De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Het Ontwerp Kerkorde

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het Ontwerp Kerkorde

8 minuten leestijd

Artikel 10.

1. Ons allereerste bezwaar gaat tegen de plaatsing in het Ontwerp van het artikel over : „het belijden der Kerk". Aangezien al het handelen der Kerk is gebonden aan Schrift en belijdenis, behoort dit artikel vooraf te gaan aan die artikelen, die de handelingen der Kerk regelen. Het vinde mitsdien zijn aangewezen plaats achter art. 1 en 2.

2. Bij de behandeling van art. 1 is opgemerkt, dat een Kerkorde behoort sober en strak geredigeerd te worden. Daarom verdient het geen aanbeveling het epitheton : „dankbaar" bij gehoorzaamheid te zetten. Bovendien is het ook onjuist. Men kan wel spreken van dankbare gehoorzaamheid aan God, doch niet van : dankbare gehoorzaamheid aan de H. Schrift.

3. Achter : „de Heilige Schrift als bron" zouden wij om misverstand te voorkomen, gaarne invoegen : „en maatstaf". Daartegen zal geen bezwaar bestaan. In de H. Schrift wordt op veel plaatsen gesproken, dat deze maatstaf der prediking moet zijn : Jes, 8 : 20 ; . Gal. 1 : 7 v.v.; Openb. 22 : 18, 19.

4. Vóór : „bron en regel des geloofs" zagen wij gaarne geplaatst het woord : „enige" om in overeenstemming met art. 7 van de Geloofsbelijdenis sterker te accentueren, dat alleen de H. Schrift bron der prediking en regel des geloofs is.

5. Ons 5de bezwaar gaat tegen de uitdrukking : „in gemeenschap met de belijdenis der Vaderen". Wij menen, dat deze uitdrukking geen kerkelijke binding aan de belijdenis behoeft in te houden. Daarom stellen wij voor te lezen: „in overeenstemming met de belijdenis", inplaats van : „in gemeenschap met de belijdenis".

6. In plaats van: „belijdenis der Vaderen' zagen wij gaarne : „haar belijdenis". Het is voor de Kerk niet genoeg om uit te spreken, wat de belijdenis der Vaderen is geweest, doch het is voor haar noodzakelijk uit te spreken wat haar eigen belijdenis is. Zou dat hier niet gedaan worden, dan zou de binding aan de belijdenis niet tot haar recht komen.

6. Het leek ons ook noodzakelijk reeds in het begin van dit artikel te spreken van de ambten, vergaderingen, enz. en al haar handelingen. Hier moge dan volgen ons voorstel met betrekking tot de redactie van de eerste alinea:

„In gehoorzaamheid aan de Heilige Schrift als enige bron en maatstaf der prediking en als enige regel des geloofs, handelt de Kerk in al haar ambten, vergaderingen, organen en bedieningen bij haar werkzaamheden in overeenstemming met haar belijdenis, doende belijdenis van haar geloof in de Drieënige God"

Aan deze slotformulering zagen wij gaarne de voorkeur gegeven boven de voor zeer verschillende uitleg vatbare van de Commissie, n.l.: ,,belijdenis van de openbaring van de Drieënige God".

8. De uitdrukking : „in het besef van haar verantwoordelijkheid voor het heden" achten wij overbodig. In de Kerk moet die verantwoordelijkheid leven. Daarom stellen wij voor deze weg te laten.

9. De voorgestelde redactie maakt de 3de alinea van artikel X overbodig. Het eerste deel is immers omschreven in de woorden : „haar ambten, vergaderingen, organen en bedieningen en al haar werkzaamheden". Het telkens opnieuw belijden van de Kerk, dat Christus haar Hoofd en Heer der wereld is, kan teruggevonden worden — maar nu breder — in de boven voorgestelde redactie : „doende belijdenis van haar geloof in de Drieënige God".

