Communisme
VI
Men wil echter geen openlijke vervolging, uit angst voor martelaren, die altijd weer het zaad der Kerk bleken te zijn. Daarom strijdt men met politieke middelen als propaganda enz. De godsdienst wordt dan belachelijk gemaakt, waardoor vele slachtoffers vallen, vooral onder de jongeren. Een belangrijk middel is natuurlijk, dat de jeugd aan de Kerk onthouden wordt. De Kerk mag zich echter in de Communistische maatschappij nooit verdedigen, want dit zou zonder meer als contra-revolutie worden gebrandmerkt. Wil men zich van iemand ontdoen, welnu, dan wordt hij aan de kaak gesteld als staatsgevaarlijk en om zogenaamd politieke reden verbannen of ter dood gebracht. Intussen is het Communisme zelf een pseudoreligie geworden, zelfs met een zekere mystiek, die misschien als het „communistisch levensgevoel" aangeduid mag worden, terwijl Lenin's mummie schier wordt aanbeden door de duizenden, die altijd weer langs het Mausoleum defileren.
Ook Stalin wordt als een god vereerd met titels als ,,zon der wereld" en ,,vader der volken".
Maar het is een godsdienst, die uit de aarde aards is en geen hoger verwachting kent dan een zelf te bouwen aards paradijs. " Men is echter totaal blind voor de bittere werkelijkheid der zonde, die niet in de omstandigheden schuilt, maar woont in eigen hart. Daarom zal de heilstaat van het Communisme een droombeeld blijken te zijn, dat bitter teleurstelt.
Dat men echter in Rusland de godsdienst zo kon vereenzelvigen met het kapitalisme, is — helaas — voor een deel te danken aan de Russische kerk, die zeer rijk leefde temidden van bittere armoede, die door de arbeiders geleden werd, terwijl zij zich nooit door protest of anderszins hun lot heeft aangetrokken en daarmee veel verbittering heeft gewekt. Zo alleen kan men die spotprent verklaren, waarop een staking wordt uitgebeeld in een grote fabriek. De directeur zit in zijn kantoor. De stakers eisen brood. En bij de directeur binnen zit, omgeven met een stralenkrans, Christus, die de directeur op de schouders klopt en hem stijft in zijn houding om niet toe te geven.
Christus wordt gescholden als kapitalist door de schuld der Russisch-orthodoxe kerk. Jezus Christus nog wel, die klagen moest: „de vossen hebben holen en de vogelen hebben nesten, maar de Zoon des mensen heeft niets, waarop Hij het hoofd neerlegge".
Doch laten wij de hand in eigen boezem steken en deze Russische kerk niet hard vallen, die reeds zoveel heeft moeten lijden om Christus' wil en daarin trouw is gebleven tot in de dood van velen van haar priesters en leden. Wij gaan nu eindigen met een samenvatting van wat wij hebben gelezen.
SLOTBESCHOUWING.
Het zal duidelijk zijn geworden, dat het bij deze beschouwing over het Communisme niet ging over het Communisme als politiek of economisch stelsel. Neen, het ging vóór alles om de achtergrond van het Communisme te bestuderen, of de levensbeschouwing, waaruit dit stelsel is geboren.
Uitgaande van het historisch-materialisme, moet het Communisme daarom lijnrecht staan tegenover het Evangelie van Jezus Christus, wiens Koninkrijk niet van deze aarde is.
Door het Marxisme en in navolging daarvan door het Communisme, wordt de ellende dezer wereld louter gezocht in economische wantoestanden, terwijl deze naar christelijke opvatting juist een gevolg van de zonde zijn. Het Evangelie gaat dan ook veel dieper dan enig wijsgeer der wereld en toont aan, dat de zonde juist is de verbreking van Gods Wet ten aanzien van de menselijke samenleving. Daarom kent het Evangelie slechts één weg om te komen tot de ware heilstaat, n.l. de totale omkering der mensheid van het zondig egoïsme tot gehoorzaamheid aan het Woord Gods.
