Bezwaren tegen de regeling van het beheer in het ontwerp-kerkorde
We hebben gezien, dat aan de kerkvoogd het ambt van ouderling zal worden toegekend. Het komt mij voor, dat dit onjuist is. Dit voorstel komt niet overeen met de schriftuurlijke gegevens, betreffende het ambt van ouderling. Reeds de Wezelse artikelen van 1568 spreken in artikel 16 uit: Wij oordelen, dat het slecht met het ambt van ouderling overeenstemt, dat hun worde opgedragen het uitgeven en het verzorgen van de kerkelijke goederen, van welke aard die ook mogen zijn of waar vandaan die ook mogen komen. In het diakenambt zou dit eerder passen.
Er zijn verschillende diensten in het ontwerp voorgesteld ; ik zie niet in, waarom het zijn van kerkvoogd ook niet als een dienst of een bediening beschouwd kan worden, daar het m.i. zeker geen ambt is zoals de Schrift ons tekent.
De wijze van verkiezing en de opgedragen taak zou m.i. kunnen blijven zoals deze voorgesteld zijn, alleen zouden de kerkvoogden geen deel mogen uitmaken van de kerkeraad of de meerdere vergaderingen.
We hebben gezien, dat zelfs onder de regeling van Willem I de autonomie der plaatselijke gemeenten werd gehandhaafd. Uit de politiek weten we, dat de geest der Franse Revolutie centralistisch was en dat deze liberalistische geest er op uit was voortdurend de autonomie der gemeenten en der provincies aan te tasten. Het is dan ook een politieke wens der christelijke partijen, dat deze autonomie zoveel mogelijk ontzien worde.
Wanneer wij nu het ontwerp-kerkorde op dit onderwerp bezien, dan moeten wij tot ons leedwezen opmerken, dat een centralistische geest over de opstellers is vaardig geweest en dat zij de gelegenheid hebben geschapen om de autonomie der plaatselijke gemeente grondig aan te randen.
Wij zullen dit aantonen. Wij zagen reeds, dat er gemeenten zijn, die tot dusverre vrij beheer hadden, en dus aan geneflei toezicht onderworpen waren. Het zou van wijs beleid getuigen, om het toezicht soepel te regelen en inderdaad tot toezicht te beperken, wil men deze gemeenten niet kopschuw maken voor dit ontwerp. Maar het schijnt wel alsof de voorstellers ten aanzien, van de bestaande colleges van toezicht willen zeggen, wat Rehabeam zeide : Mijn kleinste vinger zal dikker zijn dan mijns vaders lendenen, mijn vader heeft u met geselen gekastijd, maar ik zal u met schorpioenen kastijden.
Wanneer we het reglement op het beheer zien van de gemeenten, die onder toezicht staan en deze vergelijken met de voorgestelde regels, dan valt het op, dat deze laatste veel strenger zijn. Terwijl thans het toezicht zich alleen met de begroting bemoeit als er klachten bij haar binnenkomen en zij overigens alleen adviezen kan geven, wordt thans bepaald, dat de kamer van toezicht aan de kerkvoogdij kan opdragen doelmatig geachte uitgaven van de begroting af te voeren en bij ordinantie voorgeschreven posten daarop te brengen. Er worden reeds in het ontwerp zes kassen gevormd, waarvoor na overeenstemming van een kleine groep mensen (de generale financiƫle raad en de algemene kerkvoogdijraad) verplichte betalingen kunnen worden gevorderd.
In het bijzonder valt voor ons onderwerp op de generale kerkvoogdijkas.
Waarvoor is deze nodig ? Niet voor de organisatie, want deze wordt betaald uit de kas voor de administratiekosten. Het komt mij voor, dat deze moet dienen om gelden van de ene gemeente over te hevelen naar de andere.
Zoals de regeling der predikantstractementen bewerkt, dat orthodoxe gemeenten worden verplicht bij te dragen in het onderhoud van vrijzinnige predikanten, waarvan zij de prediking moeten bestrijden en afkeuren, zo moeten deze bepalingen m.i. de weg openen om ook voor het onderhoud van gebouwen enz. de gelden van de ene geme.ente over te hevelen naar de andere.
Voorts mag geen huis verhuurd worden zonder toestemming van de kamer van toezicht. Er mag geen huis verbouwd worden zonder toestemming van de kamer van toezicht. De plaatselijke kerkvoogdij wordt op deze wijze aan handen en voeten gebonden en zuiver geregeerd vanuit de hogere instanties. Zij kunnen zorgen het geld bijeen te brengen, dat nodig is, maar overigens zijn ze niet veel meer dan zetbazen van de centrale instanties. Van de gemeentelijke zelfstandigheid blijft op deze wijze bitter weinig over. Wij kunnen dan ook niet ernstig genoeg waarschuwen tegen de hier voorgestelde regeling. Zij bezit de complete regeling om de plaatselijke gemeente aan handen en voeten te binden. Dit is een regeling van een toezicht, die aan de kerkvoogden vrijwel geen gelegenheid tot eigen handelen overlaat. Een regeling van het toezicht als in het bestaande reglement zou m.i. te aanvaarden zijn, maar dit gaat veel te ver.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 mei 1948
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 mei 1948
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's