Samuël, een zoon der Wet
FEUILLETON.
EEN VERHAAL UIT HET HEDENDAAGSE PALESTINA
98)
De gendarmes maakten het zich gemakkehjk en aangenaam in hun geluier. Zij betrokken wat hun geleverd moest worden ook uit Baitjisraël, omdat men volgens hun zeggen daar ook genoot van hun beveiliging. En al spoedig begonnen zij vrijpostig op te treden tegenover de kolonisten, zodat deze zich weer tot de burgerlijke overheid om bescherming moesten wenden. Rustverstoringen kwamen echter niet voor. Het was niet uit te maken, of dit een gevolg was van de bezetting door de Turkse soldaten, of dat de Fellahs zelf verder hun wraak niet meer wensten voort te zetten. Toch merkte Jossele, dat ook zij niet geheel zeker waren van de schuld van Mandel, maar bij gelegenheid bij doortrekkende Arabieren informaties inwonnen, die nog op de moord betrekking schenen te hebben.
Dan hier en dan daar, nodigden de soldaten zich Vrijdags, als het hun vrije dag was, bij de veel ontberende en hard voor hun eigen onder houd werkende kolonisten te gast. Alleen de koopman Lemberger verschoonden zij daarvan, omdat die zich bij hen verdienstelijk wist te maken, en hij zich tegelijkertijd als de allerarmste wist voor te doen. Daartegenover zochten zij het huisje van de moechtar vaker op dan enige andere woning, en verwachtten hier dan een ontvangst, die in volle overeenstemming zou zijn met zijn positie. Menige dag was Rea in het ouderlijk huis voor hen in de weer, en dan kon zij het niet vermijden om zich aan hen te laten zien. Misschien dat haar schoonheid hen wel evenzeer aantrok als het altijd weer door Lemberger opgewarmde kletspraatje, dat Sinaï door al zijn baantjes een welgesteld man was.
Het scheen onmogelijk om de onwelkome beschermers binnen hun perken terug te wijzen. Mogelijke bezwaren, ingebracht bij de Wali van Beiroet, zouden slechts een twijfelachtig, en in ieder geval een heel laat gevolg hebben gehad. De ene Turkse ambtenaar hield de ander immers toch de hand boven het hoofd, omdat er geen enkele was, die een streng onderzoek verdragen kon. Zo beweerde tenminste Nathans.
Sinaï en Suze stonden er nu al spoedig op, dat Rea met haar kind helemaal bij hen zou blijven, omdat zij een al te grote belangstelling voor haar bij die Turkse mannen hadden opgemerkt. Slechts in gezelschap van Samuel mocht zij naar haar huis gaan, om daar voor het vee te zorgen. Zij voegde zich heel ongaarne naar deze wenken, want zij had het gevoel, dat zij de huiselijke haard voor haar Mandel moest bewaren, en dus had zij het liefst dag aan dag hem met een pas gekookte maaltijd opgewacht. Zij had zo'n idee, alsof door het verlaten van haar huis de scheiding van haar man nog vaster werd bezegeld. Zij kon ook maar niet geloven, dat in Erefs-Israël nog dat persoonlijke gevaar dreigde, dat zij in Rusland wèl had gekend.
Toen zij nu bij haar vader en moeder vertoefde, waagde Jossele het ook weer, haar onder de ogen te treden. Op een late voormiddag kwam hij heel bescheiden de woning binnen, bleef net als vroeger aan de ingang staan, en zei haar met terneer geslagen blik, dat zij helemaal niet meer op haar terrein hoefde te gaan werken. Hij — Jossele — zou het vee wel voederen, haar de melk brengen, en ook, wat op het veld nodig was, verzorgen. Het was maar beter, dat zij dat eenzame huisje voorlopig niet meer betrad.
(Wordt vervolgd.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 april 1948
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 april 1948
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's