De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Financiën

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Financiën

9 minuten leestijd

Postgiro 138421

Op het moment, dat onze lezers ons blad open vouwen om te zien of ook thans niet de rubriek ,,Financiën" weer een beurt krijgen kan, zit ik in de buurtvan Leiden, n.l. in Noordwijk aan Zee.

Onverwacht kwam deze verandering niet. Reeds maanden van tevoren was dit geregeld, 'k Zou met een van de kinderen gaan, die gedurende een van de zomermaanden hiervoor uitkiest. Voor mij maakt dit in de regel niet uit, wanneer dit wezen zal. Zo stond de maand Juli hiervoor aangewezen. Eerlijk gezegd, had ik hiernaar wel een weinig begeerte, 't Is bij mij zó gelegen, dat enige verandering me wel lokte. Maar nu zult ge het met me eens zijn dat hier niet alles in hoge mate zal gelden, wat voor weer wij in deze tijd zullen hebben. De laatste weken van de maand Juni waren alleszins geschikt om twijfel te wekken. De eerste week, ligt achter ons van deze maand, doch het verschil is nog uitgebleven, 't Is nog verre van plezierig. Regen en wind melden zich iedere morgen. Hier wordt het geleerd : „wachten op wat ons van de hemel gegeven wordt".

Nu zal lichtelijk de gedachte bij de lezer naar voren treden : dan komt ons overzicht van de ingekomen gelden voor onze Bond vanzelf aan de beurt!

Dat zou niet onmogelijk zijn en toch is de werkelijkheid anders. Ook hiervoor ontbreekt de lust om zich hiervoor te zetten.

Toen gisteren de verkiezingsdrukte achter ons lag, kwam ons als gebiedende eis voor : nu zult ge niet langer kunnen wachten. De gevers van onderscheidene posten hebben er reeds op zitten wachten of er een berichtje in stond, waaruit bleek dat alles in goede orde was ontvangen.

Dit overzicht heeft een eigenaardige karaktertrek, n.l. van alle kanten komen de bijdragen uit alle provinciën. Natuurlijk uit de ene meer dan uit de andere. Al naar gelang de geestelijke gesteldheid, en wat ook niet uit het oog mag worden verloren : de zienswijze van de kerkelijke wereld.

Warneer wij onder meer maar een tweetal dingen noemen : wij hebben een tweetal fondsen, waaromtrent de volle aandacht werd gevraagd in de jaren, die achter ons liggen. Eerst het probleem van het onderricht, dat onze jonge mensen aan de Universiteit zelve ontvangen. Dit was een belang van de hoogste orde. Wanneer wij terug mogen zien op de eerste jaren van de Gereformeerde Bond, werd over de studenten, die uit onze kringen kwamen, pas gesproken, als over de leerstoelen werd gehandeld. De leerstoel stond vooraan. Langzamerhand kwam het Studiefonds naar voren. De open plekken in de lijst van de vacatures viel iedereen op, die de belangen van de Kerk ter harte gingen. Van alle kanten werd hierop gewezen. Hele plekken vielen open. Ook uit die kringen, waar voorheen naar leerlingen van de Gereformeerde Bond nauwelijks werd omgezien, kwamen heel andere geluiden dan voorheen. Men vond het helemaal niet erg, als er een uit dat gereformeerde kamp beroepen werd. Natuurlijk dreigen hier ook gevaren, welke niet uit het oog mogen worden verloren, n.l. dat van beginselvastheid kan gesproken worden, als men weet, wat deze beginselen betekenen, m.a.w. : Leerstoelfonds en Studiefonds behoren bij elkander. Zij kunnen elkander geen ogenblik missen.

Het eerste en het laatste is dit, dat men verstaan zal : „zonder Mij kunt gij niets doen. Ik, de Heere, ben de eerste en de laatste ; wanneer iemand wijsheid ontbreekt, dat hij ze van Mij begere". Van de Almachtige en Genadevolle blijft dit woord gelden : „Die mildelijk geeft en niet verwijt".

