BESTUUR EN BEHEER
Bestuur en Beheer, laat mij zeggen. Kerkeraad en Kerkvoogdij, dan is het duidelijk. Dat zijn twee colleges. De kerkeraad, aan wie de geestelijke zorg der gemeente is toebetrouwd, en de kerkvoogdij, welke het beheer heeft over de kerkelijke goederen.
De verhouding tussen die twee is reeds van oude datum. De reformatie heeft de kerkvoogdij niet in het leven geroepen, want deze dateert reeds uit de Middeleeuwen, en is ook na de reformatie in functie gebleven en belast met het beheer der kerkelijke goederen. De Middeleeuwen kenden verschillende soorten van geestelijke goederen (Vicarie-, pastorie- en kosterij-goederen).
De verhouding „Bestuur en Beheer" nu heeft de kerk in de loop der jaren nog al eens aanleiding gegeven tot beroering en onder de synodale organisatie heeft zich duidelijk het streven der Synode afgetekend om het beheer onder haar invloed te betrekken. Wij herinneren slechts aan de stok achter de deur bij de invoering van de Raad van Beheer.
Wij willen niet ontkennen, dat de kerkegoederen wel eens op zulk een wijze werden beheerd, dat het op zijn zachtst uitgedrukt twijfelachtig mocht heten, of dat aan de bestemming beantwoordde. Sommige gemeenten zijn ook wel zeer rijk aan goederen, of verheugden zich in een overvloedig bezit, terwijl andere gemeenten niet in eigen behoefte konden voorzien. Zulke toestanden konden aanleiding worden voor kerkelijke instanties om te zinnen op middelen en wegen, waardoor wantoestanden werden opgeheven of minder rijk bedeelden werden geholpen.
Maar rechten betekenen ook wat, en zeker bij een volk als het onze, dat vanouds zo gesteld is op zijn recht en privilegiën. De kerkelijke goederen zijn nu eenmaal rechtens van de plaatselijke gemeente. Het recht heeft een beslissend woord mede te spreken in de kwestie ; Bestuur en Beheer.
Daarom is het begrijpelijk, dat het ontwerp in de financiële regeling een compromis voorstelt, een compromis, waarbij de kerkvoogdij kerkvoogdij bhjft, doch in de kerkeraad binnentreedt onder de titel van ouderling-kerkvoogd. Op zichzelf achten wij deze figuur reeds niet gelukkig, 't Is waar, dat men met enig meebuigen het beheer tot het regeerambt kan rekenen, maar de combinatie blijft gewrongen, 't Is waar, dat men onder de huidige verhoudingen ook wel ouderlingen aantreft, die tevens kerkvoogd zijn en beide op een voortreffelijke wijze. Deze man staat dan zeer bepaald in een dubbele functie, welke, om het zo eens.te mogen zeggen: charismatisch in hem verenigd zijn. De ouderling-kerkvoogd van het ontwerp is mogelijk wel eens zo'n bevoorrechte, maar hij is — gezien de bepalingen van het ontwerp — kerkvoogd, opgenomen ook in de kerkeraad - maar vooral in een kerkvoogdelijke structuur, een beheerspyramide, welke haar top heeft in een financiële Raad.
Het ganse ontwerp lijdt aan het euvel, dat het centraliseert ten koste van de rechten der plaatselijke gemeente, een euvel, dat zich zal wreken, zo de kerk in gebreke blijft dit te verwijderen. De Generale Synode moge zich wel bezinnen op haar opdracht, die immers een presbyteriale kerkorde eist, hetgeen ook overeenkomt met de confessie der kerk.
In geen enkele ordinantie echter komt. dat euvel zo sterk aan de dag 'als in de financiële. De kerkvoogdelijke pyramide verraadt een geest van centralisatie, waartegen niet alleen de kerkeraden ten stelligste moeten protesteren, maar waartegen ook de kerkvoogden zelf bezwaar zullen hebben.
De kerkvoogden beheren de goederen der gemeente. Dat is hun recht, n.l. het beheer der kerkelijke goederen, die aan de gemeente behoren. Zij. zijn dus rekenplichtig aan de gemeente. En als zij nu in de kerkeraad. komen, wat ligt meer voor de hand dan dat zij rekenplichtig zijn aan de kerkeraad ?
Het ontwerp gaat echter niet in die weg. Dat geldt niet alleen de kerkelijke goederen, maar ook de levende gelden der gemeente. Dat maakt het voor de kerkeraden niet minder bezwaarlijk. En over de goederen èn over de levende gelden laat het ontwerp zijn centraliserende bepalingen gaan, terwijl de kerkeraad bij begroting en rekening slechts beperkte rechten worden toegedacht.
Hoe aanlokkelijk het sommigen moge voorkomen de kerkelijke financiën te centraliseren, wij mogen niet nalaten erop te wijzen, dat dit allerminst in het belang , van het kerkelijk leven kan zijn.
Wij hebben daarbij niet het oog op de algemene financiële lasten, die er zijn en door alle gemeenten gezamenlijk behoren te worden gedragen. Daartegen zal ook geen enkele gemeente bezwaar maken. Zulke lasten zijn er in de verschillende kerkelijke ressorten : classes, provinciale- en generale synoden ter zake van vergaderingen en administratie.
Er kunnen voorts aangelegenheden zijn, die krachtens haar aard niet — of niet alleen — door een plaatselijke kerk kunnen worden gefinancierd en welker behartiging niet bijzonderlijk aan een bepaalde gemeente kan worden overgelaten. Oprichting en instandhouding van ziekenhuizen, e.d.g., die in een bepaalde streek, een classis of een provincie nodig zijn en op saamwerking der gemeenten zijn aangewezen. In zulke gevallen zijn gemeen overleg en gemeenschappelijke zorg en bijdragen geboden.
