Onze levensstandaard
Door de Amerikaanse hulp van het z. g. n. Marshalplan is een dreigende verlaging van onze levensstandaard voorkomen.
De meningen, wat er gebeurt als dit plan uitgewerkt is, d.w.z. als alles volgens de plannen verloopt en de voor dit jaar toegezegde hulp ook nog drie jaar daarna verleend wordt, lopen sterk uiteen.
Wij vonden de beide uitersten verdedigd in de kwartaal-overzichten van de Amsterdamse Bank. Dr. Kohnstam beweert dat wij in 1952 op onze betalingsbalans een groot tekort zullen hebben. Hij raamt, dat er een ongedekt tekort van 1 milliard gulden zal zijn.
Prof. Tinbergen, taxeert het nadelig verschil tussen in- en uitvoer op een 1/2 milhard gulden, hetgeen dan volgens hem ingehaald kan worden door wat de grote scheepvaart aan deviezen inbrengt.
Nauwkeurige kennisneming van de voorwaarden van prof. Tinbergen — opvoering van de export in een wereld vol armoede en handelsbelemmeringen en ontstentenis van elke gunstige invloed doet vrezen, dan zijn schatting te gunstig is.
Dat zou betekenen, dat wij in 1952 een levensstandaard krijgen, welke lager is dan in 1938, vóór de tweede wereldoorlog.
Dat betekent echter ook, dat het Marshalplan niet aan zijn bestemming zou beantwoorden, want dit plan onderstelt en gaat er van uit dat wij bereid en in staat zijn met de Amerikaanse hulp, welke gedeeltelijk ook terugbetaald moet worden, weder op eigen benen te staan.
Bereid en geschikt, zijn moeilijke woorden geworden onder ons Nederlandse volk, omdat de tegenwoordige politiek niet bijster gelukkig is — om het eens heel zacht te zeggen — in haar pogen, de mensen bereid en geschikt te maken om met Gods hulp op eigen benen te staan.
Wij krijgen wel eens de indruk, dat dit ook niet in de bedoeling ligt om dit te bereiken. Het is alsof bij alles het accent verlegd wordt van de plichten naar de rechten, terwijl God van ons eist, dat wij de mogelijkheden, welke Hij in de bevrijding ons schonk, zullen benutten. Mogelijkheden van herstel en wederopbouw, doch onder de gehoorzaamheidsplicht van de eigen arbeid.
Waar halen wij het recht en de vrijmoedigheid vandaan om over bestaanszekerheid te spreken — levensstandaard betekent toch bestaanszekerheid —, als wij slechts met de mond bereid zijn alle krachten in te spannen en in werkelijkheid de geestelijke kracht missen om door te zetten, ondanks alles, en derhalve ook ongeschikt zijn ?
Een republiek overzee, die niet bereid en niet geschikt blijkt, is al erg genoeg. Nederland kan herrijzen, ook nu nog !
Bidden wij daarvoor ook ?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 juni 1948
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 juni 1948
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's