De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

MEDITATIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

MEDITATIE

......als ik riep...... hebt Gij mij versterkt......

8 minuten leestijd

Ten dage als ik riep, zo hebt Gij mij verhoord. Gij hebt mij versterkt met kracht in mijn ziel. Psalm 138 vers 3.

Hier is een man aan het woord, die al heel wat avonturen achter de rug heeft! Iemand, die ondervinding heeft van veel gevaar en óók van uitreddingen. En het is, alsof hij in de geest nog eens terugziet op z'n levenspad. Hij stelt zich in gedachten op het plein vóór Gods Heiligdom en daar komen dan weer de verschillende gevaren op hem afstormen. Hij ziet weer de benauwdheden, die hij heeft doorgemaakt, de aanstormende vijanden. Eén groot en machtig legioen van satanische krachten, die het er op aangelegd hebben Gods werk in zijn leven te verstoren. Ge kent ze wel, nietwaar, de verschillende tijden, waarop David, van vergeten, eenvoudige herdersjongen af, tot in de hoogste ouderdom toe, telkens weer die gevaren heeft zien dreigen.

Maar deze psalm spreekt niet alleen maar van ellende. Neen, veel meer spreekt ze óók van de verlossing uit deze ellende. Wat is die dichter een gelukkig mens ! Met, dat hij spreekt van doodsgevaren, komt tegelijkertijd de herinnering aan al dat andere, dat heerlijke, dat er op gevolgd is : ellende, roepen om uitredding. Gods antwoord — dankbaarheid ! We hebben de sleutel van heel deze psalm in onze handen, wanneer we letten op het derde vers : Ten dage, als ik riep, zo hebt Gij mij verhoord. Gij hebt mij versterkt met kracht in de ziel!

Ja . . . . . dat is nu een dankbaar zingen voor David, maar toen het zover was, dat er geroepen moest worden, zal het niet zo gemakkelijk zijn gegaan !

Ten dage, als ik riep . . . . . dat roept doodsgevaren wakker ! En óók tijden in zijn leven, die nu niet bepaald een top vormden van Godsvertrouwen. Donkere bladzijden, waar schuld en zonde hun misvormend werk maar al te goed hadden verricht. Ik kan het nalezen, elke dag een nieuwe donkere blazijde, als ik wil. En zou het een wonder zijn, wanneer God niet had geluisterd naar dat twijfelende, zondige roepen? David zelf zou de laatste zijn, om te zeggen, dat hij uitredding verdiend had, want op de achtergrond van al zijn roepen stond het weten, dat de nood, van waaruit hij gered wilde worden, een zondige nood was !

En toch heeft hij geroepen !

Hoe hij geroepen heeft ?

Wel, dat zegt ons de psalm ook. David had Gods beloften ! Grote beloften, over de heerschappij van zijn geslacht in eeuwigheid. Beloften, die zich voor, het oog van die O.Testamentische dichter, verloren tot in het oneindige, maar die over kribbe en kruis, opstanding en hemelvaart, hun vervulling hebben gevonden en zullen vinden in Jezus Christus, Gods Zoon, de Heere !

Zó heeft hij geroepen, pleitend op Gods beloften en Zijn nooit te krenken eer ! Zou het een wonder zijn, als God hem niet hoorde ? Ja, dat zou een verschrikkelijk wonder geweest zijn, waarbij de hemelen zouden zijn ingestort en de Satan getriomfeerd. Daarom kan die zondige, dwalende dichter toch zingen : Ten dage, als ik riep, zo hebt Gij mij verhoord, mij geantwoord ! Want hij bad, schuldig in zijn nood, pleitend op Gods beloften, met het gezicht naar het kruis toegewend ! En God heeft daarom, vanwege Zijn gansen Naam, Zijn Woord groot gemaakt!

Dat betekent niet, dat er in zijn leven plotseling een soort mirakel gebeurd is, waardoor alle zorgen als bij toverslag verdwenen waren ! O, zeker. God kan dat, heus, en ook in Davids leven is dat meer dan ééns bewezen. God kan en wil en zal in nood, zelfs bij het naad'ren van de dood, wonderen doen, grote wonderen, en 't is geen groot blijk van vertrouwen, wanneer Zijn Kerk daar niet meer op hopen kan, maar wanneer David zijn leven nog eens overziet, dan is er toch wat anders overheersend, dan die wonderen, hoor, hoe hij zingt : Gij hebt mij versterkt met kracht in mijn ziel. Zal ik het eens heel eenvoudig zeggen ? „Gij hebt gemaakt, dat ik het uit kon houden ! Gods antwoord is weliswaar het antwoord van het Kruis, maar dat betekent niet, dat Hij de dichter er van ontheft, „zijn kruis. Hem dagelijks navolgende, vrolijk te dragen".. David zal dat net als alle mensen, die Gods genade kennen, Gods Kerk kortzichtig en zondig, lang niet altijd maar direct begrepen hebben. Wat zullen er een aantal gebeden op de lijst: onverhoorde gebeden, zijn komen te staan ! Totdat achteraf bleek, dat de door Gods wonderen verwende David, vergeten had, dat Gods antwoord zo heel dikwijls is : een mens het geheim geven om zijn kruis. Hem dagelijks navolgende, vrolijk te dragen.

