De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De verantwoordelijkheid der Kerk

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De verantwoordelijkheid der Kerk

5 minuten leestijd

Dat de kerk verantwoordelijk is om de heidenen het Evangelie te brengen, staat nog wel buiten discussie. Men is het er over eens, zij het op verschillende gronden, van de heilige zendingsdrang af tot 't medelijden met de arme heidenen toe, dat men, wie de boodschap van Christus nog vreemd is, die brengen moet. Ten opzichte echter van het brengen van de heilsboodschap in eigen vaderland aan hen, die er nog nooit van hoorden of er van vervreemd zijn, staan de zaken anders. Men weet, dat er in eigen gemeenten en in ons eigen land duizenden zijn, die generlei contact met de kerk hebben. Dat moge in ons christelijk Nederland vreemd klinken, maar de feiten bewijzen het. In de grote steden en in sommige streken behoeft men ze niet eens te zoeken. Was de kerk in haar geledingen van lidmaten tot ambtsdragers toe over deze naasten nu nog maar bewogen, gelijk zij dat over de heidenen buiten het vaderland is, dan was de noodzaak om het één en ander over de verantwoordelijkheid der kerk te schrijven, nog niet zó groot. 

Maar nogmaals, ten opzichte der Inwendige Zending, die het brengen van de heilsboodschap aan de daarvan vervreemden beoogt, liggen de zaken anders. En dat waarlijk niet alleen, waar men met de problemen van de grote stad worstelt, waar men, behalve met gebrek aan krachten en middelen, ook worstelt met een grote lauwheid bij hen, die zich tot de kerk rekenen. Ook op kleine plaatsen, maar men iedereen kent, is het met het besef van verantwoordelijkheid soms heel treurig gesteld. Het is nog niet zo lang geleden, dat een kerkeraad van een kleine plaats van mening was, dat hij zich niets behoefde aan te trekken van de nood, die in een paar gezinnen heerste, omdat zij toch nooit ter kerk kwamen, hun kinderen niet lieten dopen of ter catechisatie stuurden. En dit voorbeeld staat niet alleen. Gebeurt het niet meerdere malen, dat alleen huisbezoek gedaan wordt bij hen, die tot de meer of minder meelevende leden der kerk behoren ? Alsof het bewogen zijn over de zielen alleen maar betrokken is op hen, die alle contact met de kerk nog niet hebben verbroken! Alsof al die anderen, mensen zijn, die geen ziel bezitten die verloren  gaan!

Het gaat dus om het behouden van zondaarszielen. En de kerk. Evangelieverkondiging tot taak hebbende, is derhalve van de Heere een middel, dat Hij gebruikt om zondaren te redden van het verderf. Als wij weten, dat de zaken zo staan, dan kan de kerk niet meer lauw tegenover het werk der Inwendige Zending staan, o.a. in haar taak van Evangelieverkondiging. Wanneer het ons niets zegt, dat er duizenden naast ons leven zonder enigerlei contact met de heilsboodschap, dan verstaan wij niet alleen niet meer de taak der kerk, maar zijn wij ook ongevoelig voor de grote verantwoordelijkheid, die op onze schouders rust.

Het is zo gemakkelijk zich te plaatsen op het standpunt, dat dat maar mensen zijn, die aan God noch gebod doen. Maar laten dezulken zich eens afvragen, waarin zij zich nog van de Farizeen in Jezus' dagen onderscheiden, die in hun geestelijke hoogmoed ook spraken over de schare, die de wet niet kent. De verstarring, waarin zij verkeerden, het niet gevoelen van de verantwoordelijkheid waartoe zij als kerk van die dagen geroepen waren, moge in zijn gevolgen een waarschuwend voorbeeld zijn voor de lauwen en af wij zenden, die het werk der Inwendige Zending schouderophalend be- en veroordelen. Wanneer de machten der duisternis in deze tijden meer en meer hun krachten ontplooien en trachten het gewonnen terrein te verkleinen, dan draagt de kerk de verantwoordelijkheid voor het verlies der zielen, die door haar lauwheid verloren gaan. De saeculariserende invloeden zijn heden ten dage zeer groot en dikwerf de oorzaak, dat de band met Gods Woord niet alleen losser wordt, maar uiteindelijk ook verbroken. En gelijk om de plaats, waar een steen in het water kwam, de kringen zich al meer uitbreiden, zo plant zich deze ontkerstening ook onder ons volk voort.

Voor het brengen van de heilsboodschap aan deze totaal van God vervreemden draagt de kerk de verantwoordelijkheid, omdat zij creaturen zijn, die ook onder de zendingsopdracht van Christus vallen. Ieder, die de opzoekende zondaarsliefde Gods kent, voor wie het leven, met Christus een onmisbaar bestanddeel van zijn bestaan is, moet in zijn Heiland het voorbeeld zien om uit te gaan naar het verlorene. Tot een godzalige wandel, waardoor ook onze naaste voor Christus kan gewonnen worden, behoort ook het uitgaan tot die naaste. Hoe hard is het oordeel des Heeren over de dienstknecht, die zijn talent in de aarde verborg.

Het is noodzakelijk, dat vooral de kerkeraden, die toch voor de geestelijke leiding verantwoordelijk zijn, zich hierop bezinnen. Laten zij zich goed realiseren, dat een zich niet bemoeien met deze mensen, de kloof tussen hen en de kerk nog groter maakt. Dat een onverschilligheid zo spoedig een harde vijandschap kan worden, die menselijkerwijs niet meer te overwinnen is. Het vervreemd blijven van het Evangelie met het uiteindelijk gevolg, dat deze zielen verloren gaan omdat de kennis ontbreekt, ligt dan voor verantwoording van hen, die wel wisten wat ze moesten doen, maar zelf een prooi waren van zondige traagheid. Het tot een wachter gesteld zijn over 't huis Israels brengt met zich mede, dat bij zwijgen der goddelozen bloed van de hand der wachters wordt geëist.

De God van Ezechiël is ook vandaag nog dezelfde. Het spreken binnen de muren moet daarom eens beëindigd worden. De nood is groot en dringt. En in het volle besef der verantwoordelijkheid spreke een ieder tot zijn broeder : Tot de daad. — God wil het!!

(Babyloniënbroek)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 juli 1948

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

De verantwoordelijkheid der Kerk

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 juli 1948

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's