vernietigd. Op de Paasmorgen staat Hij op, die zegt „Ik was dood, maar zie, Ik ben levend tot in alle eeuwigheid en Ik draag de sleutels van hel en van dood". Door het heerlijke licht van de Paasdag wordt de boze Vrijdag tot een goede Vrijdag en de Zaterdag des doods tot een stille Zaterdag. Stil, omdat de in Christus gestorven doden er rusten tot de morgen der verrijzenis. De dood heeft nu niet meer 't laatste woord, hij is verslonden tot overwinning. En Christus' Gemeente draagt de belofte dat de poorten van het dodenrijk haar nimmer zullen overweldigen.

Kunnen wij in het mysterie van het Paasgebeuren nog wat dieper indringen ? We kunnen dit zeggen : op dezelfde wijze als de mens in de macht van de dood is gekomen, heeft Christus hem ook overwonnen.

We stonden juist stil bij de keten des doods met de drie schalmen wet—zonde—dood. Welnu, Christus heeft van de keten des doods een snoer des levens gemaakt. Hij heeft de wet vervuld. Hij heeft de vloek der wet gedragen. Hij heeft gerechtigheid verworven en het eeu­wige leven aangebracht. Het was Zijn spijze, om de wil des hemelsen Vaders te volbrengen. Zelfs niet met één zondige gedachte heeft Hij 's Vaders wet geschonden. Hij is ons in alle dingen gelijk geworden, uitgenomen de zonde. Tot in de donkere hof van Gethsémané toe bad Hij : Vader, niet Mijn wil, maar de Uwe geschiede. En als bewijs, dat Hij de wet des Heeren volkomen vervuld had, wekte de Vader Hem op. Bovendien heeft Hij in passieve gehoorzaamheid de vloek der wet gedragen. De helse Godverlatenheid heeft Hij doorworsteld inzonderheid, toen Hij op het kruis uitriep : Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten ? Daardoor overwon Hij de zondemacht, verwierf Hij gerechtigheid en ontsloot weer de toegang naar de boom des levens. De Cherubs lieten hun zwaard vallen voor allen, die achter deze overste Leidsman de weg naar het paradijs hebben teruggevonden. De keten des doods wet.—zonde—dood, is op het kruis verbroken en het snoer des levens wet—gerechtigheid—leven, op de Paasmorgen uit de hemel neergelaten. „Ik ben de Opstanding en het Leven, die in Mij gelooft, zal leven, al ware hij ook gestorven ! Gelooft gij dat ? "

Deze vraag stelt de Heiland ook u, lezer (es). En van het antwoord op deze vraag hangt af of ge straks iets van de blijdschap van de Paasdag zult verstaan. Golgotha en Pasen horen bijeen. Slechts hij, die de keten des doods aan hoofd en hart en hand voelde branden en schrijnen, verlangt biddend en smachtend naar het snoer des levens, dat Christus gevlochten heeft. Wij kunnen de wet niet vervullen, wij kunnen de zonde niet overwinnen, wij kunnen de dood niet in boeien slaan. De apostel zegt het zo duidelijk: die ons de overwinning geeft. De Levensvorst van het Paasfeest die de ijzeren keten breekt, het wanhopen aan eigen gerechtigheid, het rusten in het volbrachte werk van Christus Triumfator het is alles Gods werk, het is alles Gods gave. En daarom : Gode zij dank ! Voor de mens is alle roem uitgesloten, alle roem is voor Hem, uit Wien, door Wien en tot Wien alle dingen zijn. Hij alléén nam de giftige doodsangel weg voor degenen die oprecht en geheel hun hart aan Hem over geven. Zij zullen eenmaal een eeuwig Paasfeest vieren, bekleed met het witte kleed der opstanding. Zij zullen in hun verheerlijkt lichaam hun stem paren bij de hemelse lofzang die klinken zal als het ruisen van vele wateren : de dood is verslonden tot overwinning. Dood waar is uw overwinning ? Dood, waar is uw prikkel ? Gode zij eeuwig lof die ons de overwinning geeft door Jezus Christus, onze Heere!

(Schalkwijk)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 maart 1948

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's

MEDITATIE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 maart 1948

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's