Christus heeft de weg geopend door het offer, dat Hij voor onze zonde bracht. Niettemin zal de zonde blijven voortwerken tot het einde der wereld. In het Koninkrijk Gods echter, dat in het midden der gelovigen is, heerst de Wet van Christus. Moet deze althans heersen. Daar moet de gemeenschap der heiligen openbaar worden, opdat de wereld daaraan bekenne, „dat gij uit God zijt" en niet uit de vader de duivel. Daar mag dus geen egoïsme meer heersen, maar behoort liefde de overhand te hebben. Iets daarvan werd openbaar in de eerste gemeente te Jeruzalem. Dit leeft ook nog duidelijk voort in onze Diaconie, waar wij gemeenschappelijk aan offeren, opdat niemand iets ontbreke. Maar als christen past ons diepe ootmoed en schuldbesef tegenover de mistoestanden in onze saamleving, omdat wij niet dermate getrouw zijn in de strijd tegen de ongerechtigheid, dat dergelijke stelsels overheersende invloed kunnen verkrijgen. En hoewel wij vanwege de zonde nimmer een volmaakte maatschappij op aarde zullen zien, mogen wij daarachter niet wegschuilen.
Het Communisme wijst pijnlijk duidelijk aan, dat de christenen hebben gefaald, daar zij te dikwijls hebben gezwegen tegenover het onrecht, de verdrukte aangedaan. De christenheid, de Kerk heeft gezwegen, toen de ellende der arbeidende klasse groot was. Daardoor is de Kerk de arbeiders voor een groot deel kwijt geraakt. Zij zochten in hun ellende heul bij het Marxisme, dat hun een heilstaat op aarde voorschilderde. Als christenen staan wij als door God begenadigde zondaren tegenover het Communisme ,,zonder God", maar zondaren zijn wij christenen èn Marxisten beide. Daarom past ons geen hooghartige of minachtende houding tegenover de communisten. Zij moeten aan ons merken, dat ons christendom geen goedkoop vrijkaartje voor de hemel is, maar heilige bezielende werkelijkheid, waarvoor wij leven en zo nodig sterven willen. Zij moeten weer zien, dat ook wij ons ideaal hebben, n.l. „de gemeenschap der heiligen", waarin wij immers geloven ! Bovenal moeten zij kunnen zien, dat wij niet slechts leven voor een ideaal in het hiernamaals, maar dat wij reeds hier iets hebben, wat hen jaloers, moge maken, n.l. de enige troost in leven en sterven als eigendom van Christus. Wij hebben immers, ook onze Leidsman, n.l. de Overste Leidsman en Voleinder des geloofs, Jezus Christus, die nooit sterven zal, omdat Hij gestorven is en de dood heeft overwonnen door Zijn opstanding.
Overigens kunnen wij slechts getuigen. Eerlijk zullen wij echter moeten erkennen onze schuld, nalatigheid en zelfzucht, daar wij niet voldoende hebben gestreefd naar het ideaal der gemeenschap, dat Christus ons heeft voorgehouden : eenheid uit God zijn ! Christus werd door het Communisme belachelijk gemaakt, vaak door de schuld der christenheid, die zelf van Hem een carricatuur maakte; Dat wij als christenen fel tegen het Communisme moeten zijn, vindt zijn oorzaak in de verschillende levensbeschouwing.
Het Communisme denkt uit de aarde aards. De christelijke levensbeschouwing is gebaseerd, op Gods Woord, dat stand houdt tot in eeuwigheid en nooit zal wijken, dat velerlei vervolging overleefd heeft en overleven zal.
De communisten moeten echter weten, dat christenen niet tegen het Communisme zijn, omdat zij voorstanders van het kapitalisme zouden zijn, want ook dit laatste leeft uit een materialistische wereldbeschouwing, die langs het Evangelie heen leeft.
Het Communisme bedreigt echter, wat ons het dierbaarst is : onze geestelijke- en geloofsvrijheid. Wij kunnen niet zonder God. En dat juist zal het Communisme ons ontnemen. Maar ook moeten wij erkennen, dat ditzelfde Communisme een aanklacht vormt tegen de Kerk en het christendom van vele christenen. Geloven, mag niet zijn „lijdelijk berusten" "en Gods water over de akker laten lopen. Geloof eist beweging. Paulus sprak anders : ,,wee mij, indien ik het Evangelie niet verkondig". Wij zullen allen weer getuigen van Christus moeten worden. Het gaat ook in het Christendom om de gemeenschap en het Koninkrijk Gods en bovenal om de ere Gods. Dat is maar al te vaak vergeten. N.S.B.-ers. communisten. Jehova's getuigen en vele anderen hebben ons dikwijls beschaamd gemaakt door het openlijk uitkomen voor hun overtuiging, terwijl wij dikwijls zwijgen in alle talen, waar Christus ons toch, roept om Zijn getuigen te zijn.
