De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Financiën

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Financiën

8 minuten leestijd

Postgiro 138421

Wie ruimschoots hun aandeel krijgen van de zorgen en moeiten van het leven, zijn de ongelukkigen naar het lichaam. Zolang zij onder het ouderlijk dak toeven en aanzitten aan de gemeenschappelijke dis, merken zij daarvan niet veel; doch wanneer door de hand des doods de natuurlijke samenhang wordt verbroken — vader is er niet meer en moeders oog is gesloten - zo treden de moeilijkheden naar voren :

„Wie ontfermt zich over de ongelukkigen ? " Als er nu maar verwanten mogen zijn, die over geld en goed hebben te beschikken en tevens een liefdevol hart omdragen, wordt het gemis nog niet in zijn volle gewicht gevoeld, doch wanneer deze ontbreken, moet op de liefdadigheid in het algemeen een beroep worden gedaan, en wat dat betekent, weet menig arme tobber u te vertellen.

Gelukkig zijn er nog corporaties, waar barmhartigheid wordt beoefend, waar mannen en vrouwen zich tot levensdoel hebben gesteld voor onverzorgden de last des levens te helpen dragen. Het behoort dan ook tot een van die instellingen, welke de Heere in de hemel heeft vastgelegd in Zijn ordeningen : „den armen moet Christelijke handreiking worden gedaan". 'Wat zich zelven niet in het leven kan behouden, moet door de liefdehand van Zijn gemeente worden gesteund.

„Over het gebrekkige" — zo spreekt de Liefdevolle — „waak Ik zelf en geen enkele klacht van hun lippen ontgaat aan Mijn oor".

Wie aan deze natuurlijke drang geweld aandoet, wete dit, dat hij Gods ordinantiën wederstaal. Zo is het van ouds af als een vanzelfsprekend. iets aangevoeld, dat de behoeftigen door de gemeente des Heeren werden verzorgd. In deze is het voorbeeld gegeven door de Heere Jezus zelf. Misschien is het tot nu aan uw aandacht ontglipt, welke bizondere betekenis het Woord des Heeren heeft, als Hij zegt : ,,de armen laat Ik na in Mijn plaats".

Toen Hij optrad onder de schare en Zijn hoogheerlijke werkzaamheid in allen dele uitoefende, moest Hij door de liefdehanden Zich het nodige zien toegelangd. 't Zou — zo hebt ge bij uzelf reeds opgemerkt — voor de Heere minder geweest zijn dan iets, getuige de vermenigvuldiging der broden, om op een voor mensen onnaspeurlijke wijze in eigen onderhoud te voorzien en tevens de Zijnen daarin te laten delen. Slechts één woord van Zijn lippen ware daarvoor toereikend geweest.

Toch lezen wij dat er waren, die Hem met hun goederen dienden. Met andere woorden : de Heere liet het toe. Dat was de hoge ere, aan schepselen gegund. De Onderhouder van alles, liet Zich onderhouden.

Zie, dit was na Zijn opstanding niet meer zo. Vandaar het woord: ,,de armen laat Ik na in Mijn plaats".

Deze blijven tot u opzien. De toestand op deze wereld zal dan ook nooit zó worden, of gij zult ze vinden. Vinden wij ze ook ?

Natuurlijk mag hierbij aan geen eenzijdige verzorging worden gedacht, 't Is niet „lichamelijk" alleen. Neen, zoals Ik het u heb voorgelegd : ,,geestelijke en lichamelijke zorg in één verband", en dan het eerste voorop, heenwijzende naar Boven, aanwijzende het levensdoel. Dat het zo werd verstaan en toegepast in de dagen, waarin de Heilige Geest Zijn volheerlijke arbeid wrocht in 't midden der gemeente.

Petrus en Johannes, opgaande naar de tempel, worden staande gehouden vóór zij de dorpel van het Heiligdom betreden door een ongelukkige, die een beroep doet op hun helpende hand. Deze bad, dat hij een aalmoes mocht ontvangen. Petrus gevoelt zich gedrongen om bijstand te bieden. „Zilver en goud heb ik niet, maar hetgeen ik heb, dat geef ik u : in de Naam van Jezus Christus, de Nazarener, sta op en wandel".

En deze opspringende, stond en wandelde en ging met hen in de tempel, wandelende en springende en lovende God.

Zo is het woord, dat ons overzicht mag inleiden.

Wij kregen bij en onder het opstellen van wat ons in deze laatste dagen werd in de hand gesteld, ook deze gewaarwording : het zijn gaven, die ons van Godswege worden verstrekt.

1. Van onze vriend de heer Klootwijk kwam de eerste gift, n.l. van mej. de wed. D. 1 gld. uit haar busje, verdubbeld door de heer G. Alzo onze gift voor heden ƒ 2.—

2. De Paascollecte te Gouderak bracht ons een flinke stap naar voren. Ons werd toegezonden f 69.48 Wij betuigen onze warme dank.

3. Door onze secretaris, door ds. Timmer, gewerd ons reeds vaker dan eens een gift ; zo ook thans van een jarig echtpaar op de dag van hun huwelijksvoltrekking. Deze zond ons thans ƒ 10.— Wij voegen onze hartelijke gelukwensen ook bij de vele, welke zij mochten ontvangen. Wij zijn met hun gift verblijd.

