Samuël, een zoon der Wet
FEUILLETON
EEN VERHAAL UIT HET HEDENDAAGSE PALESTINA
103)
Maar zij wist best, dat zij voor Jossele 's verscheurde hart veel meer zinnebeeld dan persoon was geweest.
De dringende arbeid voor de vroege-regentijd en Rea zelf konden Mandel niet terug houden om de volgende morgen weer naar Haïfa te gaan, om zekerheid ter zake te verkrijgen en dan bij alle bevoegde autoriteiten gehoor te vragen, om zijn getuigenis ten gunste van Jossele in de weegschaal te werpen. Hij bereikte wel bij de directeur van het huis van bewaring, dat hij de naam te weten kwam, die hij verwachtte te zullen vernemen, en ook liet deze hem rustig uitpraten, toen hij met tranen in de ogen Jossele's onschuld betuigde en een getuigenis van goed gedrag van de hele kolonie voor hem aanbood. Ook was deze wel bereid om hem voor de officier van justitfe te leiden, voor wie hij zijn verzekeringen nog eens herhaalde. Maar toch moest Mandel vernemen, dat geen getuigschrift van „ goed gedrag tegenover een eigen aangifte iets vermag. Dat dit niets zou zijn geweest dan een vrijwillige opoffering ten bate van een vriend, werd glimlachend aangehoord. Men herinnerde hem er aan, dat er tegen hem ook ernstige verdenking was geweest en dat hij dus heus wel wat voorzichtig mocht wezen, en gaf hem eindelijk met lichte spot het advies, om nu maar te gaan zorgen voor inhechtenisneming van de werkelijke dader, als hij heus dacht, dat die ergens anders zou zijn te zoeken. Alles wat hij kon bereiken moest hij samenpersen in de korte groet, die de opzichter beloofde aan Jossele van hem te zullen overbrengen, en dan maar hopen, dat deze daar iets van zou begrijpen.
Thuis gekomen, haastte hij zich met Samuël naar Said Abbud en vroeg hem of hij de „man met de kruik", die hij sedert vijf jaar kende, tot een roofmoord in staat achtte. De Arabier zei heel hoffelijk van „neen". Ook de overige bewoners van 't ruïne-dorp vroeg hij hetzelfde met hetzelfde resultaat. Daarop vroeg hij hun met aandrang hem te helpen om de dader te gaan zoeken.
„Allah is snel in het rekenen, en Hij vindt de schuldige wel", zei er een, op een toon, die in het midden liet, of hij Mandel verontrusten of kalmeren wilde. Maar het eerste moest zeker wel het geval zijn, want Chadscha, die op een bescheiden afstand 't onderhoud had gehoord, werd ineens vrijmoedig en durfde zich met een wat verzachtend woord van heel algemene aard in het gesprek te mengen. Pijnlijk verrast keerde haar man zich naar haar om, waarop zij weer gauw aan het werk ging. Haar poging om de zaak wat te verzachten scheen een oude Fellah mee een bult, die op de grond matten zat te vlechten, nog meer te prikkelen. „Allah houdt niet van ongelovigen", morde hij, zonder iemand aan te kijken.
„Helpt dan mee zoeken ! Vraagt eens allen, die in deze streek wonen. Vraagt de rondtrekkende kooplui. Zegt het tegen de mensen van Tire. Zegt het in de stad. Wij willen het ook overal rondzeggen. Laat niet een moordenaar van zijn roof genieten en een onschuldige intussen in de ellende liggen !"
(Wordt vervolgd.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 mei 1948
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 mei 1948
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's