De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De schuld der kerk

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De schuld der kerk

5 minuten leestijd

De Kerk leeft uit de vrije souvereine genade Gods. Indien zij dit beginsel loslaat, wordt zij een vergadering van elk wat wils. De Kerk roemt in de vrijmachtige genade Gods, die zich door Zijn Woord en Geest aan haar heeft geopenbaard. Zij roemt in de vrije gunst, die naar 's Heeren souverein welbehagen in de Zoon Zijner liefde een weg ten leven heeft geopend voor de mens, die door moedwillige ongehoorzaamheid het rechtvaardig oordeel Gods over zichzelf en zijn nakomelingen heeft gebracht. Zij erkent, dat de kerk Christus' Kerk is, dat Zijn Woord daar heerst. Zijn Geest de harten neigt, zodat allen, die tot de levende Kerk behoren, niet anders wensen te weten dan Jezus Christus en Die gekruisigd.

De satan, wiens kop op Golgotha vermorzeld is, zit echter niet stil zolang hij niet in de poel des vuurs geworpen is. Hij is nog steeds de vijand, die 's nachts onkruid onder de goede tarwe zaait, om zo mogelijk de oogst te doen mislukken. Hij zaait allerlei boze en onheilige beginselen om er de geesten mee te vergiftigen, zodat zij op een vals spoor voortgaan, waarop noodwendig een ontsporing met chaos van stukken moet volgen. Wanneer wij nu heden ten dage telkens weer in de Kerk de oproep horen tot schuldbelijdenis, dan kan dit niet anders dan onze volle instemming hebben, want wij hebben telkens weer geluisterd naar de stem van de grote leugenaar en dienen satan. Wij willen daarom niet toegeven aan de neiging van het mensenhart om, als 't aan de schuldvraag komt, eerst naar anderen te zien. Wij en onze vaderen hebben gezondigd. Deze schuldbelijdenis zij geen ijdele klank, maar waarheid in het binnenste, die door 's Heeren ontdekkende Geest ons benauwt en gebroken doet neerliggen voor Zijn genadetroon. En waar telkens gesproken wordt over de gezamenlijke schuld der Kerk, zal 't nodig zijn dat wij gezamenlijk als Kerk de gehoorzaamheid zoeken, welke Christus van Zijn Kerk vordert, en toevlucht zoeken bij de Heere Jezus Christus. Bij de troon Zijner genade, om door de Heilige Geest, de Geest der wedergeboorte, bekwaam gemaakt te worden om ons van harte te onderwerpen aan 's Heeren geboden en naar Zijn wil te leven.

Nu horen we van vele kerkmensen wel menigmaal een erkentenis van zonde, maar .— zegt Kohlbrugge zo terecht — : „Het gebod, dat erkend moet worden, ligt niet in het hart. Men belijdt wel in het algemeen zijn zonden, maar 's Heeren geboden kent men bijna niet eens.; men schijnt ze in het dagelijkse leven geheel en al vergeten te zijn". En.— zo vervolgt Kohlbrugge — : „als men zichzelf de zonde vergeeft, dan ontstaat er geen waarachtige verootmoediging, dan komt het tot geen ware bekering". Daarom gaat het met schuldbelijden in onze Kerk niet goed en zijn we na twee jaar spreken over schuldbelijden nog weinig tot elkaar gekomen. Veel van hetgeen ons door de Synode wordt toegezonden, bevredigt niet, ook niet de oproep tot schuldbelijdenis. Het is zo gesteld, dat een rechtzinnige, maar ook een vrijzinnige het kan gebruiken. Is het water, of is het melk ? Daarom moeten wij van de tot heden gevolgde methode geen heil verwachten. Het wordt ook alles te veel van boven af gedicteerd en het moet juist van onder af komen, van elke ware gelovige, en zo, vanuit de plaatselijke Kerk, als een zelfstandige openbaring van het lichaam van Christus. Calvijn gaat op grond van de Heilige Schrift altijd weer uit van de zelfstandigheid der plaatselijke Kerken. Zij kan de roeping der Kerk gemakkelijker vervullen en draagt meer het intieme karakter van de familia Christi. Zij laat ruimte voor de eigenaardigheden en de verscheidenheden, die met de volksaard en de historie samenhangen, zonder dat de gemeenschap des geloofs met de andere kerken daardoor schade behoeft te lijden. Ook komen de ambten in de plaatselijke Kerk beter tot hur recht. Daarom ware beter geweest, inplaats van een. stad te laten uitgroeien tot 20 predikantsplaatsen, met te grote colleges, die ongeschikt werden om hun taak te volbrengen, naar het voorbeeld van de dorpsgemeente met één predikant, telkens een nieuwe kerk met eigen kerkeraad te hebben gesticht, die op haar beurt haar eigen predikant zou beroepen en onderhouden. Parochiestelsel en wijkverdeling brengen geen oplossing, omdat de Kerk, die openbaring is van Christus' lichaam, zich niet in stukken kan laten snijden zonder het leven ernstig te krenken.

Zo komen we bij de schuld der Kerk, zowel uit bij de Kerkorde als de belijdenis. Een kerk. die haar belijdenis en orde niet in ere houdt, moet wel aan allerlei verwarring ten prooi vallen. De Kerk moet Kerk worden, niet zoals deze of gene zulks begeert, maar naar Gods Woord, een pilaar en vastigheid der waarheid. En ieder lid van de kerk moet er naar staan in waarheid lid van de Kerk (met een hoofdletter) te mogen zijn. Daarom : Vraagt naar de Heere en Zijne sterkte. Hij is de Sterke, om een waar schuldbelijden tot stand te brengen. Begeer van Hem, dat Zijn heiligheid u verschrikke en Zijn barmhartigheid u vertrooste, dat Zijn rechtvaardigheid u onder Zijn oordeel doe buigen en Zijn genade in Christus u opheffe tot de berg des heils. Smeek Hem, dat  gij niet in het voorportaal, uw kerk, blijft steken, maar voortgeleid.moogt worden tot in Zijn heiligdom om met alle waarachtig gelovigen te begrijpen, welke de breedte, de lengte, de diepte en de hoogte zij van de liefde van Christus. En vergeet daarbij niet u persoonlijk af te vragen wat gij doet voor het kerkelijk leven.

't Is zo gemakkelijk te redeneren over de kerkelijke toestanden en derzelver verwarring. Dat is echter geenszins voldoende. Ieder kere daarmede in tot zijn bidvertrek, opdat 's Heeren, kracht in onze zwakheid volbracht worde.

(Driesum)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 juli 1948

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's

De schuld der kerk

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 juli 1948

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's