MEDITATIE
Onbegrijpelijk... en toch...
o God Uw weg is in het heiligdom. Psalm 77 vers 14.
Ik wil eens een ogenblik praten, lezer, met u, die geen ketter jager zijt, maar die het wel eens hebt gedacht of uitgesproken : „hoe kan dit toch" en „hoe is dat mogelijk" ? !
„Gods weg is in het heiligdom" !
Ja, raadselachtig is vaak de weg des Heeren die Hij met de mensenkinderen houdt.
Hier overdadig genot, daar ellende!
Hier loopt een eerlijk man alles tegen — ginds wordt een woekeraar alles als in de schoot geworpen.
Onmisbare ouders worden door de dood weggerukt, boosdoeners blijven leven : en vul het verder zelf maar aan, lezer, met voorbeelden, die u wel eens doen vragen : hoe kan dat toch ? !
En toch, — op al het raadselachtige blijft het antwoord : De Heere antwoordt niet van Zijn daden, Zijn weg is in het heiligdom !
Het Godsbestuur omvat twee werelden : de tegenwoordige en de toekomende.
Eén band verbindt de lotgevallen van alle geslachten.
Zo werken de vreugden en smarten van het tegenwoordig geslacht op de toekomst, tot bereiking van Gods bedoelingen.
Wij zien slechts enkele schakels van de keten, die het tegenwoordige verbindt aan de toekomst. We kunnen de raadslagen Gods niet doorzien, naar welke alle dingen hier beneden bestuurd en geregeld worden.
Een wereldbestuur zonder raadselen zou niet goddelijk zijn, want God Zelf is voor ons onbegrijpelijk.
De Heere bereikt vaak Zijn doel door middelen, die ons verkeerd of tegenstrijdig schijnen, maar die van achteren blijken wijs te zijn, zodat wij moeten bewonderen en aanbidden.
Bovendien : wie zijn wij tegenover de Allerhoogste ? Immers eindige schepselen, die van gisteren zijn en niet weten.
Er is zoveel, waarnaar we slechts kunnen gissen. En niet alleen zijn wij eindig, maar ook is ons verstand verduisterd door de zonde.
Eigenbelang en hqogmoed regeren ons. Vijandschap tegen God belet ons Zijn daden in het rechte licht te zien.
„Uw weg, o God, is in het heiligdom !"
Dit is, mits recht verstaan, een weldaad Gods voor ons. Als kinderen zijn we, voor wie dit leven een tijd van voorbereiding voor de eeuwigheid is. Een goed vader geeft zijn kinderen ook geen verklaring van alles wat ze vragen. Veel, dat kinderen niet begrijpen, niet verdragen kunnen I
Zó doet God met ons.
Wij moeten onze afhankelijkheid blijven gevoelen van Hem, Die 't al regeert.
Gaf God antwoord op al onze vragen, dan zou er bij ons geen oefening zijn in geloof, lijdzaamheid, onderwerping, vertrouwend wachten op de Heere.
En dit juist eist de. Heere van ons, om gevormd te worden voor de hemel. Zou God ons al Zijn handelingen met ons willen verklaren, dan zou Hij ons bekend moeten maken met de vreugden, maar ook met de smarten, die ons nog te wachten staan !
Wie zou dat verlangen ?
Daarom zeggen we met dankbaarheid: ,,Uw weg, o God, is in het heiligdom !"
Toch zijn al Gods daden wijs, heilig en liefderijk.
In tegenspoed twijfelen wij daar wel eens aan. Heeft Hij niet het grote bewijs van Zijn liefde gegeven door de zending van Zijn Zoon?
Daarom, het kan niet anders, of al Zijn wegen, hoe donker ook, moeten wijs en goed zijn en/ons geluk bedoelen.
David zegt: 't Is mij goed, verdrukt te zijn geweest. Zo leerde hij zich vastklemmen aan zijn God.
Boven alles blijkt het heerlijke van het Godsbestuur op Golgotha, — die weg zo donker, — de uitkomst zo heerlijk!
Indien ooit Gods weg in het heiligdom was, dan was het, toen Zijn Eniggeliefde Kind door de handen der onrechtvaardigen aan het kruis werd geslagen, beladen met de vloek van God en mensen. En tóch — al deze dingen moest de Christus lijden en alzo tot Zijn heerlijkheid ingaan.
Door Zijn dóód — voor zondaren het léven !
Zo is Gods weg in het heiligdom, maar al Zijn doen is majesteit en heerlijkheid, al Zijn paden zijn waarheid en goedertierenheid.
Is dat niet ook de ervaring van de gelovige bij het terugzien op zijn levensweg ?
Zeg eens, wie was Christus vroeger voor u ? Immers een ijdele klank ? ! Maar nu, door druk en beproeving, is diezelfde Christus door Gods genade en de werking wan Zijn Geest u geworden uw rots, uw deel, uw enig goed !!
Lezer, wat zegt gij op al deze dingen ? !
