De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DIENST AAN DE NAASTE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DIENST AAN DE NAASTE

5 minuten leestijd

De Stichting „Kerk en Wereld" vraagt financiële steun voor het Eijkman fonds om meisjes en jongens, die tot „werker in kerkelijke arbeid" wensen te worden opgeleid, tegemoet te komen.

Zij leidt dit verzoek als volgt in : Er zijn honderden meisjes en jongens in ons land, die met écht roepingsbesef Christus dienen willen in dienst aan de naaste. Ze vragen niet naar de voor hen mogelijke ,,carrière", naar hoge salarissen en de uiterlijke pracht van „goede banen" ; ze willen gelukkig zijn in Christus, door anderen voor Christus te winnen.

Wij twijfelen niet aan de oprechte bedoeling van degenen, die dit schrijven en alzo gezind zijn. Toch vragen wij ons af, of op deze wijze niet een gezindheid wordt gekweekt, welke onder de schijn van een fris en opgewekt Christendom de leer der verdienstelijke werken huldigt, met de daaraan verbonden eigengerechtigheid.

,,Christus dienen in de dienst aan de naaste". Kan dat nu heus alleen maar, als men in „Kerk en Wereld" is opgeleid tot „werker in kerkelijke arbeid" ? Wil deze Stichting zich aandienen als de weg, haar opleiding als de voorbereiding om Christus tedienen in de dienst aan de naaste ?

Men loopt gevaar in zulk een eenzijdigheid te vervallen, als men Christus dienen in de dienst aan de naaste reduceert tot kerkelijke arbeid, en wel kerkelijke arbeid onder een bepaald aspect naar aanleiding van de toestand, waarin het kerkelijk leven verkeert. Wij laten dan nog in het midden, uit welke theologische achtergrond die arbeid wordt gezien.

Wat hier wil uitgedrukt zijn met de woorden ,,ècht roepingsbesef Christus dienen willen in dienst aan de naaste", wordt nader omschreven in de laatste zinsnede : „zij willen gelukkig zijn in Christus, door anderen voor Christus te winnen".

Vooral in het licht van wat daaraan voorafgaat over ,,carrière" en ,,goede banen" wijzen deze woorden op de begeerte om zendeling te worden, dus op de zendingsroeping in het bijzonder. Krachtens die roeping zouden dan de jonge mensen, waarop men het oog heeft, tot „werker in kerkelijke arbeid" wensen te worden opgeleid, om vervolgens in het werk der inwendige zending te worden opgenomen, hetwelk door de kerk wordt ondernomen.

Als men dit echter bedoelt — en dat kan toch moeilijk anders — moet men dat ook zo noemen. Thans geeft het de indruk, alsof alleen in deze arbeid : „het Christus dienen willen in dienst aan de naaste", kan gelegen zijn, terwijl daarin slechts een bijzondere roeping tot uiting komt.

De geloofsroeping van elke Christen, ongeacht op welke plaats hij is gesteld, dringt tot een nieuwe gehoorzaamheid in alle verhoudingen des levens. Die geloofsroeping, door de liefde van Christus gedragen, drijft uit tot de naaste, zoekt de ere Gods en het welzijn van de naaste naar het gebod des Heeren. Welke kracht daarvan uitgaat, leert de oude Christelijke kerk, welke een wereld heeft overwonnen door het geloof.

Dienst van Christus in de dienst aan de naaste zal geen zin hebben en kan ook geen goede vrucht verwachten, zo deze niet door dat beginsel ener nieuwe gehoorzaamheid in de liefde van Christus gedragen wordt. Men zal dit ook niet ontkennen, maar dan blijft nog over dat allen, die de Christus der Schriften belijden, tot deze dienst geroepen zijn, zonder nog een bijzondere vocatie voor inwendige zending te hebben. Allen, die de Christus der Schriften belijden, om het even, of zij hoogleraar of schoenmaker, notaris of landbouwer, ambtenaar of werkman zijn, zijn tot de dienst der liefde tot de naaste geroepen. Spraken de reformatoren daarom niet van een goddelijk beroep ?

Indien men deze algemene geloofsroeping verengt tot de werkers in kerkelijke arbeid, berooft men de kerk en ondergraaft de zendingskracht, welke van het leven der kerk als zodanig uitgaat. In onze tijd mocht eer het tegendeel geschieden. Hoevele gezinnen worstelen met grote moeilijkheden, omdat de huisvrouw geen hulp kan bekomen. Men spreekt over „dienen" en dienst aan de naaste, doch, hoe weinigen zijn genegen om de naaste te dienen en velen dienen liever zichzelve. Dat is heel menselijk en niemand zal zich voor God kunnen verontschuldigen, die zegt, dat wij zoekers van onszelf zijn, maar, waar is de kracht des geloofs, waar de nieuwe gehoorzaamheid, als men alleen maar wil dienen, zoals men dat zelf verkiest ?

Hoe nuttig de kerkelijke arbeidj welke men op het oog heeft, ook moge zijn, wij hechten veel meer waarde aan een gezond kerkelijk leven en een Christelijke levensstijl, die uit het geloofsleven opkomt, ook in de burgerlijke saamleving. Sommigen zijn spoedig gereed met hun oordeel, dat dit dikwijls slechts een vorm is. Wij willen dat niet ontkennen, maar de vorm kan geen stand houden, als er niet een zekere mate van echtheid aanwezig is. Daarom achten wij het, ook uit sociaal oogpunt, voorshands een betere conditie, als de Christelijke levensorde nog in ere wordt gehouden, dan wanneer dit niet het geval is.

Wat meer nadruk op het leven der kerk en op de Christelijke levensopenbaring in onze gewone dagelijkse arbeid, zou volstrekt niet in conflict komen met de zendingsroeping der kerk, omdat daarin op zichzelf reeds een machtig stuk vervulhng dier roeping ligt: „lerende hen onderhouden, al wat Ik u geboden heb".

Die terrein van de dienst van Christus aan de naaste is veel ruimer en groter dan dat het zou kunnen worden bestreken door een speciale tak van zendingswerk. De dienst aan de paaste omvat ook nog wel wat meer dan het werk onder buitenkerkelijken, om hen voor Christus te winnen. Deze kan men niet omschrijven of bepalen, omdat er zo van alles onder vallen kan. Het leven is zo rijk en wie zal zeggen, hoe men soms Christus aan zijn naaste dienen kan, met welk een arbeid en onder welke omstandigheden ! Zelfs zónder het te weten ! Sommigen hebben onwetende engelen geherbergd. Voor die algemene roeping van ons Christelijk geloof komen wij op, zonder daarmede tekort te doen aan degenen, die zich tot een bijzondere taak in de kerkelijke arbeid geroepen gevoelen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 april 1948

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's

DIENST AAN DE NAASTE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 april 1948

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's