Van de nieuwe Kerkorde
Allen moeten zich bekeren
Het ontwerp der kerkorde zal de kerk niet gezond maken. Wie dat verwacht, zal zeker worden teleurgesteld. Allen zullen zich moeten bekeren. In deze geest maakt ds. C in de „Gereformeerde Kerk" van deze week een opmerking en zij werd meerdere malen vernomen. De richtingen moeten zich bekeren. De vrijzinnigen en ook de gereformeerden, zo hoorden wij het wel eens uitdrukken. Allen moeten zich bekeren.
Wij willen van die eis niets afdoen. Dat zou allerminst in de Schriftuurlijke lijn liggen. De kerk zal zichzelf en anderen die eis voortdurend voor ogen hebben te houden. Toch is het zeggen en voor ogen houden niet genoeg. Het zal op de daad aankomen. Niet de hoorders, maar de daders van de wil des Heeren. Nu wordt het echter heel moeilijk.
Bekeren ! Kunnen wij onszelf bekeren ? Is de waarachtige bekering niet een werk van de Heilige Geest ? Er komt weer een woordje bij : waarachtige bekering ! Ja, dan zullen wij dus hebben af te wachten, of de Geest misschien vaardig wordt. Allen moeten zich bekeren. De eis is algemeen en persoonlijk tegelijk. En inderdaad, schier op iedere bladzijde vermaant de Heilige Schrift: Bekeert u. Vaak met bedreiging : indien gij u niet bekeert, dan . . . . .
Waarom doet de Heilige Schrift dat, als wij het toch niet kunnen ?
In de eerste plaats om ons te leren, dat wij schuldig zijn naar alle geboden Gods te leven. Voorts, dat wij geen vrede bij God zullen hebben, zo wij Zijn Wet verachten. Tenslotte om ons te ontdekken aan onze verdorvenheid, opdat wij een toevlucht nemen tot Zijn genade.
Dit zou de schijn wekken, alsof wij dan toch wel iets aan onze bekering kunnen doen. Sommigen zijn daarvoor zozeer bevreesd, dat zij maar liever volharden in hun onbekeerlijke wandel, dan ook maar de schijn van werkheiligheid op zich te laden. Anderen weer roemen in een vrijheid op rekening der genade en laten het gebod onaangeroerd, alsof zij met een God van doen hadden, die zich met onze ongerechtigheid verzoend had.
Noch het één, noch het ander komt overeen m.et de leer der apostelen en profeten. Daarom moet de eis tot bekering ons weerhouden van zulk een lijdelijkheid en opgeblazenheid. Hij wijst ons op onze zedelijke verantwoordelijkheid en roeping voor God en de mensen en op de dingen, die in onze macht zijn gesteld.
Want wel staat het vast, dat wij in onze verdorven natuur niet vermogen een gerechtigheid voort te brengen, die voor God bestaan kan. Wie meent zulk een gerechtigheid te kunnen verwerven, moet het beginsel daarvan in zichzelf aannemen en heeft geen Verlosser nodig. Voor dezulken is het goed te bedenken, dat de Heere Christus ons vermaant het Koninkrijk Gods en Zijn gerechtigheid te zoeken. Dat is dus een andere gerechtigheid, dan welke een verdorven mens in zichzelf zou menen te vinden. Buiten de Christus zal de gerechtigheid, welke God van ons vordert, niet gevonden worden. Vandaar het Woord des Heeren "Gijlieden moet wederom geboren worden". Dat nu is een daad Gods en een werk van de Heilige Geest.
Maar is er dan nog een bekering, die wel in onze macht is gesteld ? Zelfs in onze verdorven staat ?
Het woord bekering wordt niet altijd in dezelfde zin gebruikt. Als de Catechismus vraagt: In hoeveel stukken bestaat de waarachtige bekering des mensen ? heeft hij het oog op de vernieuwing des gemoeds door de uitnemende kennis van Christus. Men spreekt ook van rechtvaardigmaking door het geloof in Christus.
Bekering wordt echter ook in uitwendige zin gebruikt. Denk aan de prediking van Jona te Ninevé. Reeds daarin is een zegen gelegen voor het aardse leven. Wij hebben daarin een voorbeeld, hetwelk slechts tot schade van het ganse volk kan worden veracht. Zo waarlijk wij verantwoordelijk zijn voor ons doen en laten, is het in onze macht gesteld ons aardse leven te richten naar Gods geboden of naar eigen inzicht. Wij beweren niet, dat het in ónze macht staat de Wet Gods te vervullen tot gerechtigheid, maar gelijk wij in allerlei voorvallen onze eigen weg kunnen volgen of naar goede raad luisteren van ouders en onderwijzers, kunnen wij de onderwijzing van de Heilige Schrift betrachten of in de wind slaan.
Of staat er vergeefs, die het gehoord zullen hebben en niet gedaan, zullen met dubbele slagen geslagen worden ?
Dit woord treft alzo degenen, die met het Woord enigermate op de hoogte zijn, degenen, die het gehoord hebben. In de uitwendige zin betekent de eis van bekering dus allereerst een roep; tot de Wet en de getuigenis. Dan kan er een dageraad zijn, maar zo niet, dan is er geen hope.
Zal de roep, dat wij allen bekeerd moeten worden, ten aanzien van het kerkelijk leven dus iets betekenen, dan zal hij betrekking moeten hebben op iets, dat in onze macht is gesteld. Anders toch is het een ijdel geluid. Wat zou dat dan kunnen zijn ?
Dat wij allen gehoorzaamheid betrachten in hetgeen, waarin wij dat schuldig zijn te doen. Wij zullen ons allen hebben te stellen op de grondslag der belijdenis, gelijk deze door haar wordt aangewezen in wat zij belijdt aangaande de Heilige Schrift. Daarop toch komt het aan, dat allen erkennen, dat de kerk van Christus krachtens het getuigenis van de Heilige Geest belijdt, dat de Heihge Schrift Gods Woord is. Dit is een zaak des geloofs, welke alleen door het geloof in de Christus der Schriften wordt verstaan. Allen, die die Christus kennen, zullen daarin samenstemmen.
Als alle richtingen zich moeten bekeren, zullen zij zich moeten bekeren tot die erkentenis en afstaan van eigenwilhge redeneringen, die, loochening, instede van erkenning betekenen. Alleen in die algemene erkenning kunnen de richtingen één worden. Hoe zal men anders het kerkelijk leven tezamen saneren, als men het over deze grondslag , niet eens is ? En op welke basis zou men het eens kunnen worden, als men het geloof, waaruit de kerk leeft, achter stelt bij zijn eigen meningen ?
De geschiedenis leert, dat met de ondermijning, van het geloof der Schriften de verwarring van het kerkelijk leven hand over hand ging. Daarom kan men geen genezing verwachten, zo men zijn eigenwillige godsdienst wil handhaven tegenover de onbetwistbare feiten van Schrift en historie.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 april 1948
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 april 1948
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's