Samuël, een zoon der Wet
FEUILLETON
EEN VERHAAL UIT HET HEDENDAAGSE PALESTINA
106
De herders riepen vanaf de heuvels elkander toe. Hij dacht aan dat tractaatje van die tentreizigers, dat van „de Hope Israels" sprak, en dat alle verwachtingen van zijn volk op eigen land, op zelfstandigheid, groei en eer, verbond met het aannemen van een reeds gekomen Messias. De voormalige herbergier had die blaadjes als iets schadelijks vernietigd.
Bij Sebaste hoorde hij het nachtlied van de boomkikkers, van de uilen en jakhalzen. In een Jodenherberg van die stad vond hij zijn eerste onderdak.
De volgende dag wou hij graag Sichem bereiken, 's Middags kwam hij een bazaar van Bedouïenen voorbij, die daar hun dagelijkse levensbehoeften in een kamp met grote omslachtigheid tegen elkaar uitwisselden. In een Arabisch ,, café", dat uit onder een boom opgestelde stoelen en tafels bestond, kon hij voor een halve piaster een kom zoete koffie krijgen. Verdere vertering voor onderweg had hij bij zich. Kinderen maakten, terwijl hij daar een ogenblik zat, in de nabijheid een ,,fantasia", terwijl zij doorns en dorre takken aanstaken en met hun sterke, bruine beentjes door de vlammen sprongen.
Met het laatste daglicht kwam hij Sichem binnen, dat hij echter niet betrad. Met zijn laatste krachten besteeg hij de met tuinen beklede berg Gerizim, nabij de stad, totdat hij het rotsachtig plateau had bereikt.
Hier, van de oude „berg van de zegen", keek hij naar de overkant, naar het kale hoofd van de Ebal, dat uit doornvelden en dode steenmassa's uitstak. Uitgeput liet hij zich neervallen, en toen liet hij zijn geest weiden in de overdag vergeten herinneringen van aloude tijden. Hier had dan, bij het begin van de verovering van het land, de sterke veldheer en richter Jozua naar Mozes' bevel over Israël de zegen en ginds de vloek laten uitspreken, en uit het dal beneden hem had het „Amen" van het volk weergalmd.
Het getuigenis van deze beide bergtoppen was niet verstomd. Het sprak tenminste tot hem nóg. Het voerde hem door eeuwen hen en door allerlei landen en het toonde hem, hoe bedreiging en belofte in vervulling waren gegaan. En het getuigenis van de een bevestigde dat van de ander en had iedere dag gesproken en zou nog door alle tijden der wereld weerklinken.
Bergen had de Eeuwige zich tot Zijn getuigen besteld !
Op het hoogste gedeelte van het plateau naar de Oostzijde stonden nog de resten van muren van een Romeinse vesting. Hij zocht in de beschutting daarvan tegen de wind op de grond een geschikte plaats, wikkelde zich in zijn deken, schoof zijn zak onder zijn hoofd en legde zich neer, zodat hij de top van de Ebal juist voor zich had. Die ,,berg van de toorn" kon hem niets maken, hij voelde zich geborgen en in vrede ingehuld in zijn deken. Maan en sterren hielden over hem de wacht, als vóór drie duizend jaren over de verzameling volks daar beneden tussen die twee hoge toppen.
(Wordt vervolgd.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 juni 1948
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 juni 1948
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's