De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

ISRAËL

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

ISRAËL

5 minuten leestijd

In het blad „De stem van Israël" van 4 Juni -1948 stond een merkwaardig artikel over „Het oude Jeruzalem".

Jeroesjalajim : „De stad die treurt — verwoeste — geschondene — verlatene".

Wat ons het meest trof in dit artikel, geschreven door een zoon van het oude volk, is de grote, schier grenzenloze verbittering. Enkele fragmenten mogen daarvan getuigen.

„De Arabieren hebben de Oude Stad in brand gestoken. Om hygiënische redenen. Verbaas u niet over de combinatie (ik geef toe: een vreemde en tot dusver niet bekende) van Arabieren en hygiënische maatregelen. Ge vindt immers een veel oudere en veelzeggende associatie terug — Jeroesjalajim ... . . . . . de oude stad, en brand.

„Opnieuw kronkelen de rookkolommen boven de nauwe straatjes — opnieuw gaan door eeuwenoude devotie gewijde plaatsen in vlammen op.

„Opnieuw worden van onder het puin der ingestorte huizen doden en gewonden weggedragen.

„Was het gisteren, dat hier een van Titus' knechten in dronken overmoed een tempel in de as legde — of klonken hier zoeven de laatste klanken van het sjema (d.i. Deuteron. 6 : 4 en : „Hoor, Israël .. . . . . . ") en de sjoel (synagoge), waar de zegevierende kruisvaarders hun vreugde over het bereiken van het graf van één Jood vierden door het levend verbranden van vele honderden Joden ?

„Neen — de gesmoorde angstkreten en het vuur zijn de werkelijkheid onzer dagen. Want de oude stad is door de „knechten van vreemden" veroverd, — door Abdoelah's helden in brand gestoken . . . ..  . .

„Hier in deze straatjes leefde de smart, zij was er altijd en overal. Het leek of de kinderen in hun bewaarschooltje iets meedroegen van de melancholie, of de weemoed ons begeleidde bij iedere gang naar boven, naar beneden.

„Hier werd het „trappenlied" tot klaagzang. Met één monotoon refrein : „Ik vergeet u niet — Jeroesjalajim". —

„Wij zijn teruggekomen, — van heel ver en na heel lange tijd.

„En bij onze terugkomst vinden wij als bij het heengaan — een verbrand Jeroesjalajim.

„Denk niet, dat de wereld geroerd zal worden door het verbranden van de Joodse heilige plaatsen. Er is immers meer geklaagd over een stukgeschoten kathedraal, dan over een millioen vermoorde Joodse kinderen. De heilige plaatsen der anderen moeten geëerbiedigd worden door de gehele wereld, en het leed van Joden is van Joden alleen. De Duitsers hebben een derde van ons volk vermoord en daarmede ons het heden willen ontrukken : de Arabieren — door Engelsen gesteund - vernielden de symbolen van ons verleden . ... .. ...

„Immer wordt onze tocht door het schijnsel der vlammen gemarkeerd. Eens verlieten wij een brandend Jeruzalem, onze verdrijving uit het Westen vond plaats langs rokende brandstapels, brandende ghetti (Jodenwijken) en rokende sjoelen (synagogen) — heeft haast geheel Europa ze niet gezien ?

„Onze eigen tijd was die van het verbranden onzer boeken in het hart van Berlijn en leidde tot aan de „eeuwige vlam" boven Birkenau en Treblinka (concentratiekampen).

„En nu is de oude stad van Jeroesjalajim verbrand".

Wat is de reactie op al dit leed bij het Joodse volk ?

Enerzijds verbittering: tegen de Duitsers, die de Joden hebben vermoord; tegen Engeland, dat hen in de steek gelaten heeft; tegen vele Westerse volken, die de Joden hebben vervolgd ; tegen de Arabieren, die niet goedschiks het recht der Joden op het oude land en de oude stad willen erkennen, nu zij daar duizend jaar gewoond hebben ; tegen heel de wereld, die onbewogen blijft over het leed der Joden.

Anderzijds : fanatieke trots en een wanhopige hoop op de toekomst, in vertrouwen op eigen recht en kracht.

„Maar rondom is onze kracht en onze toekomst gelegerd. De Joodse toekomst is ons",

„De toekomst is ons !

Zegt het na, Joden in de gehele wereld, die bedroefd ter aarde zit om de verwoesting der heilige plaatsen.

Grijpt terug naar uw geschiedenis — leest en herleest hoe ons volk steeds weer door het vuur gegaan is, telkens opnieuw door de laaiende oven, maar ons volk bleef leven.

Ziet op en vraagt u af wat er geworden is van hen, die het vuur hebben ontstoken en het hout tot verbranding hebben gebracht.

Zij zijn als in rook verdwenen. De verbranding van ons heilige was hun laatste daad — het signaal hunner vernietiging.

Ons volk  — ons gehavend en geschroeid volk leeft.

Wij hebben heilige plaatsen verloren, wij hebben bloeiende jeugd verloren. Op as en pijn bouwen wij onze nieuwe Staat.

Wanneer wij straks tijd vinden om te herdenken, zullen wij herdenken alles wat de vijand verbrand heeft — ook nu weer verbrand heeft.

Maar niet als in vroeger dagen zullen wij ons neerzetten en klagen en treuren over dat wat verloren ging.

Niet nog eens zullen wij de eeuwen vullen met onze jammerklacht. Wij hebben besloten om te leven. Groter dan de „oude stad" is het Joodse Jeroesjalajim. Groter dan Jeroesjalajim — Jisraeel.

Het Joodse volk zal de strijd om Jisraeel voeren tot de overwinning. Ook ditmaal zijn wij door het vuur gegaan — ook ditmaal zullen wij de brand overleven als een mysterie voor de wereld — als een les voor onze vijanden.

Heilig waren ons en zijn ons vele  - ja, alle plaatsen van het oude Jeruzalem — heiliger is ons het leven onzer mensen, de kracht van ons volk — de opbouw van ons land.

En heiliger nog ons recht op Erets Jisraeel (het land Israël), dat wij bevestigd hebben in eeuwenlange trouw — in opofferende arbeid en in bloedige strijd.

Verenige zich ons volk „het komende jaar in het herbouwde Jeruzalem" !

(Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 juli 1948

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's

ISRAËL

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 juli 1948

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's