10. In de 2de alinea komt het ons zeer gewenst voor, dat in plaats van : „de belijdenis der Vaderen", gesteld wordt: „de belijdenis der Kerk". Er mag o.i. geen onduidelijkheid zijn met betrekking tot wat die belijdenis der Vaderen voor de Kerk van het heden is.

11. Door deze redactie-verandering kan de 4de alinea vervallen, die trouwens ook veel te duister zou zijn om in deze vorm een plaats te vinden in een Kerkorde, die van onze Kerk weer ,,een Christus-belijdende Kerk" wil, maken.

12.- In de 5e alinea stellen ondergetekenden voor na : ,,het Woord Gods" ter verduidelijking in te vullen : , , en de belijdenis". Wel is in onze redactie reeds opgenomen, hoe het Woord Gods beschouwd moet worden, maar deze toevoeging is daarmee niet overbodig.

13. De zin : „De Kerk weert wat haar belijden weerspreekt", zouden wij gaarne veranderd zien in : „De Kerk bestrijdt en weert wat haar belijdenis weerspreekt". De door de Commissie gevormde zin Iaat in het onzekere wat het belijden der Kerk is. Onze Kerk heeft nog een belijdenis, die o.i. naar de H. Schrift is, en die nooit rechtens is afgeschaft. Zie het reglement van 1816, dat in art. 11 sprak van haar leer, waarvan in 1874 nog getuigd is, dat deze te vinden is in „De drie formulieren van enigheid", en die „rechtens nooit zijn afgeschaft". Zie onder noot 1 bij art. 11 Algem. Regiem.

14. In aansluiting op het. vorige wordt voorgesteld de laatste alinea te lezen : „Bezwaren inzake het belijden kunnen door lidmaten onder beroep op Gods Woord en haar belijdenis worden voorgelegd aan het oordeel der Kerk, die zich daarover uitspreekt. Bezwaren tegen de belijdenis kunnen worden ingediend met beroep op Gods Woord".

Ter vergemakkelijking van het begrip van ons voorstel inzake dit zeer belangrijke artikel laten wij hier de gehele redactie van dat artikel volgen, zoals wij naar Schrift en belijdenis menen die te moeten voorstellen :

„In gehoorzaamheid aan de Heilige Schrift als enige bron en maatstaf der prediking en als enige regel des geloofs, handelt de Kerk in al haar ambten, vergaderingen, organen en bedieningen bij al haar werkzaamheden in overeenstemming met haar belijdenis, doende belijdenis van haar geloof in de Drieënige God.

De belijdenis der Kerk is vervat, zowel in het Apostolicum, de geloofsbelijdenis van Nicea, en de geloofsbelijdenis van Athanasius — geestelijk eigendom van de algemene Chr. Kerk — als in de Heidelbergse Catechismus en de Ned. Geloofsbelijdenis met de Dordtse leerregels — door de Reformatie , aan de Kerk in de Nederlanden geschonken.

Te dien einde heeft de Kerk, ter wille van de vervulling van de opdracht van haat ambtsdragers en gemeenteleden, de roeping naar de regel van het Woord Gods en haat belijdenis opzicht te oefenen over de verkondiging, de catechese, de opleiding en vorming van de dienaren des Woords. De Kerk bestrijdt en weert wat haar belijdenis weerspreekt. Bezwaren inzake het belijden der kerk kunnen door lidmaten - onder beroep op Gods Woord en de belijdenis - worden voorgelegd aan het oordeel der Kerk, die zich daarover uitspreekt. Bezwaren tegen de belijdenis kunnen worden ingediend met beroep op Gods Woord !

Bezwaren tegen de ordinantie van het opzicht.

1. In overeenstemming met het presbyteriaal karakter, dat de Kerkorde behoort te hebben; vestigen wij er de aandacht op, dat het opzicht der Gemeente over belijdenis en wandel harer leden behoort vooraf te gaan aan het opzicht over de Gemeenten.

