MEDITATIE
Jezus, innerlijk, met ontferming bewogen
Mattheüs 9 vers 36. En Hij, de scharen ziende, werd innerlijk met ontferming bewogen over hen, omdat zij vermoeid en verstrooid waren, gelijk schapen, die geen herder hebben.
Jezus ging door Palestina. Hij trok door stad en dorp en vlek. En Hij verklaarde de Vader, predikend het Evangelie van het Koninkrijk Gods. Allerlei mensen ontmoette Hij : hoogmoedigen en nederigen, zelfverzekerden en zoekenden, rijken-in-eigen oog en armen van geest, gezonden en zieken.
Fel en scherp klonk Zijn woord tegenover alle geveinsden en huichelaars en getrouwen naar eigen opvatting. Maar nodigend kwam Hij tot degenen, die in de tempel niet in tel waren, die troost nodig hadden en deze nergens konden vinden.
Toen Jezus de scharen zag, werd Hij over hen innerlijk met ontferming bewogen. Hij ging hen niet schouderophalend voorbij. Ook zag Hij niet minachtend neer op ,,de schare, die de wet niet kent". Hij zei niet tot Zijn discipelen : „Met deze mensen is niets meer te beginnen, zij staan er buiten en blijven er buiten !" Integendeel! Hij zag de scharen, Hij zag hen zonder herders, om hen te leiden. Hij zag hen in hun dagelijks leven, in hun geestelijke armoede. Hij wist, dat zij geen houvast hadden, geen steun en sterkte in hun leven. En met barmhartigheid werd Hij over hen vervuld. In nerlijk werd Hij getroffen, toen Hij hen zag en dacht aan hun leven, dat in vele opzichten zo leeg was.
Hij liet hen niet alleen, maar kwam tot hen met het Evangelie van het Koninkrijk Gods. „Hij, de scharen ziende, werd innerlijk met ontferming bewogen over hen". . . . .
Dit is het Evangelie der genade! God gaf Zijn Zoon in het vlees. Hij werd ons gelijk in alle dingen, maar zonder zonde. Hij woonde onder ons, onder zondaren ! En wat wij hebben kwaad gedaan, dat heeft Hij goed gedaan. Hij deed de wil des Vaders, ook toen Hij moest gaan naar Golgotha. Hij gaf zichzelf tot in de dood aan het kruis. Ten derde dage stond Hij op en ziet: Hij leeft I En Hij vervulde de belofte, die Hij gaf. Immers de Heilige Geest werd uitgestort en nam woning in Zijn gemeente op aarde. Zijn gemeente, die Hij onderhoudt en bewaart door Zijn Woord en Geest.
Is dit niet groot, dat Hij midden in deze wereld Zijn Kerk wil leiden, dat Hij zondaren kracht wil geven, om te gaan in de strijd van het leven ? Want dit moet niet enkel een leer zijn, dat Christus er is. Dit is toch ook in uw leven de troost en de sterkte, dat Hij er is en dat Hij leeft en dat Hij meeleeft met u, de zondaar, die dagelijks tegenstreeft en die dagelijks valt en die dagelijks belijdt en bidt: „Ik geloof, Heere, kom mijn ongelovigheid te hulp" ? . . . . . .
Kunt ge daar over zwijgen ? Kunt ge dit vóór u houden, alsof het u alléén aanging ? Als het goed is, is immers uw wandel en levenspractijk een preidiking van Hem, Die Zichzelf gaf, ook voor u.
En geldt dat dan ook niet voor de Kerk in haar geheel ? Moet zij het Evangelie niet uitdragen onder allerlei mensen en op allerlei wijze ? Immers ook nu zijn er de scharen, zeer grote scharen ! Nu is het gemakkelijk te zeggen : „Zij zijn vijanden van Jezus ; er is niets mee te beginnen, alle werk, voor hen verricht, is verloren tijd en vergeefse moeite". Maar, als we zó spreken, kennen we dan onszelf wel? Zijn we van nature niet allen vijanden van het , kruis van Christus, dood in de misdaden en de zonde ?
