TEKENEN DER TIJDEN
De staat Israël uitgeroepen!
Dezer dagen werd via radiostations de staat Israël geproclameerd.
De Joden hebben in deze naamgeving willen uitdrukken, dat zij de nakomelingen zijn van de aartsvader Jakob, tot wie het eenmaal klonk : „Uw naam zal voortaan niet Jakob heten, maar Israël".
In grote strijd en verwarring werd de nieuwe staat gefundeerd.
In ,,De stem van Israël" lazen we de volgende aankondiging : „De Joodse staat is geboren ! In zware barensweën. Maar hij is er. Al is ons volk nog niet gekroond met gans de diadeem, die Erets Jisraël (= hand van Israël) heet. Het is nog maar een halve kroon en de kostelijkste parel ontbreekt: Jeruzalem. Doch zoals wij eeuwen door ons verlies wisten te nemen, verstaan we het, onze winst in dankbaarheid te waarderen. Ook al weten wij, dat datgene wat thans ons deel is, met kostbaar bloed en bovenmenselijke inspanning is gekocht en dat het behoud er van opnieuw „bloed, zweet en tranen" zal kosten".
De staat werd reeds erkend door Amerika en Rusland.
Dit alles heeft onze grootste belangstelling, vooral als wij in de oorlogsberichten de ons zo goed bekende namen van plaatsen en dorpen uit het Oude en Nieuwe Testament vermeld zien.
Toch is er één- groep mensen, die met des te meer gespannen aandacht de ontwikkeling van de gebeurtenissen volgen : de chiliasten.
Deze voorstanders van de leer van het duizendjarig rijk (chilioi = duizend), geloven, naar een bepaalde uitlegging van Openb. 19 en 20 en andere O. en N.T. profetieën, aan een tweevoudige wederkomst van Christus. Bij de eerste wederkomst zal de satan gebonden worden, worden de gelovigen opgewekt en komt de gemeente (voornamelijk het bekeerde Israël) in Palestina tot heerschappij, welke heerschappij duizend jaren duren zal. Bij de tweede wederkomst heeft de opwekking van alle doden plaats en wordt het wereldgericht gehouden.
Ze leren verder de bekering van Israël en de terugkeer naar Palestina en de zichtbare heerschappij op de echte troon van David in Jeruzalem.
Het is duidelijk, dat deze mensen met gespannen aandacht de consolidering van de staat Israël volgen.
Wij gaan met deze ideën niet mee en geloven naar de Belijdenis der Kerk aan één wederkomst van Christus, zoals artikel 37 ons zo schoon meedeelt, en wij menen, dat, waar in Openbaring en de Apostolische brieven gesproken wordt over Israël, dit ziet op het geestelijk zaad van Abraham, waarvan Paulus getuigt (Gal. 3 vers 29): „En indien gij van Christus zijt, zo zijt gij dan Abrahams zaad en naar de belofte erfgenamen". Niet de staat Israël, het Joodse volk, heeft toekomst, maar de gemeente, die gewassen is door het bloed van Christus. Er zijn nog veel meer bezwaren tegen de leer van het 1000-jarig rijk, maar we laten het hierbij.
De leer van het chiliasme is nooit de leer der Kerk geworden, maar is steeds aangehangen geworden door de secten, die telkens onder een nieuwe naam opkwamen.
Hoewel we dus de staat Israël niet willen beschouwen in het licht van het chiliasme, slaan we toch de gebeurtenissen in en rondom Jeruzalem met aandacht gade. Jeruzalem onder kanonvuur der Arabische troepen !
Jeruzalem, waar eenmaal David regeerde, waar eenmaal Christus Zijn gezegende voeten drukte en waar Hij eenmaal sprak: Jeruzalem, Jeruzalem, gij, die de profeten dood en stenigt die tot u gezonden zijn, hoe menigmaal heb Ik uw kinderen willen bijeen vergaderen gelijkerwijs een hen hare kiekens bijeen vergadert onder de vleugelen, en gijlieden hebt niet gewild. Zie, uw huis wordt u woest gelaten". (Matth. 23 vers 37 en 38).