Dit blijkt uit de geschiedenis van de Gereformeerde Bond ook zonneklaar. Hoe gebrekkig ons werk ook moge zijn — en dit kenteken treedt bij nader onderzoek elke keer naar voren — wij kunnen het niet nalaten hierop alle aandacht te vestigen : de Heere wil er Zich toch nog over ontfermen en alzo Zijn eigen Naam verheerlijken.

Hier zetten wij als inleidend woord een streepje.

1. De eerste gift kwam uit de gemeente van Ameide. Een zilveren echtpaar had aan ds. Van Dop gevraagd twee rijksdaalders op te zenden voor het Studiefonds. Wij willen niet achterblijven om het echtpaar zeer van harte te feliciteren met dit hun van God geschonken voorrecht. Zij de Heere hen in alles nabij. ƒ 5.-

2. Uit de gemeente van Vriezenveen kregen wij waarlijk niet voor de eerste keer een blijk van medeleven en waardering van onze arbeid. Uit de collectezak kwam een tientje voor het Studie-fonds. Wij zijn hiervoor hoogst gevoelig en betuigen onze welgemeende dank.

3. Ds. Timmer vindt in de verschillende correspondenties nog wel eens enkele giften voor onze fondsen. Zo ook nu weer uit Heerde. Drie vrienden gaven ieder ƒ 1.50. Zo kreeg ik weer te verantwoorden voor onze fondsen ƒ 4.50 Onze erkentelijkheid in deze. Dezer dagen hoop ik de kwitanties voor de afdeling aldaar te zenden.

4. Ds. Bousema te Maarssen zond waarlijk niet voor de eerste keer een  blijk van medeleven. Zo kreeg ik thans weer te verantwoorden : ƒ 10.— Veel dank!

5. Uit de gemeente van Woudenberg kreeg ik van de pastor loci, ds. Bouw, voor het Studiefonds een deel van een gift, met bijvoeging: ,,uit dankbaarheid". ƒ 5.- Mogen wij onze dank daaraan verbinden.

6. Uit de collectezak van de gemeente van Westbroek kreeg ik van een gift de helft van ƒ 25.—. Dit maakt uit ƒ 12.50

Mag ik eens precies zeggen, welke gewaarwordingen er bij mij naar voren traden. Precies het tegenovergestelde, de helft, was voor mij de overkapping van het dubbele.

Daar staan zovele voetstappen van mij in deze omgeving, dat het mij niet dan aangename herinneringen bijbrengt. Deze helft van ƒ 25.— wordt door dezelfde hand of door die van anderen aangevuld, waarin de Naam des Allerhoogsten zich zelf verheerlijkt.

Onze dank tussen alles dan.

7. Werden mijn gedachten aan de jaren die achter ons liggen vermenigvuldigd, bij dit punt doe ik nog enkele passen verder terug.

Vanuit Moercapelle naar Hazerswoude was de afstand niet groot. Hier kwam ik in een kring van vrienden, welke in alles blijk gaven van een warm meeleven inzake de verbreiding en verdediging der Waarheid. Ds. J. van Ingen stond toentertijd vooraan. Gemakkelijk had hij 't niet, maar dat behoeft ook niet. Als wij het ware schild maar op de juiste hoogte mogen dragen.

Ik was er enkele weken geleden nog eens in het midden van echte vrienden, 'k Hield er toen een prachtcollecte voor onze fondsen. Nu kreeg ik er nog een tientje bij als nagift. Bij een vorige verantwoording heb ik deze reeds genoemd. Thans mag ik volstaan met deze ƒ 10.— te noemen als nagift.  Met hartelijke dank aan onze vrienden.

8. Collega ds. Korevaar van Gouda blijft haast geen enkele verantwoording achter of ge vindt zijn naam. Hij heeft nogal eens kans om wat over te reiken. Zo ook nu weer. Een familiefeestje biedt gelegenheid om iets voor 't Studiefonds op te vangen. Wij zeggen hem niet alleen dank, want daarmede zou onzerzijds aan de werkelijkheid tekort worden gedaan. Wie hieraan meewerkten onze oprechte dank.

