De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Niet denkbeeldig

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Niet denkbeeldig

4 minuten leestijd

In een artikeltje over art. X van het Ontwerp hebben wij in het voorbijgaan gewezen op een gevaar, dat ons kerkelijk leven nu bedreigt, n.l. dat men in zijn ijver van opnieuw belijden de gemeenschap met het geloof der Vaderen in zijn ijver voorbij springt.

Denkbeeldig is dat gevaar niet. De aandacht werd reeds gevestigd op de voortvarendheid op het stuk der Zendingsroeping. Zeker, men ziet, dat de kerk tekort schoot, dat het waarachtig  kerkelijk leven ontbreekt of althans in menig opzicht is weggezonken. De kerk herontdekt, de kerk moet weer kerk worden, zo zegt men. De ontstellende aanblik der huidige wereld, de wanhopige verwarring op het gebied der theologie, de richtingen, de ontkerstening binnen en buiten de kring, die nog kerkelijk wordt gerekend op grond van enig verband, mogen inderdaad wel uitdrijven naar de kerk !

Op het terrein van de leer meent men achterstand te ontdekken. De reformatoren zouden verschillende geloofsstukken klaar en duidelijk hebben gezien en uiteengezet, maar in andere stukken zouden zij nog slechts enkele grepen hebben gedaan. De leer der zonde, de rechtvaardigmaking, namen een centrale plaats in, maar in ander opzicht zouden zij niet zozeer gevorderd zijn : b.v. de leer van de Heilige Geest, de leer der laatste dingen, aan de Zending zouden zij te weinig hebben gedacht in verband met hun opvatting van de Zendingsroeping en wellicht ook met de voorstellingen van hun tijd omtrent de geschiedenis en het beeld der wereld.

In de eerste plaats zijn wij er niet zo zeker van, dat degenen, die zulke dingen zeggen, zich voldoende rekenschap gegeven hebben van wat met name in de werken van Calvijn en de oude gereformeerde theologen aangaande die zaken is geschreven. Nader onderzoek kan uitwijzen, dat Calvijn b.v. over het werk van de Heilige Geest heel wat heeft gedacht en opgemerkt. (Vgl. de dissertatie van dr. S. van der Linde). Ook op het gebied der Zending was men niet zo achterlijk. Zelfs werd de oprichting van een opleidingsschool voor Zendelingen voor Indië ernstig overwogen.

Bovendien hangt het Schriftonderzoek. van Calvijn over deze dingen geheel en al samen met de overige stukken des geloofs en met het Schriftgelovig onderzoek als geheel. Voor de onderhouding van de gemeenschap des geloofs met de kerk der Vaderen is het zeer nodig, dat men van uit dat geloof de genoemde vragen onder het oog ziet.

Inzonderheid willen wij de aandacht vestigen op het kerkbegrip der Reformatie. Men zegt, dat de kerk weer kerk moet worden. Dat geeft niet alleen het gevoelen te kennen, dat de kerk zich niet naar haar aard en wezen openbaart, maar er zit ook in, dat zij dat vroeger wel heeft gedaan. Men wil dus op de kerk hier te lande zien, met haar belijdenis, zij moet weer kerk worden. Welnu, dan komt het er allereerst op aan, dat wij die kerk van vroeger, die nog altijd leeft, horen én verstaan, wat zij van haar wezen en openbaring zegt. Met andere woorden : wij moeten haar belijdenis op dit punt vernemen. Het wezen der kerk verandert niet.

Het is een volkomen verkeerd standpunt reeds a priori uit te gaan van de redenering dat de mannen van de 16e en 17e eeuw een gezicht op de dingen hebben gehad, dat als verouderd moet worden beschouwd. Hoezeer ook de situatie van heden ons mag voorkomen een geheel andere te zijn dan die, waarin de Vaderen leefden, dit is geen grond om de helijdenis der Vaderen aan de kant te zetten.

Zulk een vooringenomenheid is verwerpelijk en gevaarlijk. Want, indien zij voortkomt uit een gevoelen, dat zich op kennis van de belijdenis der Vaderen wil beroepen, dan geeft men daardoor reeds te kennen, dat het ontbreekt aan de gemeenschap des geloofs met de kerk der Vaderen. Dan wil men dus een ander soort geloof, en dat is hoogst bedenkelijk. Of — en dat is ook mogelijk — men redeneert uit een gevoelen, dat het geloof der Vaderen verwerpt — hoewel men het niet onderzocht heeft, zodat men een Christendom op eigen gelegenheid schijnt te volgen. Niet vergeefs waarschuwt de Heilige Schrift tegen allerlei wind van leer en velerlei verleiding. Laat ons dan wel toezien, dat wij geen hooi en stoppelen bouwen op het fundament, dat gelegd is, want dat zal alles verteerd worden als door vuur. En allermeest is nodig, dat wij de weg der reformatie volgen, waarop ook onze belijdenis wijst, dat wij het Schriftgeloof zoeken, dat hen heeft geleid, en naar de regel des geloofs wandelen, die zij in de Heilige Schrift hebben ontdekt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 juni 1948

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's

Niet denkbeeldig

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 juni 1948

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's