Van de nieuwe Kerkorde
Centralisatie
Wij hebben bezwaar gemaakt tegen het streven naar centralisatie, dat in het Ontwerp, met name in de Raden en Commissiën, aan de dag treedt. Dat bezwaar zou niet zo ernstig wegen, indien er eenheid en gemeenschap van belijden was. Dat nu is het moeilijke punt, Hoe wil men centraal werk doen, algemeen vertrouwen wekken en steun van allen verwachten, indien men niet van de gemeenschappelijke belijdenis uitgaat. Dat moet toch de gemeenschappelijke grondslag zijn, waarvan al het kerkelijk handelen uitgaat. Eerst dan kan de centrale kracht des geloofs de ziel van de arbeid wezen.
Wie de discussies in de kerkelijke pers volgt, kan weten, hoever wij daarvan nog verwijderd zijn. Daarin wreekt zich zeker ook de negentiende-eeuwse theologie, als men dat zo noemen mag. Of eigenlijk moeten wij reeds veel vroeger beginnen. Immers wat de negentiende eeuw bracht, hangt weer samen met de daaraan voorafgaande scolastiek en de uitbreiding van een „natuurlijke theologie", welke reeds een aanvang nam bij de epigonen der reformatie. Het is daarom van zo groot belang, dat wij ons allereerst bezinnen op de theologie der reformatoren, inzonderheid op die van Calvijn.
Telkens blijkt het in de theologische discussie, dat de schier eenzijdige, althans overheersende oriëntatie aan de Duitse wetenschap een Lutheraniserende invloed heeft uitgeoefend op de Nederlandse theologie, die volstrekt niet in alle opzichten een voordeel mag heten. Het tegendeel is veeleer waar. Daardoor werden accenten verlegd en aspecten prijs gegeven, dermate zelfs, dat van vervreemding van de gereformeerde theologie, vooral in haar originele gestalte, kan worden gesproken.
Sommige woordvoerders en onderzoekers leven in een geheel ander theologisch klimaat, zodat b.v. het primaat van het Woord een onderwerp van discussie kon worden en dat men een man als Calvijn anti-katholiek kan noemen. (Dit werd intussen door ds. Jansen Schoonhoven recht gezet in het Weekblad, dd. 13 Maart j.l.). In bedoeld artikel wordt intussen meer recht gezet, o.a. ten aanzien van de Avondmaalsleer van Calvijn). Als dan ook de schrijver, die deze overigens vriendelijke critiek van ds. Jansen Schoonhoven heeft uitgelokt, de mening verkondigd heeft, dat de Bijbel veel rijker is dan het getuigenis der reformatie, zal dat wel waar zijn. Wij kunnen moeilijk aannemen, dat de reformatoren de Bijbel hebben uitgeput. Toch mochten wij wensen, dat alle theologen de rijkdom, welke Calvijn uit de Heilige Schrift heeft geput, deelachtig waren. Wat zouden wij een machtig stuk verder zijn, als zij allen het Schriftgeloof van deze Reformator deelachtig waren.
Men spreekt van een „Calvinistische repristinatie" en verwacht daar niets van. Is dat ook maar niet een woord, dat haastig wordt aangegrepen. De omstandigheden van toen zijn voorbij. Wij leven in een andere situatie. Doch Christus is Dezelfde gebleven en ten aanzien van het geloof in de Christus der Schriften kan men toch niet beweren, dat het vandaag een ander geloof is dan toen ?
Of bedoelt men dat eigenlijk wel ? Houdt men, om maar recht op de zaak af te gaan, het vasthouden aan het Schriftgeloof van Calvijn, gelijk dat ook in de artikelen onzer Ned. Geloofsbelijdenis is vervat, voor repristinatie ? Dat heeft met de meerdere rijkdom van de Bijbel op zich zelf zoveel uit te staan, dat het een voorwaarde zal wezen om die grotere rijkdom te verstaan.
Wij beschuldigen niemand, maar het valt toch moeilijk te ontkennen, dat de theologie van deze tijd zich beweegt om het ,,Schriftprobleem". Theologie en Schriftprobleem worden wederkerig door elkander bepaald. Zij worden wederkerig onderworpen aan 't standpunt, waarop men zich stelt, terwijl dat standpunt in de grond der zaak wijsgerig wordt bepaald.
Het „Schriftprobleem" is een academische kwestie geworden, sedert de critiek op de Schrift veld won. Al onderzoekende en critiserende heeft men het oorspronkelijk standpunt der theologie verlaten, n.l. dat zij de Heilige Schrift axiomatisch voor Gods Woord houdt, omdat de kerk haar als zodanig belijdt.
De wetenschap kan het Schriftprobleem stellen en als zij dat doet, ligt dat voor haar rekening en verantwoording. Daarmede is niet, gezegd, dat de kerk daarvan , naast schadelijke ook geen goede vruchten kan wegdragen.
Doch door velen schijnt vergeten, dat het Schriftgeloof èn de belijdenis daaromtrent geen academische kwestie is, zomin als het getuigenis van de Heilige Geest daaromtrent aan wetenschappelijke of wijsgerige controle kan worden onderworpen. Juist daarom kan de theologie om ware theologie te zijn en te blijven, zich slechts stellen op de grondstelling : de Bijbel Gods Woord. Dit kan voor velen slechts de betekenis van een axioma hebben, maar dat is geen grond om deze stelling onjuist te achten.
Het is begripsverwarring de theologie van deze grondstelling los te maken en nochtans van theologie te spreken. Niet de academie bepaalt, wat de kerk zal geloven, maar de theologie houdt zich bezig met de wetenschappelijke bestudering van wat de kerk gelooft. En aangezien de kerk zich voor haar geloof beroept op de Heilige Schrift als grond en regel des geloofs, daarin volgende het getuigenis van de Heilige Geest, ligt het uitgangspunt der theologie in de confessie.
Het kan slechts ten onrechte repristinatie genoemd worden, indien men de confessie wil leren verstaan in de geest der reformatie, in casu van Calvijn's theologie. Zulk een centralisatie zou verhelderend en genezend werken.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 april 1948
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 april 1948
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's