Neen, we komen zó makkelijk niet van de scharen af. Groots is de roeping en heilig de taak van de Kerk, van u en van mij ! Staande en levend en werkend in de wereld van vandaag de dag, moet er in ons iets zijn van die innerlijke ontferming. Kennend onze verantwoordelijkheid, moet er iets zijn van de barmhartigheid van Christus in ons. God zelf doet ons de scharen ontmoeten.
Ik denk aan Nederland, waar velen vervreemd zijn van het Evangelie en van de Kerk, zowel in de steden als ook in menig dorp. Ik denk aan die grote menigte van jongeren, die alle houvast kwijt zijn. Ik denk aan de Varende Gemeente, die lange tijd is verwaarloosd. En dan gaan m'n gedachten niet alleen uit naar de binnenschippers, maar ook naar de mannen van de grote vaart. Is er voor hen niet bedroevend weinig gedaan door de Kerk, dat is : door óns ?
Toen ik het vorig jaar naar de tropen voer, viel het mij op, hoe enkele leden van de scheepsbemanning des avonds, wanneer de dagsluiting aan dek werd gehouden, op een afstandje een weinig aarzelend gingen luisteren. Na enkele weken had ik een gesprek met één van hen. Hij vertelde dit o.a. : "Wij zijn het grootste deel van het jaar op zee. Nu eens zitten we hier en dan weer daar. Vroeger heb ik wel „iets er aan gedaan", maar ja, hoe gaat dat, wanneer je meestal geen gelegenheid hebt, dan komt er tenslotte niets meer van. Maar soms komen wij wel eens tot andere gedachten". Aan het einde van het gesprek vroeg hij me om een Bijbeltje. Een ander lid van de bemanning kreeg op volle zee een telegram, waarin hem werd bericht, dat zijn vader in Nederland plotseling was overleden. Eén der veldpredikers kon met hem spreken en op zijn verzoek met hem bidden. In de Perzische Golf stierf iemand van het keukenpersoneel. Hij kreeg zijn zeemansgraf ver van de zijnen! Er kon een begrafenisdienst worden gehouden.
Er varen honderden schepen op de oceanen. Duizenden Nederlanders doen daarop hun plicht. Soms zijn het heel jonge mensen. Na lange tochten over zee komen ze in de havensteden. Misschien hebt u er enige voorstelling van, wat daar te doen is, wat daar gebeurt en welke gevaren er zijn . . . . . Wie zorgt er voor het lichamelijk en geestelijk welzijn van deze mannen ? ? Wie zorgt voor deze scharen ? Is er iets van innerlijke ontferming ?
Ik noem u een ander voorbeeld. Mijn werk hgt in Zuid-Sumatra. Dit is een gebied, groter dan Nederland. Het is echter slechts een klein deel van Indonesië. In Palembang is een Protestantse Kerk en een Gereformeerde Kerk. Er is sinds kort één predikant. Deze predikant heeft als opdracht de gemeente in Palembang te verzorgen èn de verstrooiden in heel dit gebied. Daar zijn de oliecentra Pladjoe en Soengei-Gerong, waar veel Europeanen en Amerikanen wonen. Dan zijn er de Nederlanders, ambtenaren, planters, enz., die overal verspreid zitten. In Lahat en Tandjoeng-Enim zijn kleine Indonesische Protestantse gemeenten, die in stand bleven ondanks de Japanse tijd en de moeilijke jaren daarna. Nu, juist nu, hebben wij hulp nodig. Er moet leiding zijn. De jeugd moet worden opgevoed en onderwezen. Daarvoor zijn mensen nodig en goede lectuur. Eén der onderhandelaars van het Republikeinse leger bezocht, toen hij in Lahat was, de kerkdienst der militairen. Na afloop vertelde hij, dat hij verlangde het Evangelie te horen. Hij was daartoe lange tijd niet in de gelegenheid geweest.
