KANSELBOODSCHAP
op Zondag 23 Mei 1948
Gemeente van Jezus Christus.
Temidden van de verschrikkingen der oorlogsjaren is in verschillende boodschappen van onze kansels gezegd, dat de nationaal-socialistische levens- en wereldbeschouwing in lijnrechte strijd is met het Evangelie van Jezus Christus.
Even klaar en duidelijk moet van de kansels worden verkondigd, dat ook het communisme, zoals het in onze dagen uit Moskou aan de volkeren wordt opgedrongen en zich in zijn gewetenloze methoden doet kennen, in lijnrechte strijd is met het Evangelie van Jezus Christus.
Zij, die door het communisme bekoord mochten zijn, omdat in hen een drang leeft naar sociale gerechtigheid moeten weten, dat het zijn wortels heeft in een volstrekt verwerpelijke leer, waarbij het menselijk willen en handelen uitsluitend door maatschappelijke krachten wordt bepaald.
Zoals het thans optreedt eist het totale gebondenheid aan menselijke machten, welke zich niet onderwerpen aan God, maar zich in satanische hoogmoed stellen in de plaats van God. Het huldigt, in zijn niet meer van de praktijk te scheiden leer, ongebreideld geweld.
Met nadruk spreekt de Kerk uit, dat elke totalitaire binding aan een mens of mensen, al zou deze zich in christelijk gewaad vertonen, met even grote stelligheid moet worden verworpen.
De Kerk der Hervorming ziet de drang om te kiezen : ,,Moskou of Rome", als een wereldse verzoeking.
De Kerk komt niet op voor menselijke rechten zonder meer, maar boven alles voor het recht Gods en daarin voor het waarachtig welzijn van de mens.
Geleerd en geleid (door het Woord van God en Zijn Heilige Geest, moet de Kerk de dreiging en de verzoeking van alle demonieën, ook wanneer deze zich in de Kerk van Christus laten gelden, weerstaan.
Maar zal de Kerk alzo spreken in gehoorzaamheid aan de Heilige Schrift en vanuit de belijdenis, dan moet tevens doordringen, dat de christenen zelf zo weinig op de rechte wijze het Woord Gods hebben gehoord en beleefd en zo ontrouw zijn geweest aan het ware belijden van Jezus Christus, het enige Hoofd der Kerk en de enige Heer der wereld. Dan zullen zij, die zich gaarne christenen willen noemen, diep verontrust moeten worden, wanneer zij verstaan, dat hun in het communisme en in de woelingen dezer dagen onbetaalde rekeningen worden voorgelegd. Het moet blijken! dat zij, die tot de Kerk van Christus behoren, in woord en daad van betere dingen getuigen zijn.
Hoeveel onchristelijke leringen en practijken worden met de christelijke naam gedekt. Hoeveel bestaand onrecht werd niet gezien of stilzwijgend aanvaard. Hoezeer is men verblind door burgerlijke behoudzucht. Hoeveel tegenstand is er tegen noodzakelijke maatschappelijke hervormingen. Hoe wordt de grondwet van het Koninkrijk Gods met voeten getreden: ,,Gij zult liefhebben de Heere uw God, met geheel uw hart, met geheel uw ziel en met geheel uw verstand, en gij zult uw naaste liefhebben als uzelven". Hoe weinig wordt de naam van Christus openlijk beleden als de enige Naam, waardoor de wereld geoordeeld en gered wordt
Het moet ons tot zonde worden, dat wij, christenen, de Bijbel, welke God ons in de dagen der Hervorming opnieuw heeft leren verstaan, als de grootste zegen voor Kerk en volk, hebben laten terugdringen uit het openbare leven en daardoor mede verantwoordelijk zijn, dat er plaats is gemaakt voor allerlei heidense idiologieën.
Daarom klinke met vernieuwde ernst de oproep van Jezus Christus in de kerken : „Bekeert u, want het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen". ,,Zoekt eerst het Koninkrijk Gods en Zijn gerechtigheid en alle deze dingen zullen u worden toegeworpen".
Het is de grote verleiding voor de christenen in deze tijden van dreiging en spanning hun enige hulp en heil te zoeken in wereldse machtsorganisaties, terwijl juist thans 't Woord van God ons duidelijker moet zijn dan ooit : „Niet door kracht en geweld, maar door Mijn Geest zal het geschieden".
De christenen moeten er oog voor hebben, dat in deze zondige wereld God de overheid heeft ingesteld om de chaos te weren en recht en gerechtigheid te handhaven. Maar tevens worde verstaan, dat het laatste woord niet is aan dwang of geweld, maar aan de Heilige Geest.