Het is in tegenspoed niet gemakkelijk, met Job te zeggen : De Heere heeft gegeven, de Heere heeft genomen, de naam des Heeren zij geloofd; en met Aaron te. zwijgen en met David te zeggen : „ik zal mijn mond niet open doen, want Gij hebt het gedaan, Heere!"
Lezer, hoe verkeert gij onder uw druk en tegenheen ? ! Meent ge misschien ook, dat de Heere onrechtvaardig met u handelt ? ! Weet ge dan wel, dat ge u vermeet, in opstand te komen tegen Hem, in Wiens hand uw adem en uw leven zijn, bij Wien al uw paden zijn, en Die ook door Zijn tuchtiging niet anders bedoelt dan uw bekering tot Hem, uw behoud ten leven ? !
Verootmoedig u liever voor de Kenner der harten, bid om vergeving van die zonden in het bloed van Jezus Christus.
O, 't is moeilijk, onder rampen te zwijgen, te aanbidden en die wegen wijs en goedertieren te achten.
Maar zeg toch niet: mijn weg is voor de Heere verborgen en mijn recht gaat van mijn God voorbij ! Want nogmaals : wie zijn wij ? ! En hoe vaak bleek van achteren goed te zijn, wat ons eerst kwaad toescheen ! Dit weten we wél: de Heere doet ons niet naar onze zonden. Deed Hij dat wèl, wat zou er dan met ons moeten gebeuren ?
Aanbid dan, waar ge niet kunt begrijpen.
„Uw weg, o God, is in het heihgdom !"
Komt uw zondig hart daartegen in opstand, buig dan uw knieën en bid !
En ook als we door genade geleerd hebben ons aan Hem te onderwerpen, zijn we nog zo vaak in strijd met onszelf. Maar denk dan m.aar veel aan 't beeld, dat ge van uzelf leerdet zien in de spiegel der Wet. Dan erkent ge ootmoedig dat ge Zijn oordelen verdient, maar tevens dat Zijn bedoelingen heilig èn liefdevol zijn.
Maak veel gebruik van Gods Woord, dat altijd licht geeft. Daar staat dat degenen, die God liefhebben, alle dingen moeten medewerken ten goede.
Geef uzelf dagelijks opnieuw over aan uw Heiland en Heere. En al is dan het pad, waarlangs Hij u leidt, moeilijk, doornig en donker, — ook in de donkerste nacht zullen er sterren over u hchten en het licht Zijner genade uw hart bestralen.
De Heere zal het goede niet onthouden dengenen, die in oprechtheid voor Hem wandelen.
Denk er om, lezer, alleen diegenen kunnen en mogen verwachten dat de uitkomst van 's Heeren wegen heerlijk zijn zal.
Hoe kan immers het licht Zijner genade in ons hart schijnen, als wij wandelen in de werken der duisternis !
Hoe kunnen wij Zijn hulp verwachten, als we met ons leven ons van Hem afkeren ?
De beproevingen kunnen ons niet ten goede medewerken, als we er ons tegen verharden.
De Heere is een God, Die als een Vader Zich ontfermen wil over allen, die Hem vrezen, maar Hij is óok een verterend vuur voor alle werkers der ongerechtigheid !
Om alles goeds van Hem te kunnen verwachten, moeten we met Hem verzoend zijn door een oprecht geloof in Jezus Christus en door de kracht van Zijn Geest wandelen in Zijn vrees.
Zie dan toe, dat ge uzelf niet misleidt. Laat u met God verzoenen door Zijn Zoon ! Denk aan Manasse in de kerker, waar hij zich leerde verootmoedigen voor de Heere. Als dit met u zo is, lezer, dan moogt ge u verzekerd houden, dat al het lijden van deze tijd niet is te waarderen tegen de heerlijkheid, die u straks zal worden geopenbaard.
Geef u slechts aan Zijn leiding over, ook al doorziet ge die niet. 's Vaders hand zal u dan leiden op een weg, die wel donker kan zijn, maar waarop u is voorgegaan de Overste Leidsman en Voleinder des geloofs, en die uitloopt op het Vaderhuis, waar — eindelijk — licht is en rust! Daar zijn alle raadselen opgelost, niet eerder.
Wacht dan, moede strijder, ja wacht op de Heere. Na dezen zult gij het verstaan !
Gods weg is in het heiligdom ! Zeker, dat blijft, zolang de pelgrimsreis duurt. Maar in het Vaderland, geen nacht meer !
Wat zal dat heerlijk zijn.
Daar zal het zijn : „Gods weg was in het. heiligdom, maar al Zijn paden waren goedertierenheid en waarheid.
O, dag der volle openbaring van Gods wijsheid, heiligheid en goedertierenheid.
De toekomst is ons, gelovigen.
Dat geve u moed om in de kracht des Geestes voort te gaan op de smalle en vaak bange weg, die echter uitloopt op de paarlen poort van de gouden Godsstad, waar alle tranen gedroogd zullen worden en alle verlosten zullen uitbreken in één jubel: O, diepte des rijkdoms, beide der wijsheid en kennisse Gods ! Hem zij de heerlijkheid in der eeuwigheid!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 juli 1948
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 juli 1948
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's