In dit gebied heeft de Rooms Katholieke Kerk enige kloosters, een groot ziekenhuis, Mulo-scholen en dergelijke. Vele pastoors, broeders en nonnen werken hier.
Uit Nederland zijn twintig predikanten naar hier gekomen om gedurende twee jaren de Protestantse Kerk in Indonesië te helpen. We mogen dankbaar zijn, dat deze twintig dit zware werk zijn begonnen, zich bewust zijnde van hun roeping. De Kerk roeme echter niet hierin, dat dit kon worden gedaan. Het is nog maar weinig. Ook in dit opzicht geldt het nog: ,,Alle roem is uitgesloten". Er zijn gemeenten in nood en de scharen zijn groot! In Indonesië wacht ons een grootse taak. Ik wil helemaal niet zeggen, dat hier enkel dominee's moeten komen. Ook niet enkel onderwijzers. Ik hoop, dat veel jonge mensen, veel jonge Christenen, zich zullen willen geven, om hier te werken en te leven, ook al moet er een klein offer worden gebracht, opdat, zij hier leven — wat voorheen misschien veel te veel vergeten werd in woord en gedrag als Christenen l
„Hij, de scharen ziende, werd innerlijk met ontferming bewogen over hen". .. . . Jezus Christus is gisteren en heden Dezelfde. Hij roept de Kerk, u en mij, op, om tot Zijn Dienst gereed en bereid te zijn onder de grote, gróte scharen in Nederland, in Indonesië, ja overal.
Als ik aan deze dingen denk, dan kan ik mij niets steeds verblijden, wanneer er de één of andere Evangelistatie is opgericht ergens, waar een gemeente is. Dan vraag ik in vele gevallen, of er zo weinig geloof is in de kracht van Gods Woord en in de kracht van het gebed, dat er niet op andere wijze een oplossing kan worden gevonden, die verantwoord is.
Levend in de wereld van heden, ziende de huidige situatie, denkend aan de grote scharen zonder herders, kan ik niet juichen, wanneer er ergens een Bondspredikant is beroepen, waar vroeger iemand/anders stond, of ook omgekeerd. Het is mij niet mogelijk dergelijke ,,overwinningen", van welke kant ze ook komen, als zo iets bijzonders te zien.
Misschien wordt er gevraagd, of we dan maar alleen aan de scharen hebben te denken. Zijn er dan geen gemeenten, die ook verzorgd moeten worden ? En is dat óok niet belangrijk?
Ja, natuurlijk! De Kerk zij moeder over haar leden en zorge voof haar. Zij heeft een pastorale taak. Een ander vraagt, of de theologie niet beoefend moet worden en of er geen vragen zijn betreffende de organisatie der Kerk, enz. Ja, natuurlijk! Dit alles is van het grootste belang en van uitnemend gewicht, ook in deze tijd. Moet er niet gediscussieerd en misschien gedebatteerd worden ? Ja, natuurlijk, dit kan ook zeer nuttig zijn, al kan het wellicht wel wat minder en in vele gevallen zeker wel op een betere manier en waardiger toon.
Het één worde gedaan en het andere niet nagelaten. In deze tijd is de Apostolische roeping der Kerk groot. Ook hiervoor moet de Kerk krachten hebben, en niet alléén onder de dominee's. Daarop hebben wij ons te bezinnen Maar, niet telang ! Het is de tijd van de daad! De scharen zijn er ! Zij worden her en der geslingerd en hebben geen vastheid en steun. Het Evangelie des kruises, het Evangelie voor zondaren, worde hun gebracht.
Jezus, de scharen ziende, werd innerlijk met ontferming bewogen over hen, omdat zij vermoeid en verstrooid waren, gelijk schapen, die geen herder hebben. Toen zeide Hij tot Zijn discipelen : De oogst is wel groot, maar de arbeiders zijn weinige; Bidt dan de Heere des oogstes, dat Hij arbeiders in Zijn oogst uitstote".
legerpredikant 8 R S
(Zuid Sumatra)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 april 1948
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 april 1948
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's