Binding aan de belijdenis
In „De Gereformeerde Kerk", orgaan van de Confessionele Vereniging, dd. 8 Juli j.l. schrijft ds. G(roenewoud) een artikel over de vergadering van de Generale Synode (van 8—14 Juli), welke voor een goed deel gewijd is aan de behandeling van het ontwerp-kerkorde.
Met waardering wordt in dit artikel gesproken over de arbeid van de Studiecommissie van de Geref. Bond. De schrijver heeft aanleiding gevonden om art. X van het ontwerp en het voorstel van onze Studiecommissie daaromtrent geheel op te nemen.
„Men zegt" — zo schrijft hij — „dat een belijdenis in de kerkorde niet thuis hoort". Hij acht art. X van het ontwerp een theologische beschouwing over het belijden der kerk. Dat is ook zo, maar ook dat behoort o.i. niet in een kerkorde thuis.
„Heeft een kerk, die kerk is, die dus belijdt, een dergelijk artikel nodig ? Kan zij niet volstaan met de ondertekening van de belijdenis door de meerdere vergaderingen, met een ondertekeningsformulier voor. de dienaren des Woords en de Hoogleraren, die immers Professie doen van deze religie ? " — zo vraagt hij.
Onze Commissie heeft de vraag van ondertekening ook overwogen en het is zeker op zijn plaats de proponentsformule te richten op een binding aan de belijdenis der kerk. De gemeente heeft recht op een prediking in overeenstemming met de confessie der kerk. De kerk is verantwoordelijk voor de prediking. Zij vertrouwt de bediening van Woord en Sacrament toe aan degenen, die zich geroepen gevoelen tot die Dienst en zich bij haar aandienen als proponenten.
Immers wanneer iemand zich aandient om de bevoegdheid van de proponent te 'ontvangen. geeft hij daardoor te kennen, dat hij zich geroepen gevoelt tot het werk van de Herder en Leraar.
Hier gaat het dus allereerst om de inwendige roeping, een zaak des harten en van strikt persoonlijke aard, waarover de kerk als zodanig niet oordelen kan. Feitelijk aanvaardt de kerk de student, die zich in het kerkelijk album laat inschrijven, reeds ter goeder trouw op grond van zulk een inwendige roeping.
Indien de kerk aan iemand de bevoegdheid om naar het ambt te staan verleent, erkent zij dus die roeping en bevestigt die zelfs enigermate door hem dis candidaat tot de Heilige Dienst toe te laten. Vandaar vanouds het onderzoek in leer en leven. Aangezien de kerk tot het ambt toelaat en in het ambt bevestigt, terwijl zij heeft te waken over de zuivere bediening des Woords, ligt het alzo voor de hand, dat zij de ambtsdrager houdt aan haar belijdenis.
Voor de proponentsformule is dit dus van grote betekenis.
Overigens overschatte men de ondertekening der belijdenis niet, alsof daarin een waarborg ware gegeven. Voor het opnemen van een bepaling in de kerkorde, uitdrukkende, dat de kerk in al haar handelingen en vergaderingen aan de belijdenis is gebonden, valt echter wel wat te zeggen. Het kerkelijk leven is gedurende zo lange tijd aan zulk een binding ontwend, dat het alleen daarom reeds aanbeveling verdient de kerk als geheel daarbij te bepalen. En dan ligt het voor de hand, dat die belijdenis ook genoemd wordt.
Trouwens ook voor een kerk, die kerk is en dus belijdt, is het nog niet overbodig, dat zij er aan herinnerd wordt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 juli 1948
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 juli 1948
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's