Samuël, een zoon der Wet
FEUILLETON
EEN VERHAAL UIT HET HEDENDAAGSE PALESTINA
99)
Zij stond er wat versteld van, toen hij zo sprak en het drong tot haar door, hoe deze man, die overigens zo'n hard leven had, uit het fijn gevoel van een trouwe en tere vriendschap tot zulk een vriendelijke bezorgdheid was gekomen. Ze moest daarover wenen. En dat vermeerderde voor haar plotseling nog de smart om Mandel, en zij zonk, snikkend en helemaal ineengekrompen in een stoel.
„Het komt in orde, het komt in orde. Reamijn !" troostte de moeder, de blinde. „Het is toch ook onmogelijk, dat zij hem voor schuldig blijven houden".
„Maar zij kunnen hem daar bij de rechtbank wel helemaal vergeten ! Hij moest immers allang terug zijn !"
,,Schrei niet, schrei niet, mijn beste kind. Je zult wel spoedig van je verdriet worden bevrijd ! God zal hem wel weer bij je terugbrengen. Denk jij dat ook niet, Jossele ? De moordenaar zal toch wel gauw worden ontdekt".
Maar nu begon Rea hardop te schreien. „Denkt u dan heus nog, dat zij hem met opzet zo lang vasthouden ? "
,,Weet ik dat ? Maak je toch niet zo naar. Denk er toch aan, dat je op die manier ook je kind kwaad doet".
De man met de kruik hield zijn ogen niet meer in bedwang nu, terwijl slechts de blinde en. Rea's in haar handen verborgen gelaat daar tegenover hem waren. Hij keek naar haar met een bijzondere innigheid, waar toch geen enkele begeerte in was. Eerbied en overgegevenheid brachten hem tot stille gehechtheid. Hij zou op dit ogenblik voor haar hebben kunnen sterven. Hij ontdekte bij zichzelf, dat er niets was, wat hij voor haar niet zou, hebben kunnen doen of zou hebben kunnen offeren. Het scheen hem toe, dat het de hoogste waarde zou kunnen wezen, die zijn leven nog kon verkrijgen, indien hij dat leven aan zo'n vrouw en aan zb'n vriend, als Mandel, en dus aan hun beider huwelijksgeluk opofferde.
,,De soldaten zeggen dat ook. Meen jij het ook niet, Jossele ? "
Hij kon niets zeggen. Terwijl hij daar zo zat na te denken en zich in meegevoel verdiepte, had er in Jossele's voorkomen een zeldzame verandering plaats ; hij bewoog zich niet en hij veranderde ook zelfs de richting van zijn blik niet. Maar zijn trekken namen de plechtige onbewogenheid en de koude vrede aan als bij een dode. Zijn ogen schenen hun licht te verliezen, of zij keken over wereld en leven heen. Alle bloed was uit zijn gelaat verdwenen. ,,Jossele, denk jij dat ook ? "
Rea nam die vraag van haar moeder over en keerde haar ten dode bedroefd gelaat hem toe. Haar blik riep het bloed uit zijn hart terug en dreef het in oversnelle vaart door zijn aderen. Het bloed kleurde plotseling zijn voorhoofd en verdonkerde nog het bruin van zijn wangen. Het scheen bijna een blos van vreugde te zijn, zó lichtten zijn trekken ineens op, toen Rea nog weer dringend vroeg : „Zeg eens, Jossele, zou het nog mogelijk zijn ? "
,,Ja, het is mogelijk!" zei hij, en hij trad naar voren, bukte zich over het kind, greep haar handje en legde dat tegen zijn wang. „Het is best mogelijk, wees er maar heel gerust op !"
,,Wat is mogelijk ? " herhaalde Suze onzeker, en deed haar ogen wijd open, als konden die helpen om de zin van dat raadsel op te lossen.
(Wordt vervolgd.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 april 1948
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 april 1948
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's