Nacht zonder dageraad
Met een oratie onder deze titel, aanvaardde dr. S. V. Zuidema zijn ambt als bijzonder Hoogleraar vanwege de Stichting tot oprichting én instandhouding van bijzondere leerstoelen voor Calvinistische wijsbegeerte aan openbare universiteiten en hogescholen.
Prof. Zuidema geeft in deze rede een uiteenzetting van de wijsgerige denkbeelden van Jean - Paul - Sartse. Hoewel deze denkbeelden doortrokken zijn van de invloed van het Christendom, is het de welbewuste bedoeling van Sartse een humanisme voor te stellen, hetwelk daarin zijn zuiverheid zal betonen, dat het ganselijk is uitgezuiverd van Christelijke invloeden. Het geloof aan God acht hij een vlucht voor eigen verantwoordelijkheid en verraad aan eigen vrijheid. Volmaakte vrijheid van de mens op de bodem van een radicaal atheïsme. De mens schepper van zijn eigen waarden en normen, schepper van zijn eigen wereld. De mens streeft er naar God te worden. De verantwoordelijkheid van de mens bestaat niet daarin, dat hij God of Zijn geboden heeft te eerbiedigen. Zijn subjectiviteit is absoluut: Er bestaat geen God, er bestaan geen normen of waarden, geen intelligabele wereld buiten de mens zelf. Ieder mens schept zich een eigen wereld. Deze leer moet, dus tot een volkomen anarchisme leiden en komt in alle delen overeen met het revolutionaire ni Dieu ni maïtre. (Geen God en geen meester).
De zo voorgestelde mens zou dus geheel op en voor zichzelf moeten bestaan ; hij zou de grond van zijn bestaan in zichzelf moeten hebben ; hij zou met zijn vrijheid en scheppende kracht in zichzelf moeten rusten. Maar hij heeft geen grond in zichzelf. Hij is een niet, een luchtgat in het overigens onverklaarbare stoffelijke zijn. Alzo, de mens is niets te midden van het enige dat is : de natuur. Zijn streven om God te zijn een droom, niets, zijn toekomst: niets. Het humanisme heeft aan deze philosophie ook niets. Alles gaat onder in een radicaal materialisme.
Wij laten het bij deze enkele trekken van dit hopeloos nihilisme. Waarlijk, een nacht zonder dageraad, zoals de titel luidt. Het hooggeroemd humanisme is in zijn vrijheidsstreven aangeland in een dal der wanhoop. Hier waart een geest rond, die in zijn daemonische greep op de door angst en onrust voortgedrevene ontkerstende wereld slechts onheil en ondergang van ons cultuurleven kan brengen. De welbewuste verwerping van het Christendom is een ontstellend teken in de crisis van onze tijd, een bedreiging, welke nog ernstiger wordt, als wij op het Christendom zelf zien. Al te veel heeft het zich aangepast aan de geest dezer eeuw. Verleid door drogredenen der wijsbegeerte, heeft de theologie zich allengs meer en meer verwijderd van het kerkelijk geloof en daarmede van haar eigen principe en velen mede doen vervreemden van het waarachtig Schriftgeloof. Het gevolg daarvan is een kerkelijke (en politieke) verwarring, die de kracht van de Christelijke religie in het leven der volkeren ondermijnt en geen dam vermag op te werpen tegen de dreigende machten, die uit de wereld opkomen.
Er is beroering in de gelederen van het Christendom, een terugdeinzen bij de aanblik van de heilloze vruchten der ontkerstening, bezinning van een teleurgesteld idealisme, en bij sommigen ontdekking, dat ook de theologie is vastgelopen in het voetspoor ener ijdele philosophie, ja, dat zij eigenlijk geen theologie meer mag heten.
Daarom is het de vraag, of men de wijsbegeerte van de vrijheid met een wijsbegeerte der gebondenheid zal kunnen uitdrijven. Wijsbegeerte is nu eenmaal wijsbegeerte en theologie is wat anders. Toch zal het zijn nut hebben, dat degenen, die tot leiding geven in ons volksleven geroepen zijn, in de gelegenheid zijn om onderwezen te worden in de gangen der moderne wijsbegeerte en haar consequenties en die getoetst te zien aan de grondslagen ener Christelijke levens- en wereldbeschouwing.
Dit zal kunnen medewerken tot het inzicht, hetwelk naar onze overtuiging ook de enige hoopvolle conclusie mag heten, dat wij terug moeten naar de Reformatie, van voren aan beginnen om, op de grondslag van het reformatorisch geloof verzameld, van daaruit door de vragen des tijds een weg te banen voor een theologie, die getrouw blijft aan haar eigen grondslag, norm en methode. Een theologie, die wortelt in het Schriftgeloof der Kerk en daarom ook een leidsvrouwe in het kerkelijk leven kan zijn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 mei 1948
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 mei 1948
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's