De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

voor de gemeente van onze tijd

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

voor de gemeente van onze tijd

6 minuten leestijd

Prof. Miskotte heeft een  "toelichting" op ons oude leerboek, de Catechismus, geschreven, "door middel van kanttekeningen", zoals hij het uitdrukt, (blz. 107). Het gaat over eerste twaalf Zondagen. Een schoon boekje. Misschien lezen wij het bewust of onbewust wel eens meer naar gereformeerde opvatting dan bedoeld is, hoe het ook zij, vele passages lezen wij met hartelijke instemming.

Desondanks draagt de toelichting op onderscheidene plaatsen de duidelijke sporen van een interpretatie, die kennelijk terecht of ten onrechte ,,gereformeerde opvattingen" bestrijdt.

,,De kanttekeningen zijn hier en daar critisch", merkt hij op en hij voegt daaraan toe : ,,Zij (de kanttekeningen) meten de vorm aan het bedoelde en herzeggen, reproduceren het bedoelde voor de gemeente van onze tijd. Wij maken er niet wat anders van ; integendeel, wij trachten hetzelfde te zeggen", (blz. 107).

Wij hebben in deze toelichting alzo een voorbeeld van een vorm voor onze tijd naar de opvatting van de Leidse hoogleraar. Maar, eerlijk gezegd, zijn wij er niet van overtuigd, dat het verschil van vorm tot de vorm beperkt blijft. Alles gaat hier om het ,,bedoelde".

Het "bedoelde" kan echter slechts worden gekend en beleden als het beleefd wordt en de kerk van weleer heeft in het leerboek van de Heidelbergse theologen zulk een uitdrukking van haar leven gevonden, dat'zij het mede tot haar belijdenis heeft gemaakt, ondanks de gans andere vorm van de 37 artikelen. Wij zijn ook niet van mening, dat het beleven enige knapheid onderstelt, (vgl. blz. 17), wijl het een gave Gods is.

Volkomen terecht ziet prof. Miskotte de Catechismus vanuit het standpunt des geloofs. Alleen het geloof kan de dingen des geloofs zien. Het geloof is in de Catechismus aan het woord. Buiten het geloof kan men napraten, de dingen, die daar geleerd worden, onder de categorie van het verstand brengen en beredeneren, maar dan is het wat anders geworden. De troost gaat vooraf. Geheel de Catechismus staat in het licht des geloofs, dat in de eerste Zondag aan het woord is.

Wij spreken dat niet tegen.

De dingen waarover de Catechismus spreekt, worden verstaan door degenen, die van Christus zijn. Wat hij zegt over onze schepping, over Adam, over zonde, erfschuld, zegt hij vanuit het geloof.

„Het heeft dus eigenlijk geen zin, om over Adam en de mens, over erfschuld en zonde te spreken, alsof wij van Christus en Zijn gerechtigheid niog geen weet hadden", zo concludeert prof. M. op blz. 39.

Maar dan verder : ,,Ook zelfs wanneer de heilsvraag voor ons persoonlijk nog niet zou zijn beantwoord, de waarheidsvraag is gesteld en beantwoord van Godswege door de dienst van het apostolaat.

Hoe kan dat zijn, dat ik in Adam schuldig ben geworden ? , dat is een vraag, die in één adem gesteld wordt met die andere : hoe kan dat zijn, dat ik in Christus rechtvaardig ben ? (blz. 40).

Het wil er bij ons niet in, datdeze vorm voor de gemeente van onze tijd duidelijker en begrijpelijker is dan de vorm, waarin de Catechismus zich aandient.

En wat wil de schrijver met die onderscheiding van de waarheidsvraag en de heilsvraag ? Er is toch geen apart geloof .voor de waarheidsvraag en een apart geloof voor de heilsvraag. Hoe kan iemand uit het geloof spreken, zonder de persoonlijke betrekking tot Christus ? De enige troost ziet zelfs in de eerste plaats op het vertrouwen (vgl. het Engelsetrust), dat de kennis vergezelt en aan het ware geloof eigen is. (Zie Zondag 7).

Wij willen aannemen, dat de schrijver dat dan ook bedoelt, als hij zegt, dat het eigenlijk geen zin heeft om over Adam enz. te spreken, alsof wij van Christus en Zijn gerechtigheid nog geen weet hadden. En indien dat zo is, dan betekent het dus nog eens weer, dat het eigenlijk alleen zin heeft over deze dingen te spreken vanuit de enige troost, dat is vanuit de uitnemende kennis van Christus, waarvan de apostel gewaagt.

Dat is inderdaad geen nieuws en dat wordt ook als zodanig niet aangediend. Welk een moeite geeft Calvijn zich ifn het derde boek van zijn Onderwijzing om op het waarachtig geloof te wijzen en dit van allerlei dwaling te onderscheiden.

Het kan echter ook anders begrepen worden en dat zou een gevaar voor de gemeente van thans kunnen zijn. Van Adam, zonde en erfschuld niet anders weten dan van uit de troost van Adam. Men kan daaruit ook de conclusie trekken : dan weten wij alleen raar van een. Adam, die in Christus is opgestaan, van zonde, die niet meer wordt toegerekend, van erfschuld, die geen schuld meer is. M.a.w. wij weten van Adam, zonde en erfschuld niets, hebben er geen last van, spreken er niet meer over. Buiten Christus weten wij niets van dat alles, in Christus is het alles in een zee van vergetelheid weggezonken.

Over de waarheidsvraag praten wij niet meer. De apostelen hebben dat klaar gemaakt. Zo wordt het ,,in Christus" én „vanuit Christus" niet alleen centraal — (hetgeen op zichzelf juist is) — maar dan verdwijnen alle waarheden aangaande Adam, zonde, erfschuld, verkiezing en zoveel meer uit de prediking en uit de theologie.

Men kan immers volgens prof. M. over dergelijke dingen niet spreken, alsof wij van Christus niets weten. Dan zouden het slechts abstracta worden.

Als dat nu hetzelfde zou zijn in een nieuwe vorm voor de gemeente van nu, dan moeten wij daartegen toch ernstig protesteren.

Dat zou dan ook niet meer hetzelfde zijn, maar gans wat anders en tot een evangeliebediening voeren, die zelfs gevaar liep velen te misleiden.

Honderdmaal liever aanvaarden wij de gevaren der oude vroomheid, der religie, van het door Miskotte gewraakt moralisme, terwille van een evangelie, dat van verzoening en verlossing getuigt, omdat het over schepping.val en zonde gesproken heeft.

Dat heeft met een alsof en abstract niets uit te staan, maar met de realiteit, welke ons in de Heihge Schrift wordt voorgehouden. Veeleer is het uitgangspunt van Miskotte abstract te heten. Sommige wijsgeren maken de indruk, alsof zij ergens vanuit een archimedisch punt de wereld beschouwen. Zo dreigt M. van uit de idee ener hemelse volmaaktheid van de enige troost, welke hij blijde wetenschap noemt, de ganse werkelijkheid van dit bewogen leven te doen opgaan in een abstractie der verzoening.

Onderstel, dat voor de gemeente van heden in deze trant wordt gepredikt, dan weet zif' binnenkort niets meer van , onze schepping, val, zonde en dood en behoeft er ook niets meer van te weten. Met het moralisme heeft men dan ook de kennis van zedelijke normen weggenomen, met de religie der Christelijke vroomheid.

Wie daarvan opbloei van het kerkelijk leven verwacht, wij zijn van mening, dat zulks slechts de bloei van het sectarisme en afscheiding zou kunnen bevorderen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 juni 1948

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's

voor de gemeente van onze tijd

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 juni 1948

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's