Ik denk, dat hij, toen hij deze psalm zong, zich tegelijkertijd nog wel eens diep geschaamd zal hebben. Wat is het moeilijk, om God te vertrouwen, nietwaar, en ernst te maken met het woord van de Meester : „Gij zult het na deze verstaan !"

Ja, dat „ten dage als ik riep", is nu een gemeentelied geworden, een psalm, die de Kerk op haar lippen neemt, in de dienst des Woords. En dat is nodig, want we praten niet voor niets over nood in de Kerk. Inderdaad, de Kerk is in nood ! Getuige de verdeeldheid in ons vaderland, waar geen dorp is, bijna, of twee torens schreeuwen de gebrokenheid naar de hemel. We zullen ernst moeten maken met dat roepen, ook daarin nood der prediking, niet waar, ge kent, zo goed als ik, de geijkte termen, die met „nood" beginnen ! Nood in eigen Kerk, met z'n richtingen en stromingen, waar iedereen iedereen critiseert. En wat betrap ik mezelf er dikwijls op, dat het goddeloze critiek is, omdat er niet vooraf gebeden is ! U ook ? En als ik nog bid, wat moet ik me dan diep, diep schamen, omdat het zo dikwijls, plat gezegd, een soort verplichte leverantie eerbied is, voordat ik aan het becritiseren ga ! Is dat bij u ook zo ?

Neen, dat zal wel weer moeten worden een schuldige nood der Kerk, war ik zelf deel aan heb, waar ik zelf klein onder moet worden, de schuld der ongehoorzaamheid aan Gods Woord, dë schuld der liefdeloosheid, de schuld van het niet zondaar willen worden onder Gods eis en Wet! Pas vandaar uit kunnen we samenspreken over de nood der Kerk, samen pleiten gaan, als schuldige gemeente van zondaren, op Gods beloften, omdat Jezus Christus heeft gezegd, dat de poorten der hel Zijn gemeente niet zullen overweldigen.

Ben ik dan alleen maar een idealist en zegt ,,de nuchtere werkelijkheid" wat anders ? Neen, want Christus Zelf beveelt Zijn gemeente, om voor die eenheid te bidden en te strijden ! En zó zal ik ook daarin, biddend, schuldig en heel ootmoedig mezelf mee becritiserend, op Gods antwoord moeten wachten. Gelukkig, ook daarin geeft de Koning der Kerk de krachten, die het geheim betekenen van het kruis Hem vrolijk achterna te dragen!

En als ik dat zingen weer midden in de gemeente geleerd heb, wat zing ik het dan ook dikwijls thuis, alleen. En wat wordt het me dan een troost, dat ,,ten dage, als ik riep !" Als ik, als een arme zondaar, schuldig en zondig voor Gods aangezicht sta, dan weet ik, dat ik niet pleiten ga op eigen verdiensten, maar alleen op Gods beloften, die arme vermoeide zondaren rust geeft. Om Jezus' wil, en me strijdend en biddend de krachten geeft, óm daar nooit mee op te houden! Ja, en als ik dat geleerd heb — dat is de onherroepelijke voorwaarde, zonder welke er geen troost is, maar een eeuwig oordeel, laat ik dat goed bedenken — dan komen de woorden als een grote troost in m'n leven te staan. Als er nood komt en ziekte, zorgen, smart, rouw, dan kan ik, als een schuldig mens op Gods beloften pleiten en om Christus' wil Zijn Naam aanroepen, opdat Hij ze waar make. Er kunnen wonderen op gebeuren, zeker, maar dit weet ik nu toch vast: Gods antwoord is, dat Hij mij de krachten toedeelt, die het geheim zijn van het vrolijk kruisdragen ! Daar zijn de zorgen niet mee weg en m'n ziekte is er niet mee over, maar hoe de weg dan ook gaan moge, wanneer ik, als een arm zondaar knielen mag onder Jezus' kruis, zal het desnoods gaan door het dal der schaduwen des doods en veel smart en zorg, maar zingen zal ik het : ,,Ten dage, als ik riep, zo hebt Gij mij verhoord, Gij hebt mij versterkt met kracht in mijn ziel!"

„Heere God, daarom bid ik voor de Kerk in het algemeen en voor de Ned. Hervormde Kerk in het bijzonder, dat ze zo schuldig en zondig weer bij Uw kruis leert knielen. Ik bid U, of ik zelf ook elke dag, door de werking Uws Geestes, daar neerknielen mag, om Christus' wil! Amen".

(Herkingen)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 juli 1948

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's

MEDITATIE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 juli 1948

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's