2. Een 2e bezwaar is voor ons, dat volgens art. 1, 2 3 van afd. I de Kerkvisitatie zal gehouden worden door visitatoren-provinciaal en visitatoren-generaal.

3.  Dat de visitatoren een blijvend college vormen, met zelfs een praeses voor 8 jaar in het college van visitatoren-provinciaal en een praeses voor 10 jaar in het college van visitatorengeneraal. Dit is in strijd met het presbyteriale beginsel, gelijk dit in art. 1 van de acta van de Synode te Embden werd uitgedrukt: „dat geen Dienaar des Woords, ouderling noch diaken zou heersen de een over de ander". Geadviseerd wordt in art. 1 alinea 2 te lezen : „De Kerkvisitatie wordt gehouden door de Classicale vergadering".

Bezwaren tegen afdeling II.

1. Het doen houden van het opzicht door een permanente commissie van de Classicale en Provinciale Vergadering.

2. - De invloed door een te langdurige zittingsperiode van het college van visitatoren.

In plaats daarvan wordt geadviseerd om het opzicht door de Classicale en Provinciale Kerkvergadering zelf te doen plaats vinden, welke naar bevind van zaken de gang der procedure bepaalt.

Bezwaren tegen art. 6 en 7 van afdeling UI. 1. De vage omschrijving van wat geweerd moet worden, bijzonder in de uitdrukking : „dat geweerd moet worden, wat de fundamenten der Kerk aantast.

Dit artikel zal omgewerkt moeten worden naar het gewijzigd art. X van de Kerkorde. Bovendien zijn wij van oordeel, dat de laatste alinea van art. 7 moet luiden : „Dit opzicht wordt gehouden door de Kerkeraad, de Classicale vergadering en door de Provinciale Kerkvergadering en de Generale Synode".

2. Voorts hebben wij ernstig bezwaar tegen de inmenging van de raad voor de zaken van Kerk en Theologie (art. 7 en 8).

Geadviseerd wordt de kerkelijke vergaderingen geheel vrij te laten in het al of niet benoemen van een commissie en in het al of niet vragen van voorlichting van theologisch deskundigen.

Bezwaren tegen art. 14 van afdeling V. Het komt ons niet juist voor :

1. dat bezwaren ook niet kunnen worden ingediend onder beroep op de belijdenis ;

2. dat bezwaren, indien een Classicale vergadering dit niet nodig oordeelt, niet verder komen dan de Classicale vergadering.

Daarom stellen wij voor : 

a. dat ook bezwaren met beroep op de belijdenis kunnen worden ingediend ;

b. recht van beroep te geven tot op de Generale Synode;

c. de meerdere vergaderingen vrij te laten in de keuze har er adviseurs, indien zij advies wenselijk achten.

Bezwaren tegen de Proponentsformule in Ord. 7. art. 18.
1. De uitdrukking : „het Evangelie van Jezus Christus", is veel te vaag. Onzeker blijft of hier sprake is van een genitivus objectivus of subjectivus, terwijl niet blijkt wat onder dit Evangelie van Jezus Christus te verstaan is.

2. In deze redactie wordt geen instemming gevraagd met de belijdenis der Kerk.

3. De uitdrukking : „blijven in de weg van het belijden der Kerk" is zo onduidelijk, dat deze in de practijk niets betekenen zal, zodat de leervrijheid van thans met deze formulering zal blijven bestaan.

4. Ook de uitdrukking : „zijt ge van zins" is veel te slap.

5. Ook wordt in de voorgestelde redactie gemist de vorm, die bij de plechtigheid van dat ogenblik past. Daarom stellen wij voor een redactie te kiezen, waarin met al deze bezwaren rekening gehouden wordt. De reeds door de Gereform. Bond in 1912 voorgestelde redactie wil u gaarne daarbij tot richtsnoer zijn. Zie noot 1 bij art. 27 Regl. op het examen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 juni 1948

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's

Het Ontwerp Kerkorde

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 juni 1948

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's