Noemden wij ziekenzorg e.d.g., dan wijst deze toevoeging op het uitgebreide terrein der z.g.n. inwendige zending, hetwelk in verschillende gevallen een beroep op saamwerking zal doen. Ook op het terrein der uitwendige zending zal dat mogelijk en dikwijls gewenst zijn.
Op grond van de verscheidenheid, welke men in volksaard en bevolking, in toestanden en noden aantreft, en op grond ook van heel de geestelijke instelling, is het zelfs niet gewenst in al zulke belangen door een centrale instantie voor het geheel te willen voorzien, omdat men op die wijze slechts zelden op de belangstelling van allen zal kunnen rekenen.
Daarenboven zal zulk een centrale slechts bevorderlijk zijn aan een bureaucratische rompslomp, zonder dat hetgeen geschieden moet, in al die verscheidenheid tot zijn recht komt.
Men wil nu eenmaal weten, voor welke doeleinden geld wordt gevraagd, waarvoor men offert en of de gelden aan hun bestemming komen. Aan de Christelijke inzameling ligt van ouds, ja van af de apostolische tijd, de gedachte ten grondslag, dat voor een bepaald doel wordt gecollecteerd.
Er ligt n.l. een onmiddellijk verband tussen de milddadigheid en de roeping, des geloofs, m. a. w. tussen de Christelijke handreiking en het geloofsleven. Het geestelijk karakter der financiële zorg, waarop men wijst ook in verband met de ouderling-kerkvoogd, ligt dan ook niet daarin, dat hij kerkelijk goed en kerkelijk geld beheert, maar het is kerkelijk goed en kerkelijk geld, omdat het dienstbaar moet zijn aan de werken des geloofs. Gevraagd wordt het geld uit de roeping des geloofs, gegeven uit de drang des geloofs en beheerd overeenkomstig de bestemming des geloofs.
Dat geestelijk karakter nu wordt bedreigd, als men te werk gaat van uit een totalitaire kerkidee, zoals dit ontwerp. Een centraal beheer als hier voorgesteld, verwijdert zich ten enenmale van de plaatselijke gemeente in haar eigen aard en zelfstandigheid.
Zulk een beheer grijpt naar het belastingsysteem, hetwelk in zijn algemeen karakter nog meer bezwaarlijk moet worden dan in de plaatselijke gemeente. Het zal zijn toevlucht zoeken in de aanslag der gemeenten en deze heeft noodwendig gevolgen voor de leden der plaatselijke gemeenten. De aanslag komt ten slotte op het hoofd der individuele leden. Hoevelen zijn er, wier persoonlijk geloof niet evenredig is aan de persoonlijke aanslag, zodat men zich daaraan geheel onttrekt met het gevolg, dat de getrouwen zwaarder belast zullen worden. Wanneer men bedenkt, hoe zwak het verband is, dat velen nog aan de kerk bindt, zal men het niet onwaarschijnlijk achten, dat het getal der bijdragenden zal dalen.
En de getrouwen ? Zij, die Jcrachtens geloof en belijdenis de gemeenschap der kerk niet gaarne verlaten en bij wie het aan offervaardigheid niet ontbreekt, zullen zij bereid gevonden worden om te blijven bijdragen voor allerlei arbeid, waarvan zij doel en bestemming niet kunnen overzien, zonder ook het vertrouwen te koesteren, dat zij daaraan met een goed geweten kunnen en mogen medewerken ? Het minste, wat centrale regelingen en aanslagen mogen doen verwachten, is toch het vertrouwen, dat de gelden ook aan de bestemming des geloofs worden dienstbaar gemaakt.
Wie zich rekenschap geeft van de geestelijke achtergronden, zal zich op dit punt geen illusies maken. Bovendien houde men ook rekening met de financiële toestand in het algemeen. De wisseling der zeven vette en magere jaren blijft en waar zijn de reserves om het opgezette apparaat van Raden en commissiën met al de aanhang en inhaerente neiging tot administratieve uitbouw in de magere jaren te financieren ?
Het schijnt wel in het systeem te passen al die departementale instituten te vermeerderen met een departement van financiën, maar hoeveel zorgen zullen van dit departement gevraagd worden om al de betaalde krachten in de rechtspositie, welke men daaraan wil toekennen, mitsgadets de administratie te onderhouden ?
En hoe zal men dat doen in de magere jaren ?
De kerk moet nu eenmaal niet uit zulk een apparaat, of uit een belastingstelsel leven, maar uit het geloof. Het geloof is de reserve, doch dat kan niet het geloof zijn in de kerk en ook niet in de deugdelijkheid van een centraal gedacht beheersapparaat.
De principiële bezwaren, welke wij steeds hebben aangevoerd tegen de instelling van permanente raden met hun secretariaten en commissiën, zullen ook öog worden vermeerderd met financiële en practische bezwaren.
Het zal enerzijds overweging verdienen een betere verhouding van Bestuur en Beheer te bevorderen en het is alleszins wenselijk, dat kerkvoogdij en kerkeraad daartoe willen medewerken. Het zal aan een goede saamwerking bevorderlijk kunnen zijn het beheer der goederen en der levende gelden in handen der kerkvoogden te stellen, mits de wederzijdse rechten en de zelfstandigheid der plaatselijke gemeente worden geëerbiedigd. Daarbij zal de rekenplichtigheid der kerkvoogdij aan de gemeente erkend moeten blijven en een vorm vragen, terwijl ook een vorm van toezicht niet kan ontbreken, waarbij mogelijk advies en overleg worden geregeld, b.v. ook ten aanzien van centrale belangen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 juli 1948
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 juli 1948
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's