De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Niet onverschillig

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Niet onverschillig

7 minuten leestijd

Ons orgaan is een kerkelijk orgaan en geen politiek blad. Daarom mengt het zich niet in de politieke partijstrijd.

Dat wil echter niet zeggen, dat wij politiek onverschillig zijn. Dat zou trouwens in strijd zijn met onze belijdenis. Juist de Gereformeerde belijdenis onderscheidt zich o.a. ook daardoor, dat zij een artikel wijdt aan de Overheid, van haar belijdende, in overeenstemming met de Heilige Schrift, dat zij Gods dienaresse is.

Reeds uit dien hoofde mag de pohtieke zaak ons niet onverschilhg laten. Immers als Gods Woord zulk een onderscheiden titel aan de Overheid doet toekennen, zullen zij, die de God des Woords vrezen, ook gehouden zijn dat Woord in erkentenis te houden en trachten te bevorderen, dat het ganse volk de Overheid alzo moge eerbiedigen en van haar eischen, dat zij gehoorzaamheid aan de geboden Gods betracht en naar de norm van Gods Wet regeert.

Met hoeveel nadruk heeft Calvijn gewezen op de verdorvenheid, waaraan ons geslacht onderworpen is, tengevolge van de val onzer eerste voorouders. Hoe klaar en duidelijk tekent ons Gods Woord, dat een saamleving, waarin het recht van de sterkste wordt gehuldigd, ten ondergaat. Denk aan de zondvloed. Wij hebben ook in de jaren der bezetting ervaren, tot welke verderfelijke gevolgen geweld en machtswellust leiden.

Daarom prijst Calvijn de genade Gods, die de Overheid met zulk een gezag heeft bekleed en haar het zwaard heeft gegeven, omdat de verdorven mens een teugel nodig heeft. Maar daarom ook zal die Overheid geroepen zijn het recht Gods te eren en te doen eerbiedigen.

Dergelijke voorstellingen van zaken wil men tegenwoordig veelal niet meer horen. Het schijnt haast wel, dat, wie van zonde en verdorvenheid spreekt, uit een verouderd verleden spreekt. En toch is dit in verschillend opzicht onjuist. De beschaamde en teleurgestelde verwachtingen van de verlichting en de Verbetering van de mens, mochten wel anders doen spreken.

Indien men wat meer ernst met deze dingen maakte, zou men ontdekken, dat de staatkundige beschouwingen zelfs ook na de reformatie bleven voortbouwen op zeer ouderwetse grondslagen, die tot in het heidendom teruggaan. De reformatie heeft gezegende vruchten afgeworpen op het cultuurleven van de Westerse volken, maar de fundamenten van het staatkundig denken zijn daardoor nog niet veranderd. Integendeel. De grondslagen van het staatkundig denken bleven van natuurrechtelijke aard. In de ontwikkeling van de moderne staat komt dat duidelijk aan de dag.

Uit dien hoofde is er waarlijk wel aanleiding om zich rekenschap te geven van de grondslagen ener Christelijke staatkunde en het behoeft ook niemand te verwonderen, dat men het onder de Christenen zo maar niet eens is over een staatkundig stelsel, dat die naam mag dragen. Sommigen nemen daaraan zulk een aanstoot, dat zij van geen Christelijke staatkunde willen horen en anderen willen zelfs in geen enkel opzicht van een onderscheiding van Christelijk en niet-Christelijk weten. Men zou zelfs van beginselen of van Christelijke levens- en wereldbeschouwing niet mogen gewagen.

Wij laten thans na de argumenten te onderzoeken, waarop men zulke ideeën grondt, althans gronden wil. Mogelijk werken daarin ook Lutheraanse invloeden na. In ieder geval dachten de gereformeerde vaderen daarover zo niet. Zij getuigen daarvan in de confessie aangaande de Overheid en in hun geschriften.

Calvijn heeft niet nagelaten in zijn „Onderwijzing der Christelijke religie" ook over de burgerlijke regering te schrijven. En hij heeft daarin richtlijnen gegeven, die nog altijd waard zijn te worden bestudeerd.

