Ontvangen Boeken
Waarom wij Protestant zijn en blijven, door C. D. Moulijn. Uitgave : Boekencentrum, 's Gravenhage, 1948.
Dit boekje is, zoals de schrijver mededeelt, bedoeld voor hen, die zich wel Protestant plegen te noemen, maar niet goed weten, wat dit Protestantisme eigenlijk wil, waarom de Hervormers van vroeger eeuwen zich van de Rooms Katholieke Kerk moesten losmaken.
In de tweede plaats denkt de schrijver aan hen, die zich in de Rooms Katholieke Kerk niet meer thuis voelen en daardoor geestelijk dakloos zijn geworden.
Wij achten dit boekje niet gelukkig uitgevallen. „Velen zullen de tegenstellingen samengevat willen zien onder de bekende theologische begrippen van „natuur en bovennatuur", of „rechtvaardigverklaring en heiligmaking", „werken of genade", enz. enz. Voor dit boekje wijs ik deze methode af", (blz. 23).
Daarentegen gaat de schrijver uit van de overspanning van het ambt. Dit noemt hij de kern van het Evangelie.
Wij geven toe : dat is ook een kant. Maar wij vragen ons af, waarom heeft de schrijver geen antwoord gegeven op de vraag, boven reeds inclusief gesteld : Waarom hebben de Hervormers gebroken met het Pausdom ? En wij vragen verder : Waarom is hij bij de Hervormers niet in de leer gegaan ?
Dan ware hij ongetwijfeld in de dogmatische kwesties gekomen, welke hij tracht te vermijden — hoewel tevergeefs, want telkens raakt hij er aan, getuige het stukje Rooms- Katholieke theologie (blz. 116 w.). De protestantse theologie, welke daartegenover wordt gesteld (Rechtvaardiging uit het geloof), is in hoge mate oppervlakkig. Als de Hervormers niet meer te zeggen hadden gehad, was het nooit tot reformatie gekomen.
Dat is het zwakke punt van het boekje : Het is te weinig Protestant. Men zie blz. 88, een zinsnede als deze : „Een bron van gezag is voor allen de Bijbel. Dit gezag varieert, „zeker, er is een gradueel verschil in Bijbelwaardering tussen uiterst links en uiterst rechts — maar overal waar men zich Protestant, dus Christen noemt, heeft de Bijbel gezag" (blz. 88).
Wij vragen: op welk gezag beweert de schrijver zoiets ? Hij stelt toch protestant nadrukkelijk gelijk met Christen. De reformatoren hebben daarover heel anders gesproken. Zij ontvangen de Heihge Schrift als Gods Woord en wel op het gezag van God Zelf, krachtens het getuigenis van de Heihge Geest. (Vgl. ook de Ned. Geloofsbelijdenis, art. 3 v.v.).
Het gaat juist om het goddelijk gezag der Heilige Schrift, zoals de reformatoren dat hebben beleden en niet om een subjectieve waardering. De tegenstelling met Rome spreekt de belijdenis in dit verband duidelijk uit, als zij zegt: niet zozeer, omdat de Kerk ze (de Heilige Schrift) voor goddelijke Schriftuur houdt, maar, omdat de Heihge Geest getuigt in onze harten, dat ze van God zijn.
Schrijver waarschuwt tegen een individualisme, dat de Roomse critiek in de hand werkt, terwijl hij er zelf aan meedoet en zich verward ziet in de moeilijkheden. Hij spreekt van het groeiende gezag der confessies en wijst er op (in een noot, blz. 88), dat er Protestanten zijn, die de Schrift vrijwel geheel uitleggen naar de opvatting der confessie. Dat is de omgekeerde wereld. Immers uitgaande van de grondslag der belijdenis, n.l. de waardering der Heilige Schrift, zijnde Gods Woord in de betreffende artikelen (3 v.v.), zal men moeilijk kunnen tegenspreken, dat de gereformeerde confessie zich daarop grondt, daarnaar reguleert en het geloof daarmede, bevestigt. Men moet dus niet zeggen, dat er Protestanten zijn, die de Schrift vrijwel geheel uitleggen naar de confessie, maar dat zij uit het Schriftgeloof der reformatoren leven en daarom de confessie getrouw blijven.