De christenen moeten in deze spannende tijden weer opnieuw leren om in waarachtig gelovig vertrouwen op de enige Heer, Jezus Christus hun weg te gaan.
De ware Kerk van Christus weet, dat zij in deze wereld verdrukking zal hebben. Zij voelt zich verbonden met de strijdende en lijdende Kerk in alle landen.
Inplaats van in wereldse angsten te worden verstrikt, mag zij de vreugdevolle getuige zijn van Jezus Christus en Zijn Rijk, van Zijn kruisdood en Zijn Opstanding.
Triomfantelijk mag de Kerk door het geloof leven uit de overwinning van Jezus Christus, om zo te zijn één der tekenen van het komende Rijk. Zo mag zij gaan en staan in de vrijheid, waarmede Christus haar heeft vrijgemaakt. Tot geen prijs mag zij deze vrijheid zich laten ontroven !
Onvervaard en onverschrokken spreke zij haar woord, omdat zij aller zonde vijand moet zijn. ,,Een iegelijk, die de naam van Christus noemt, sta af van ongerechtigheid". Daarom spreke zij niet alleen tegen het communisme, maar evenzeer tegen iedere vorm van samenleving, waarin de arbeid koopwaar wordt en de mens aan winstbejag is prijsgegeven, ja, tegen elke boosheid, waarin de zonde van de van God losgeslagen mens zich openbaart.
Omdat haar het bevrijdend Evangelie van het Koninkrijk is toebetrouwd, gaat haar boodschap uit tot allen, ook tot hen, wier leer en practijken zij bestrijdt. Een opdracht, die alleen door allen met ootmoed kan worden vervuld.
Tenslotte, gemeente van Jezus Christus : Deze boodschap mag niet eindigen, zonder dat u een zeer bijzondere nood wordt voorgehouden. Gelijk in de oorlogsjaren, is ook thans Israël de spiegel van de nood der wereld. Het oude volk Gods moet zeer bijzonder de zorg der Kerk zijn. Voortdurend moet zij zich herinneren, wat God haar door het volk Israël zegt.
En in deze dagen klinke door onze gemeenten, door ons hele volk en moge het klinken door alle Kerken en volkeren der wereld :
„Erken Christus als uw Hoofd en Heer, anders zult gij geen dageraad hebben".
De ware gemeente verwacht in geloof en gebed door alle nood van deze wereld heen met opgestoken hoofde de luisterrijke openbaring van Jezus Christus.
Zingen : Psalm 118 vers 7.
Wij achten het van belang, dat de kerk haar stem verheft tegen het communisme en de afval van het Christelijk geloof, en zij zal dat moeilijk kunnen doen zonder ook op haar eigen ontrouw en wereldgelijkvormigheid en die van ons ingezonken Christendom te wijzen.
Dit stuk is echter te lang en mist de profetische kracht, welke zulk een getuigenis behoeft. Dit komt niet alleen uit in het eerste gedeelte, maar nog veel meer in de alinea's, die van de kerk spreken. Hier ware een schuldbelijdenis der kerk op haar plaats geweest, dat zij zelf in eigen kring in menig opzicht ontrouw is geweest en haar eerste roeping, gehoorzaamheid aan de Heilige Schrift, heeft verzaakt. De kerk zelf toch is in de eerste plaats verantwoordelijk, dat de christenen zelf zo weinig op de rechte wijze het Woord Gods hebben gehoord en niet meer zijn vermaand tot het ware belijden;
De kerk zelf is zoveel in gebreke gebleven om het Woord, dat haar is toebetrouwd, te bewaren en heeft daardoor aanleiding gegeven, dat het werd teruggedrongen uit het openbare leven.
Het is volkomen juist, om vooral ook op de zonde en op de verantwoordelijkheid van de christenen te wijzen, opdat zij niet schuilen achter „de kerk", alsof dit alles langs hen heen kon glijden. Maar aan de andere kant zouden velen toch kunnen zeggen : "Gij hebt het mij niet beter geleerd".
Van onze zonde en onze verdorven staat wordt eigenlijk niet gerept. Dat ware niet alleen nuttig geweest tot recht verstaan van het Evangelie, maar ook om er de aandacht op te vestigen, dat de strevingen van de moderne ideologieën naar een aardse staat van geluk en vrede ijdel zijn en op teleurstelling en mislukking zullen uitlopen.
De overheid heeft bij de handhaving van recht en gerechtigheid ook nog de roeping om te bevorderen, dat een iegelijk uit zijn arbeid kan leven. Men vergete echter niet, dat het een gave Gods is, dat de mens uit zijn arbeid leeft.
Zo ware er nog wel een en ander, maar wij laten het hierbij.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 mei 1948
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 mei 1948
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's