En nu kan men het betreuren, dat de Christenen ook op dit terrein verdeeld zijn, in zoverre zij de gereformeerde gezindheid zoeken, zijn zij het toch in verschillende hoofdzaken wel eens. Zij delen het constitutioneel karakter, dat aan de gereformeerde staatkunde eigen is. Zij hebben een positieve waardering der historie en erkennen de leiding Gods ook in de geschiedenis. Zij achten Overheid en volk gehouden aan de gehoorzaamheid aan Gods Wet. En dit alles geeft richting aan hun staatkundig streven en oordeel, zoals het ook uitgangspunt is voor de beoordeling van het regeringsbeleid.

De Heilige Schrift leert ons, dat God ook onze woonplaats bepaalt, zodat het geen toeval mag heten, tot welke volk en welke natie wij behoren, en welke plaats wij onder de volkeren der aarde en onder de mensen innemen. In dat bestel Gods is alzo ook een verscheidenheid van roeping van volkeren en personen gegeven. Verscheidenheid van roeping en verscheidenheid van verantwoordelijkheid.

Zo is het ook geen toeval, dat wij in zo nauwe betrekking met de volkeren van Insulinde — en dat gedurende eeuwen — verbonden zijn. Ook daarin ligt een roeping en al is het ook, dat wij deze niet op zulk een wijze hebben vervuld, dat wij voor God vrij uitgaan, dit ontslaat ons niet van onze verantwoordelijkheid. En die verantwoordelijkheid brengt weer mede, dat wij die volkeren niet mogen overgeven aan de gevaren, waardoor zij worden bedreigd en waartegen zij zich niet zullen kunnen wapenen, indien men volhardt in een politiek, zoals die gedurende de laatste jaren wordt gevoerd.

Daarom heeft ons volk zich wel te bedenken en zich te bezinnen op de verantwoordelijkheid, welke er is gelegen in de macht en de vrijheid om de leden van de Staten-Generaal aan te wijzen. Het is daarom mede verantwoordelijk voor de gang van zaken en wij verheugen onser over, dat het niet ontbreekt aan mannen, die Overheid en volk met kracht wijzen op de ernstige bezwaren, die op het regeringsbeleid inzake Indië drukken.

Zij willen van harte medewerken aan de bevordering van de vrijheid en zelfstandigheid der Indische volken door hervorming van het Rijksbestel op grondwettige wijze en — terecht — met handhaving van de eenheid van het Koninkrijk. Zij waarschuwen echter tegen een beleid, dat even weinig het welzijn van Indië als van ons land kan dienen, omdat het van beginselen uitgaat, die in strijd zijn met de handhaving van het gezag der Overheid, hetwelk haar van Godswege is toebetrouwd.

Een Christelijke staatkunde zoekt haar weg bij het hcht van Gods Woord. Zij is als zodanig niet aan een bepaalde staatsvorm gebonden. Integendeel, zij heeft een open oog voor de verscheidenheid van landen en volken, van situatie en omstandigheden, welke wederom tot verschillende vormen van regering kunnen leiden. Doch zij is uitteraard gebonden aan de normen door Gods Woord geleerd en moet daarvan bij de beoordeling van zaken ook uitgaan.

En daarom moet men zich er over verbazen, dat allen, die belijden dat Overheid én volk geroepen zijn tot gehoorzaamheid aan het Woord des Heeren en die opkomen voor gezag en vrijheid, niet als één man op de bres staan en zich dicht aaneensluiten.

De tijden zijn ernstig en doen een ernstig beroep op ons om de handen in één te slaan en alle kracht in te zetten, opdat de leiding derzaken nog ten goede mocht keren.

De gang naar de stembus is altijd een gewichtige, maar ditmaal wel zeer gewichtig en verantwoordelijk. De grondwet aan de orde. Wijziging van de grondwet wordt voorgesteld, omdat zij een beletsel is voor de huidige politiek van de regering! Wel een bewijs, dat het beleid der regering in strijd is met de grondwet en reeds daarom ten stelligste afkeuring verdient.

Het kan nog verkeren. Mocht het zo zijn. Wie zou onverschilhg kunnen toezien, als zulke grote belangen op het spel staan. Dat wi| ons dan scharen achter degenen, die krachtens hun beginselen standvastige weerstand bieden aan een pohtiek, die voor Indië en voor ons land slechts noodlottig kan zijn.

Maar daarom kunnen wij ook niet nalaten ernstig op onze roeping en verantwoordelijkheid te wijzen, opdat wij ons daarvan rekenschap geven en medewerken, om zo mogelijk aan zulk een noodlottige politiek een einde te maken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 juli 1948

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's

Niet onverschillig

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 juli 1948

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's