Het reformatorisch Schriftgeloof is het kenmerk der reformatie. Daarin ligt de grote tegenstelling met Rome en daaruit komen de controversen op.
Dit Schriftgeloof staat niet in de weg aan de persoonlijkheid. Integendeel, de religie der Schriften is bij uitstek religie der persoonlijkheid. Individualisme is geen vrucht van het reformatorisch geloof, maar de kracht der persoonlijkheid en de waarachtige vrijheidszin door het reformatorisch geloof gewekt, hebben hun invloed doen gelden op het algemeen bewustzijn. Naarmate de strengen des Evangelies werden gevierd, en de norm der Wet Gods losgelaten, boette de samenleving aan geestelijke en zedelijke kracht in, en dientengevolge aan ware sociale zin. Op de bodem van een practisch natuurrecht kan de waarde der persoonlijkheid slechts ontaarden in individualisme.
De Roomse critiek heeft vrij spel, als zij dit individualisme als een vrucht der Reformatie meent aan de kaak te kunnen stellen, hoewel het veeleer wortelt in de natuurrechtelijke beschouwingen, die aan de Roomse anthropologie niet vreemd zijn, getuige de ontwikkeling van socialisme en communisme in de Roomse landen.
Het reformatorisch geloof echter biedt geen plaats voor zulk een natuurrecht en is een hecht bolwerk tegen het individualisme en zijn uitwassen.
Daarom kan niet genoeg worden gewezen op het persoonlijk geloof. Maar dat neemt de objectieve werkelijkheid van het geloof in de Christus der Schriften niet weg. Aangezien de kerk der reformatie aan dat geloof uitdrukking geeft in haar confessie, is het vooral in een tijd van overheersend individualisme zaak, dat een iegelijk zijn persoonlijk geloof toetst aan de Heilige Schrift en daarbij de reformatorische belijdenis als een richtsnoer gebruikt.
De schrijver spreekt over het gezag der gemeenschap. Inderdaad ook een element, dat iets te zeggen heeft in onze dagen, waarin zovele factoren werken om een massageest te kweken. Het doet daarom weer eigenaardig aan, dat de auteur van dit boekje verschillende personen en werkgemeenschappen noemt, en niet in de allereerste en voornaamste plaats op de geloofsgemeenschap met de kerk der reformatie wijst, welke toch alleen aan de hand harer confessie kan worden ontdekt. Gemeenschap der heiligen is een stuk belijdenis. Dat is zo, maar de gemeenschap der heiligen is daarom object des geloofs. De gemeenschap der heiligen heeft geen gezag op zich zelf, maar ontleent haar gezag aan het gemeenschappelijk getuigenis van de Geest van Christus.
Wij hebben op een enkel punt de aandacht gevestigd om de zwakheid van dit geschrift aan te tonen. Wij betreuren het, dat de schrijver kan melden, dat hij „in opdracht" schreef. Het boekje krijgt daardoor een officieel karakter, terwijl het dat toch niet dragen kan.
De schrijver had verstandiger gedaan enkele principiële controversen tussen Rome en de Reformatie naar uitwijzen van de confessie en de geschriften der reformatoren uiteen te zetten. Daarbij zou hij gelegenheid hebben gehad om aan te tonen, dat het Protestantisme in menig opzicht van het reformatorisch geloof is vervreemd. Dit laatste tot grote schade van het leven van kerk en volk.
Een Protestantisme, dat niet met de reformatoren het goddelijk gezag der Heilige Schrift belijdt, staat niet alleen zwak tegen de critiek van Rome, maar doet ook tekort aan de Christus der Schriften.
De Christelijke School. Verschijnt de eerste en de derde Vrijdag van de maand. Uitgave van H. Veenman & Zonen, Wageningen.
Inhoud : Er staat geschreven en er is geschied, III, dr. J. G. Thoomes ; Taalvorming en Taalontwikkeling, II, A. L. van Hulzen ; De school vanuit het gezin bezien (Huiswerk, I), Huisvader : Het voorbeeld van Roemenië; Bestuur en Personeel, G. Meima ; Vrijheid en Discipline, III, A. ten Goede; Over Zelfopvoeding, V, S. V. ; Het selectie-proces, A. C. Verschoor ; School en doop, dr. G. P. v. Itterzon; Leestafel ; 'n Afscheid en een huldiging.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 april 1948
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 april 1948
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's