4. Door ds. Bartlema te Zeist kregen wij onder letter L. eveneens een bankbiljet van 10 gld! ƒ 10.— Hij wil onze dank wel overbrengen.

5. Door ds. Korevaar te Gouda wordt geregeld onze dis van een nieuwe schotel voorzien. Hij had verschillende giften bijeen gevoegd. Tezamen vormden deze ƒ 8.50

6. Ds. Timmer had nog een gift uit Breda gekregen van iemand, die onbekend wil blijven. ƒ 2.50

7. Van N.N. uit X kreeg ik voor onze fondsen 5 gld. 'k Ben er toch mee ingenomen en hoop, dat de zender van de Heere een zegen mag verkrijgen.

8. De kerkeraad van Mastenbroek zond mij de collecte, voor het Studiefonds gehouden op 18 April, zijnde de ronde som van ƒ 100.-—

9. Hierop volgde de opbrengst van een collecte, gehouden te Ermelo, een week later. Deze bedroeg niet minder dan ƒ 220.-

10. Te Kockengen heeft men de collecte gedeeld. Voor het Studiefonds van de Geref. Bond bedroeg deze, zoals zich verwachten laat, iets minder, n.l. ruim 25 gld., dat is ƒ 26.38  Wij zijn met deze collecte ten zeerste verblijd en betuigen de kerkeraad onze oprechte dank.

11. In de steden, waar de kerkeraden zich genoodzaakt zien de collecten te houden voor wat de Synode vraagt, schiet ons niet anders over dan onder elkander gelden voor het Studiefonds in te zamelen. In de gemeente van Rotterdam deed men vóór de oorlog reeds zó: een commissie werd gevormd onder leiding van de actieve secretaris, en de heer E. Visser nam dit werk thans weer ter hand. Gesteund, zoals de Rotterdammers dit gewoon zijn te doen, door de heren J. Besteman, M. Spruit en de dames Ooy en Terwind. Spontaan gaven deze zich voor de goede zaak. Naar 't resultaat behoeft niet te worden gevraagd. Meer dan twee­ honderd gld. werd op onze giro geplaatst, n.l. ƒ 207.—

Dit is waarlijk een voorbeeld, waardig om nagevolgd te worden. Wij zeggen degenen, die de inzameling hielden en niet minder die van het hunne wat zij konden bijdroegen, zeer hartelijk dank !

12. Te Delft deed zich wat we zoeven hebben opgemerkt, als een verschijnsel dat zich voordoet in de steden, ook weer voor. Geen Paascollecte voor de Geref. Bond. Dit laten wij niet toe. Weet ge, wat wij wél kunnen doen : in het kerkezakje doen wij onze giften. Zo kwamen twee posten op onze rekening, n.l. 25 gld. voor het Studiefonds van de Geref. Bond en 1 gld. idem. Tezamen ƒ 26.—

'k Ben er mee verblijd en we zeggen onze vrienden hartelijk dank. Collega Van Wingerden niet uitgezonderd.

13. Te Brandwijk werd voor ons Studiefonds een collecte gehouden, welke niet achter blijft bij het geheel, 't Is geen kleinigheid, wat hier werd geofferd. Zij bracht op de som van ƒ 167.59 Onze hartelijke dank!

14. Een rijksdaalder werd mij toegezonden door J. B. te N.N., voor het Studiefonds, met vele goede wensen, waarvoor ik niet ongevoelig ben. ƒ 2.50

15. Te Rijswijk heb ik een vriend wonen, die gaarne schuil gaat achter N.N. Hij past er wel op, enig spoor achter te laten ; hij deed mij 10 gld. aan de hand. 

16. Ds. Timmer deed me vanuit Oldebroek toekomen van H. H. ƒ 5.- Hij wil onze dank wel overbrengen.

17. Van Hazerswoude krijgen wij geregeld de inhoud van een busje ons toegezonden. Deed zulks voorheen mej. Qualm, sedert enkele jaren werd deze post overgedragen aan mej. Ina van der Linde, 't Zelfde merkteken bleef hier bewaard. De opbrengst was thans ƒ 48.50 Prachtig, hoor !

18. Van Goeree en Overflakkee heb ik nog altijd een prettige herinnering bewaard, 'k Geloof, dat ik bijna in elke plaats hier op deze eilanden ben geweest. Te Ooltgensplaat en Herkingen werd op beide plaatsen voor ons Studiefonds ook nu weer gecollecteerd. Voorganger in deze was ds.W. Brinkman. In Ooltgensplaat bedroeg deze niet minder dan ƒ 90.21

19. In Herkingen ƒ 58.— Wij zeggen allen, die hieraan hebben geholpen, vriendelijk dank.

20. Het sluitstuk in deze kwam uit Den Dolder. De Mannenvereniging ,,Onderzoekt de Schriften" bracht mij twee bankjes van 10 gld. voor ons Studiefonds. Waarmee ik ten zeerste was ingenomen. ƒ 20.—

Wanneer ik deze onderscheidene giften bijeen lees, kom ik tot een bedrag, waarnaar ik wel verlangde, doch waarop ik niet durfde rekenen,

n.l. f 1088.66

De Naam des Heeren zij geprezen !

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 mei 1948

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's

Financiën

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 mei 1948

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's