Wat de kerken der Hervorming overigens te wachten staat van het Communisme, blijkt wel uit de „Protestants Evangelische Beweging" in Rusland, die als de grootste vijand beschouwd wordt van de Communistische maatschappij. Het Evangelie maakt de mens immers een „persoonlijkheid", die zich persoonlijk in dienst weet van Jezus Christus, wiens eigendom hij is, terwijl het communistisch ideaal juist de onpersoonlijke „massamens" is.
Daarom staan het Communisme en het Evangelie diametraal tegenover elkaar. De haat van Lenin tegen Christus en Zijn Evangelie ging zelfs zover, dat een standbeeld werd opgericht ter ere van . . . . Judas, de verrader ! Daarom kunnen wij in het Communisme slechts zien een (misschien de? ) openbaring van de Antichrist, die zich tegenstelt en verheft boven al wat God genaamd of als God geëerd wordt . . . . .zichzelf vertonende, dat hij God is. (2 Thessal. 2 vers 4).
In het huidige Communisme wordt, zo niet de mens, dan toch de Leider tot een^God gemaakt, die de toekomst in eigen hand neemt en het Evangelie van Christus wil uitbannen, omdat men schijnt te weten, dat dit een kracht Gods is.
Ook als christenen, ja, juist als christenen zullen wij echter moeten strijden tegen alle onrecht bij vriend of vijand. Het lot der verdrukten mag ons om Christus' wil niet onverschillig blijven.
Tegelijkertijd weten wij echter, dat zonder erkenning van God en Zijn gebod de zonde in deze wereld zal doorwerken tot het bittere einde. Daarom verwachten en zoeken wij een koninkrijk, dat niet van deze aarde is, n.l. het Koninkrijk Gods en Zijn gerechtigheid. Alleen door Zijn kracht zal de mens werkelijk veranderen, niet door kracht of geweld, en zeker niet door een politieke of economische revolutie, maar door de Geest des Heeren.
De toekomst is ons onbekend. Die ligt uiteindelijk in Gods hand, wat er ook ga gebeuren. De dag van Christus zal komen. Daarvan spreekt Paulus duidelijk in 2 Thessal. 2 vers 1-10. Daar wordt gesproken van de mens der zonde, wiens toekomst is naar de werking des satans in alle krachten en tekenen en wonderen der leugen, en in alle verleiding der onrechtvaardigheid in degenen, die verloren gaan, daarom, dat zij de liefde der waarheid niet hebben aangenomen om zalig te worden. Het laatste woord zal zijn aan Jezus Christus, die deze ,,mens der zonde" vernietigen zal, wanneer Hij komt om te oordelen de levenden en de doden. Christus heeft Zijn discipelen, en in hen Zijn Kerk gewaarschuwd: „in de wereld zult gij verdrukking hebben, doch hebt goede moed. Ik heb de wereld overwonnen" en Ik heb voor u gebeden, dat uw geloof niet ophoude".
Zo kunnen wij de toekomst van ons werelddeel rustig tegemoet zien
Het hoofd omhoog, het hart naar boven !
Geen ongelovige angst, maar ook geen ongelovig optimisme. Daarvoor spreekt de Heilige Schrift een te ernstige en duidelijke taal. Discipel van Christus zijn betekent ten allen tijde : „zichzelf verloochenen, zijn kruis dagelijks opnemen en Hem volgen", die geen aardse glorie heeft gekend, maar wèl de bange kruisweg naar Golgotha. Maar daar ligt dan ook onze kracht.
Hij is gestorven om onze zonde, maar ook opgewekt tot onze rechtvaardigmaking. En Hij heeft beloofd: „die volharden zal tot het einde, die zal zalig worden".
Zo zingen wij in donkere nacht nog met Tersteegen :
Niet lang zal 't lijden duren. Draagt nog een poos uw kruis ; wellicht nog weinig uren, dan zijn wij eeuwig thuis. Verlost van zond' en pijn, als wij met alle vromen in 't huis des Vaders komen, wat zal dat zalig zijn !
Vlaardingen, Maart '48.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 juni 1948
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 juni 1948
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's