Wij noteren thans, ƒ 2.40

9. Van een onbekende, doch zeker met ons meelevende vriend, die achter de letter V. schuil gaat, kregen wij uit Marken een rijksdaalder.  Wij hebben niet anders dan dank te weten.

10. Door ds. Bartlema te Zeist kwam bij ons binnen, ook van hetzelfde merkteken als zoeven, doch nu onder letter H., ƒ 5.— voor onze fondsen. Zeer veel dank aan beide, aan zender en gever.

11. Van collega ds. Van Amstel te Hoevelaken kreeg ik op de giro ƒ 5.—, n.l. ƒ 1.50 contributie, ƒ 1.- Leerstoelfonds en ƒ 2.50 Studiefonds. Zodat ik ook hier weer ƒ 5.— mag noteren.  Wij zullen de kwitanties u toezenden.

12. Van collega ds. Ankersmit te Ooster-Nijkerk kreeg ik ook twee rijksdaalders, gevonden in de kerkcollecte. Wij zijn hem veel dank verplicht voor deze toezending.

13. Thans volgen nog enkele posten, die aandacht vragen, n.l. een collecte, gehouden te Groot-Ammers voor het Studiefonds. Deze bedroeg de prachtsom van ƒ 171.-

.14. Was dit de eerste, die aanklopte te midden van een aantal kleinere giften, .uit de gemeente van Dirksland bleef men niet achter. Hier werd gecollecteerd ƒ 209.10

15. Thans komen wij met enkele gegevens uit een gemeente, waar het meeleven met onze Gereformeerde Bond vaste vormen had verkregen, n.l. de gemeente van Jongebreur en Van der Snoek, de gemeente van Veenendaal. Een van de vrienden, v. d. H., de penningmeester van de afdeling aldaar, zond me als contributie van de afdeling aldaar de pracht som van ƒ 159.47 In welke bewoordingen onze dank mag worden geuit, is niet zo heel gemakkelijk. „Veel werk", „nauwkeurig toezicht", veel trouw aan de beginselen wordt hier gevorderd, 'k Spreek hierbij mijn oprechte dank uit.

16. De kerkeraad van Veenendaal kwam hierbij nog het zijne voegen. Collega Van Wijngaarden plaatste als onderschrift uit de Hebr.-brief hoofdstuk 13 vers 7 : ,,Gedenkt uw voorgangeren, die u het Woord gesproken hebben en volgt hun geloof na, aanschouwend de uitkomst hunner wandeling".

Heeft dit woord op zichzelf reeds onze aandacht, wat de collecte inheeft, vormt daarmede één geheel. Stel u eens voor: op 'n contributiepost van ƒ 159.47 volgt nog een kerkcollecte van ƒ 602.36

17. Dat maakt me in werkelijkheid stil. 'k Kan niet anders zeggen : hier spreekt èn het verleden èn het tegenwoordige en dragen maar één waarheid aan het voorhoofd : God de Heere doet Zijn belofte gestand : „uw werk zal niet ijdel zijn in de Heere". -

17a. Opgeteld komt het eindcijfer flink over de 1000 gulden. Dit werd de laatste keren telkens bereikt.

Wanneer wij van onze vrienden iets mogen vragen is het: dit voor de komende weken vol te houden.

Met een weinig goede wil is dit te bereiken. Mijn vacantie wil.ik hier wel zo inschakelen. Dus tot de volgende week.

18. Het laatste woord, hier gesproken door een dankbare moeder. Het zijn niet vele klanken. Niet anders dan een bankbiljet van 25 gulden, met dit opschrift: voor Studiefonds. N.N.

Godes zegenende hand worde hierover uit­ gebreid.

Ds. J. GOSLINGA,

Tijdelijk: Julianastraat 36, Noordwijk aan Zee.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 juli 1948

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's

Financiën

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 juli 1948

De Waarheidsvriend | 6 Pagina's