Hoe is dit woord in de loop der geschiedenis bewaarheid geworden ! „Zijn bloed kome over ons en over onze kinderen !" klonk het eenmaal uit der Joden mond voor de rechterstoel van Pilatus. Verwoesting en bloed.
Ziedaar de kentekenen va de Joodse geschiedenis na de dood van Hem, Die men verwierp. Ongeveer veertig jaar na de kruisdood van Christus kwam Titus en verwoestte de stad Jeruzalem: de zwerftochten van de eeuwig wandelende Jood begonnen.
De geschiedenis der negentien eeuwen leert ons, hoe het Joodse volk verstrooid werd over de ganse aardbodem, zich hier en daar vestigde, maar nergens rust vond. Steeds was er verdrukking, strijd, vervolging, ja, verwoesting en bloed.
"Het Antisemitisme scheen bijkans in, ieder volk te sluimeren.
En steeds doolde Ahasverus, de zwervende Jood, rond.
En bij dit alles bleef het Jodendom zijn eigen aard en type behouden. Wonderlijk is dat, als we bedenken, dat Babyloniërs, Assyriërs, Philistijnen en andere O.T. volkeren, reeds lang zijn verdwenen of in andere volkeren zijn opgelost.
En nu, zo schrijft men, is Ahasverus thuis. We weten het niet. Eén ding weten we wèl: Het Joodse volk is een teken.
Een teken van de Waarheid Gods. God volvoert Zijn bedreigingen. Hoe hebben de profeten Israël niet gewaarschuwd, hoe heeft Hosea niet toegeroepen: ,,Bekeer u, o Israël, naar de Heere, uw God toe, want gij zijt gevallen om uw ongerechtigheid" (Hosea 14), maar ze hebben de profeten gestenigd.
En ook thans merken we weinig van de terugkeer tot de God der vaderen, Die Zich in Christus in de volheid des tijds heeft geopenbaard. Het Zionisme is een louter politieke beweging. Men tooit zich thans wel met de naam Israël, maar men vraagt niet naar de God van Israël; men beroept zich wel op de beloften der profeten, maar men bekommert zich niet om de bekeringsroep der profeten en de uitnodiging van de hoogste Profeet. Ze hebben God verlaten, wat wijsheid zullen ze hebben ?
Israël, bijzonder bevoorrecht, maar ook —- Gods zegen gaat altijd gepaard met grote verantwoordelijkheid voor de gezegende — bijzonder gestraft.
Zo is Israël een teken voor de wereld, die God niet wil erkennen, het zal de wereld insgelijks vergaan : Johannes op Patmos tekent ons de ondergang van Babyion : „Zij is gevallen, zij is gevallen. Babylon, die grote stad !" De fundamenten zullen dan brandende vergaan.
Israël een teken ook voor onze Christelijke kerken. Ook wij zijn bijzonder bevoorrecht, doordat wij de Waarheid Gods nog bezitten, maar daarbij ook voor ons de grote verantwoordelijkheid : wat doen we met de Waarheid Gods ? Is die Waarheid voor ons een reuke des levens ? Leven wij uit de Waarheid of leven wij de Waarheid Gods voorbij ? ,,Bekeer u, o Nieuw Testamentisch Israël, tot de Heere uw God toe, want ook gij zijt gevallen om uw ongerechtigheid!" Dit is de sprake, die van de nieuw gestichte staat Israël heden tot ons komt, een sprake, der oude vergeten profeten, een sprake van de hoogste, miskende Profeet.
Heeft de staat Israël toekomst ? Wij weten het niet.
Wèl weten we, dat de toekomst is aan de Gemeente van Jezus Christus uit het Oude en Nieuwe Testament, die gewassen is door Zijn bloed en uitziet naar de grote dag, waarop Hij komt op de wolken, om te oordelen de levenden en de doden.
Dit is onze toekomstverwachting.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 juni 1948
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 juni 1948
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's